Reet

Een jaar geleden zei Ronald Koeman nog dat hij Lissabon zo’n geweldige stad vond. Vergelijkbaar met Barcelona: negen maanden in het jaar terrasjesweer. En dus altijd vrolijke mensen om je heen.

Ronald Koeman zei ook dat hij Benfica zo’n fantastisch instituut vond. Vergelijkbaar met Barcelona: Europese top. Club van grote namen. Hij was trots in de nabijheid van Eusebio te mogen functioneren.

Opeens ruilt Ronald Koeman de geweldige stad in voor Eindhoven en het fantastische instituut voor PSV. Waarom, in godsnaam waarom? Het gezin wou terug, zegt hij. Ik meende te weten dat het gezin het ook fijn had in Lissabon. Dat zei Ronald een half jaar geleden met zoveel woorden. Mooi huis, bubbelbad, hulpjes voor was en strijk, en in de keuken. Bartina hoefde niet meer zelf te koken, ze kon zich geheel wijden aan haar make-up. En aan het welbehagen van de kinderen.

Het komt steeds vaker voor: coaches die het gezin inroepen als excuus voor verkassing. Terwijl ze nauwelijks participerende vaders zijn – geen tijd. Waarom zegt Koeman niet dat hij de druk van Benfica niet meer aankon? Of dat zijn hart nog steeds in Barcelona ligt? Of dat het hem zuur is opgebroken dat Co Adriaanse in Portugal tot ‘Trainer van het Jaar’ is gekozen. Het zou ook nog kunnen dat Ronald heimwee had naar mist en regen. Naar het Nederlandse samenlevingsmodel op klompen. In Lissabon moet je toch Pessoa hebben gelezen.

Met het duo Koeman-Wouters op de bank zal PSV binnen de kortste keren van stijl veranderen. Van doodschop naar elleboogstoot, en omgekeerd – die signatuur. Er zal meer strijd komen in het elftal, inclusief verbale furie. Voor het eerst in jaren zal er in Eindhoven gevloekt en getierd worden. Van Jan Timmer mag het. Deze (industriële) bobo houdt wel van enige animositeit onder de gordel. Soep en gebak zijn voor thuis, op de Herdgang is voortaan alles au poivre. Of zoals Koeman het zou verwoorden: het ‘reetgevoel’ moet terug.

Ronald krijgt het nog moeilijk in het sociale verkeer, na de wedstrijd. Louis van Gaal wil hij geen hand meer geven. Danny Blind – straks trainer van Vitesse? – is nooit zijn vriend geweest. Henk ten Cate is in zijn ogen van de vijfde colonne: Davids, Bogarde, Reiziger. De hele KNVB kan hem eigenlijk, liever vandaag dan morgen, gestolen worden.

Koeman, de eenzaat.

Voor de meeste mensen kan hij het goed verbergen. Maar tussen glimlach en grijns ligt een mijnenveld. Vooral als hij met neerwaartse blik in een kopje koffie roert, dreigt donder en bliksem. Opeens wordt Sneeuwvlokje het Zwarte Woud. Waar alleen nog eenbenige Duitsers lopen.

Natuurlijk begrijp ik waarom Ronald Koeman voor PSV heeft gekozen. Antwerpen is in de buurt. Hij kent er de betere restaurants, de duurdere juweliers, de brasseries met charme en muzak. Zoals Guus Hiddink die ook kent. En: in Antwerpen kan hij nog ongestoord een sigaretje roken. Dat laat meneer Westerhof in Eindhoven niet toe. Ronald Koeman is zo Nederlands als de pest van gemoed, maar nog Bourgondischer van verlangen. Na Cor Boonstra en Jorien van den Herik had hij, in zijn Feyenoord-tijd, de mooiste residentie in het Antwerpse. Dreven, niets dan dreven om hem heen.

Er werd de afgelopen dagen alom gespeculeerd over de angst van Ronald om Guus Hiddink op te volgen. Gezeik van begijnen. Koeman kent geen angst, hij treedt nooit in de voetsporen van een voorganger, is en blijft zijn eigen glorie. Daar hebben Ajax en Louis van Gaal zich lelijk op verkeken. Op zijn eerste persconferentie in Eindhoven had Koeman het ‘over die ander’. Over Ajax dus. Ajax als die ander: dat is pas een doodschop. Zo spreken wormen elkaar toe.

De toon voor het nieuwe voetbalseizoen na de zomer is gezet. Het wordt grimmiger in de competitie. Aanvalslust, misschien niet op het veld, maar zeker in de dug-out en na de wedstrijd. Handjes geven wordt een antiek verschijnsel, niet meer van deze tijd. De eredivisie gebalkaniseerd, als het ware.

Van mij mag het.

De vreugde van het spel is toch niet meer te zien op Nederlandse voetbalvelden. Laten we ons daarom met zijn allen verheffen aan de vreugde van tumult. Uiteraard niet op het Leidseplein, maar wel in de periferie van een Madurodamachtige stedenoorlog tussen PSV en Ajax, tussen PSV en Feyenoord. Met Koeman en Wouters in alle staten. De reet regeert, majesteit.