Publiek bestel: niet alles voor iedereen willen

Redacteur NRC Handelsblad

Hilversum verbouwt. Wie het Mediapark binnenrijdt en er geen vaste boom heeft om zijn paard vast te knopen, kan beter een halfuurtje eerder komen. Overal wordt verbouwd en omgeleid. De kijker gaat dat na de zomerzotheid ook merken. Het wordt wennen in september, als Netwerk op Nederland 2 zit, en het derde net niet meer het domein is van Vara, Vpro en Nps, maar een vrolijke jongeren- en moslimzender wordt.

Binnen gaat de symboliek verder: de werkvloer van de NOS in het Videocentrum in Hilversum ligt open. Bundels verse oranje kabels liggen te wachten op aansluiting. Waarmee? Waaraan? Dat vragen veel omroep-medewerkers zich ook af. De meesten zijn blij met hun baan, ook al is de zaal waar de radio-, tv- en internetredacties van de Nederlandse Omroep Stichting zijn samengevoegd groter dan een voetbalveld. Oeps, geen goede vergelijking sinds Talpa die sport wegkocht.

Voor de buitenwereld gaat de geïntegreerde nieuwsoperatie van de NOS meer samenhang vertonen. Iedere redacteur kan nu in een centraal computersysteem zien wie de brandweercommandant in de stad met de uitslaande brand al heeft gebeld. Dan hoeft hij het zelfde verhaal niet eerst aan het Radio 1 journaal te vertellen, daarna aan de nieuwsjagers van het acht uur journaal en dan nog eens aan een redacteur van Met het oog op morgen.

Wat het voor de kwaliteit van de programma’s betekent, is lastiger te voorspellen. Meer redacteuren zitten centraal vergaarde bestanddelen te verwerken waar zij geen binding mee hebben. Zoals een ervaren omroepmedewerker zegt over de toegenomen centrale sturing: „Wat je wint aan efficiëntie, dreig je te verliezen doordat er minder kluitjes met een gedeelde fascinatie zijn – daar ontstaan de mooiste dingen.”

De NOS is het zichtbaarste deel van het ‘publieke omroepbestel’. Andere bekende onderdelen horen bij de Nederlandse Programmastichting (NPS), met Nova, Buitenhof, Andere tijden en Zembla – , maar dat bedenksel van voorbije omroeppolitiek moet weer verdwijnen, al mogen sommige programma's elders asiel zoeken. Als dat lukt, zal het de kijkers een zorg zijn wie er de baas over is. Of moeten we ons daar wel een beetje druk over maken? En over de rest van Het Bestel? Italianen hebben dat te weinig gedaan, dat is zeker.

Ik kan niemand ongelijk geven die zegt: ze doen maar, er komt altijd weer een nieuw rapport en een nieuw plan. Maar het gaat wel over een centraal onderdeel van onze democratie. Niemand garandeert dat er morgen ook nog een fatsoenlijke elektronische vrijplaats voor het publiek debat is.

Op het ministerie van staatssecretaris Medy Van der Laan zat men deze week met ingehouden adem te wachten wat de Raad van State vindt van het wetsontwerp dat vorm geeft aan haar nota ‘Met het oog op morgen, de publieke omroep na 2008’. Van het oordeel van de raad hangt mede af of zij tijdens deze kabinetsperiode nog enige kans maakt haar ideeën te verwezenlijken.

Van der Laan hoopt over twee weken haar wet in te dienen, maar als er veel aan het ontwerp mankeert, verliest zij kostbare tijd. De afgelopen weken leek het toch al alsof het CDA genoeg had van het Paasakkoord van 2005 waarin de huidige coalitie afsprak samen te werken aan een „mediabestel” (bedoeld werd tv-bestel) dat zich toelegt op 1) Nieuws, 2) Opinievorming & debat en 3) Specifieke informatie, kunst/educatie/cultuur. „Amusement is geen doel op zich, maar wel toegestaan als vorm”, spraken CDA, VVD en D66 af.

Fijn dat ze in Den Haag zulke levensvragen voor je oplossen. Als herintreder in de Nederlandse samenleving tracht ik nog iedere week eraan te wennen dat zo veel kwesties waar iedereen wel eens mee te maken heeft, ook staatszaken zijn. Kamerleden die een mening hebben over bepaalde programma’s, vinden wel een objectieve reden om de NPS weg te regelen. Het is natuurlijk overheidsgeld dat naar Hilversum gaat, maar ook dat is een Haagse ingreep.

Tot 2000 moest iedereen die een ontvangtoestel in huis had Kijk- en luistergeld betalen. Dat kostte heel wat controleurs en geldophalers, maar het geld kwam binnen en was voor kijken en luisteren. Dat blijft zo, beloofde de politiek, om vervolgens bij diverse bezuinigingsrondes Hilversum te laten meebetalen. De LPF was niet de enige die daar wel pap van lustte. Zonder die bezuinigingen zou de publieke omroep in 2006 over 713 miljoen euro beschikken, rekende de Raad van bestuur het omroeppersoneel deze week voor. In werkelijkheid is er nu 571 miljoen, 142 miljoen minder.

De grote pech voor de publieke omroep is dat ook de reclame-inkomsten terugliepen: van 239 miljoen in 2000 tot 186 miljoen in 2005. Dat is het gevolg van de komst van meer commerciële zenders én van het teruglopend aandeel in de kijkersmarkt dat de publieke zenders vangen. In de eerste week van mei werd precies 30 procent van de Nederlandse buisuren doorgebracht bij de publieke zenders.

Als het debat de komende weken weer losbrandt, dan gaat het om een winkel van sinkel aan maatregelen, financieringsmodellen en idealen van weleer. Net nu de publieke omroep als één organisatie begint te programmeren, op zoek naar meer kijkers en reclame, waarschuwen de omroepen en sommige fracties in Den Haag voor de uit de hand gelopen macht van de Raad van Bestuur van de publieke omroep, die dicteert welk spelletje op welke zender tussen acht en negen wordt uitgezonden.

En inderdaad, wie zijn die mensen, benoemd door de staatssecretaris, die onze lieve omroepverenigingen door een hoepel laten dansen? De omroepbestuurders sluipen als Heintje Davidshonden langs het Binnenhof, op zoek naar wat hen rest aan steun voor ‘pluriformiteit’. De gedachte dat Nederland uniek is omdat iedere gevoelsgemeenschap een zendertje mag beginnen, is een vrome droom van vroeger. Ooit van internet gehoord? Het publiek bestel moet eens de illusie van alles-voor-iedereen-zijn opgeven en zichzelf niet langer uithollen met imitatie commerciële-omroepactiviteiten.

Maar terzake, Paul de Leeuw verhuist naar het eerste, het pretnet (bij overstromingen het rampennet). Ik kwam hem laatst tegen, winkelend met de kinderen in een Gooise winkelstraat. Hij deed heel gewoon en de mensen lieten hem vrij lopen. Het is echt een heel aardig land.