Rechter: Waarde Kunsthal is nihil

De economische waarde van de Kunsthal, een ontwerp van Rem Koolhaas en een van de bekendste gebouwen van Nederland, is nihil. Dat heeft de meervoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken in Rotterdam onlangs bepaald. De rechtbank besliste daarmee in het voordeel van Wim Pijbes, directeur van de Kunsthal.

Pijbes had beroep aangetekend tegen de onroerend zaakbelasting die hem door de gemeente was opgelegd voor de jaren 2005 en 2006. Het gebruikersdeel van de OZB is sinds 1 januari afgeschaft, maar dit geldt niet voor bedrijfspanden. Volgens de gemeente, die het gebouw aan de Stichting Kunsthal Rotterdam verhuurt, is het pand aan de Westzeedijk 12.330.000 euro waard. Dat leidde tot een OZB-aanslag van 33.000 euro per jaar.

Veel te hoog, vond Pijbes. De economische waarde van de Kunsthal is volgens hem nihil. Het unieke bouwwerk kan niet worden vervangen, en alleen maar als expositieruimte worden gebruikt.

Volgens de Union Internationale des Architectes is de Kunsthal een van de duizend belangrijkste gebouwen van de 20ste eeuw. Architect Rem Koolhaas verwierf in 1992 wereldfaam met zijn eerste uitgevoerde ontwerp. Bijna dagelijks staan Japanse architectuurstudenten het gebouw, dat in het gebruik nogal wat gebreken vertoont, te fotograferen.

Het cultuurhistorische en esthetische belang van de Kunsthal is niet in geld uit te drukken, betoogde Pijbes voor de rechter. Van vervangings- of marktwaarde, de factoren waar het OZB-bedrag op zijn gebaseerd, kan daarom geen sprake zijn. De rechtbank heeft de redenering van Pijbes gevolgd en zijn beroep gegrond verklaard.

In hoeverre de uitspraak een precedent schept voor andere culturele instellingen is onbekend, aldus de Nederlandse Museumvereniging. In Rotterdam heeft museum Boijmans van Beuningen ook bezwaar aangetekend tegen de OZB-aanslag. Het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) volgt, nu de Kunsthal gewonnen heeft. Adjunct-directeur Patrick van Mil: „Wij betalen 65.000 euro OZB per jaar. Dat is het salaris van anderhalve collectiemedewerker of het basisbudget van een flinke tentoonstelling.”