Scheurende senioren op historische grond

Voormalig autocoureurs Ben Pon (69) en Gijs van Lennep (64) debuteerden deze week in de roemruchte ‘Mille Miglia’-wegrace in Italië, die vandaag de slot-dag beleeft in Brescia.

Ze zijn niet meer de jongsten, maar voormalige autocoureurs Ben Pon (69) en Gijs van Lennep (64) gedragen zich af en toe als serieus scheurende senioren. De kans om deel te nemen aan de legendarische ‘Mille Miglia’-wegrace in Italië grepen ze met beide handen aan. Albert Westerman, textielfabrikant uit Lichtenvoorde, stelde zijn bijzondere Porsche 550 RS sportwagen uit 1955 ter beschikking.

Die auto past in het startveld van 375 schitterend geprepareerde klassiekers. Pon en Van Lennep debuteerden in de Mille Miglia, die uitsluitend in naam iets gemeen heeft met de roemruchte voorganger die tussen 1927 en 1957 in totaal 24 keer werd verreden. De wedstrijd over zestienhonderd kilometer (duizend mijl) liep ruwweg van Brescia naar Rome en terug. Heel Italië stond op z’n kop. Eén ding telde: snelheid. Er werd alleen gestopt om te tanken, banden te wisselen en de controlekaart te laten stempelen. Grootheden als Tazio Nuvolari, Clemente Biondetti, Alberto Ascari, Eugenio Castellotti of Piero Taruffi vergaarden nog meer roem wanneer ze daar triomfeerden.

Het evenement kende veel aanhangers, maar er was ook een duistere zijde door de vele ongelukken. Het tempo ging alsmaar omhoog. In 1955 snelden de Britten Stirling Moss en Denis Jenkinson in een Mercedes 300 SLR naar de overwinning met het nooit verbeterde gemiddelde van 157 kilometer per uur, inclusief oponthoud.

Bij die zegetocht leverde Jenkinson een belangrijke bijdrage. Om niet te worden verrast door gevaarlijke passages, noteerde hij vooraf de belangrijkste hindernissen op een lange papieren rol die hij tijdens de wedstrijd afdraaide. Via handgebaren bracht hij Moss op de hoogte; intercoms waren nog niet gebruikelijk.

In Brescia is ook Cornelie Petter, geboren Godin de Beaufort, de oudere zuster van Jonkheer Carel Godin de Beaufort, die in augustus 1964 na een trainingsongeval met zijn overjarige Porsche op de Nürburgring om het leven kwam. Petter kijkt haar ogen uit bij het zien van de auto’s die worden gekeurd: alleen exemplaren van modellen die tussen 1927 en ’57 meededen. In 1957 stond ze ’s nachts om half drie naast het startschavot, waarvandaan haar toen 23-jarige broer vertrok. Wedstrijdnummer 230 correspondeerde met zijn starttijd. „Ik ging voor het eerst met Carel naar een wedstrijd. Onze moeder vond dat ik hem moest helpen.”

Godin de Beaufort reed alleen, omdat de beoogde metgezel kreeg zijn licentie niet tijdig van de Nederlandse automobielclub. Met als gevolg dat de coureur uit Maarsbergen bij de prijsuitreiking (vierde in zijn klasse) twee bekers ontving: één voor Godin, één voor De Beaufort. De voorbereiding was minder rigoureus dan die van de Mercedes renstal. „We reden een rondje, met een VW-kever. Compleet met overnachting”, weet Petter. „Carel verkende later nog een keer met Hans Herrmann, in een Maserati. De Duitser schaamde zich een beetje voor mijn broer. Carel had maar één broek bij zich en daar vielen gaten in.”

In het jaar waarin Godin de Beaufort debuteerde, kwam een wreed einde aan de wegrace. De Spaanse markies Alfonso de Portago, samen met de Amerikaanse journalist Ed Nelson in een fabrieks Ferrari, vloog met hoge snelheid van de weg, even voor het gehucht Guidizzolo. Hij kreeg een klapband. Negen toeschouwers kwamen om het leven, evenals de coureurs. Een monument herinnert op de plaats des onheils aan het drama dat de wegrace voorgoed stopte.

De koers werd enkele keren als rally verreden. Na drie opvoeringen met klassiekers in 1977, ’82 en ’84 toert de karavaan sinds ’86 weer jaarlijks door Italië. En het is weer een volksfeest. Sommige tradities blijven. Snelheid is ondergeschikt, maar de politie spoort de concurrenten nog steeds aan om vooral gas te geven.

Van Lennep beseft dat de drie dagen durende tocht vooral een mooie parade is. Het klassement wordt bepaald door enkele gedeeltes zo zuiver mogelijk op tijd te rijden. Toch spreekt hem de wedstrijd aan. „Ik was een echte wegracer. Mijn eerste plaats in de Targa Florio van 1973 op Sicilië vond ik misschien wel beter dan Le Mans winnen. Nu ben ik op historische bodem.”

Ook Pon waardeert het retrospectief. „De echte race was voor mijn tijd, maar ik weet zeker dat ik anders had meegedaan”, meent de veteraan die faam vergaarde als wijnboer in Californië. „Ik vertelde Albert Westerman dat ik hier graag een keer wilde rijden.” Westerman op zijn beurt is blij dat zijn State of Art Porsche wordt bemand door twee kenners: oud-coureurs die genieten van de traditionele tocht. Het veld komt vanavond – uitgedund – in Brescia terug.

    • Rob Wiedenhoff