pensioen

Iemand die voor zichzelf is begonnen, bouwt pensioen op in een pensioen-BV. Zijn echtgenote vertrouwt het niet helemaal.

Onduidelijkheid rond een pensioen-BV

Na jarenlang in loondienst gewerkt te hebben, heeft mijn man twee jaar geleden de grote stap gezet. Hij is voor zichzelf begonnen als organisatieadviseur. Hij heeft een BV en bouwt pensioen op in een pensioen-BV. Zelf werk ik twee dagen per week in het basisonderwijs. Omdat ik zo weinig werk, is mijn inkomen laag. Maar zolang onze kinderen nog jong zijn, wil ik niet meer dan twee dagen werken. Alleen maak ik me wel eens zorgen over wat er gebeurt als mijn man zou overlijden. In de pensioen-BV van mijn man zit nu 25.000 euro. Dat bedrag is grotendeels afkomstig uit de gouden handdruk die hij ontving toen hij vertrok bij zijn vorige werkgever. Volgens mijn man hoef ik me geen zorgen te maken, omdat het saldo van de pensioen-BV elk jaar stijgt. Dat zal wel, maar waar kan ik op rekenen als er nu onverhoopt iets gebeurt?

(K.W.)

Als u geboren bent na 1950 krijgt u alleen een nabestaandenpensioen van de overheid (ANW-uitkering) als u kinderen onder de 18 jaar verzorgt of als u voor minstens 45 procent arbeidsongeschikt bent. Voor uw kinderen krijgt u een halfwezenpensioen van ongeveer 225 euro bruto per maand. Uw eigen ANW-uitkering bedraagt 70 procent van het minimumloon. Dat betekent dat u per maand kunt rekenen op een kleine 1.000 euro bruto. De halfwezenuitkering krijgt u sowieso, maar uw eigen uitkering is inkomensafhankelijk. Van uw eigen inkomen blijft 50 procent van het minimumloon – zo’n 600 euro bruto per maand – buiten beschouwing, plus eenderde van wat u nog meer verdient. De rest wordt gekort op uw ANW-uitkering.

Of u hiervan kunt rondkomen, is een vraag die een buitenstaander niet kan beantwoorden. Hoe u woont speelt ook een rol. Als u een koophuis hebt en het huis komt vrij na het overlijden van uw man, dan dalen uw maandlasten waarschijnlijk aanzienlijk.

Overigens bestaat de kans dat u ook nog een nabestaandenuitkering krijgt via uw mans vroegere werk. Als u dit zeker wilt weten, moet u contact opnemen met het pensioenfonds. Zij kunnen u precies vertellen of u recht hebt op een nabestaandenpensioen en hoe hoog dit is. Het vervelende is dat steeds meer fondsen overgestapt zijn op een nabestaandenpensioen op risicobasis. Dat betekent dat zij alleen maar uitkeren als de werknemer in dienst is van het bedrijf. Zodra een werknemer opstapt, zoals uw man, is er geen recht meer op een nabestaandenpensioen.

Als u tot de conclusie komt dat het niet goed geregeld is, zou u een overlijdensrisicoverzekering kunnen afsluiten. U kunt dan kiezen voor een verzekerd bedrag dat jaarlijks daalt, omdat de waarde van de pensioen-BV jaarlijks stijgt. Maar dan moet uw man natuurlijk wel jaarlijks storten in de pensioen-BV. Lang niet alle ondernemers doen dit, zeker niet in de beginfase, omdat hun omzet dan vaak nog laag is en ze hun geld liever in de zaak stoppen. Aan een overlijdensrisicoverzekering waarvan de waarde gekoppeld is aan een pensioen-BV zitten wel haken en ogen. Als uw man niets reserveert voor het pensioen, bestaat de kans dat u later nog vennootschapsbelasting moet betalen over de uitkering. Daarom is het goed alles op een rijtje te zetten en met een deskundige, bijvoorbeeld de accountant van uw man, te zoeken naar een oplossing.

Uw man denkt er luchtig over, met zijn geruststellende opmerking dat het saldo van de pensioen-BV jaarlijks stijgt. Daar hebt u nu immers niets aan. Maar u bent niet zo afhankelijk als u zelf denkt. Een onderwijsbaan van twee dagen per week is in de praktijk meestal gemakkelijk uit te breiden naar vier of vijf dagen.

Afwijzing van pensioengarantie

Medio 1994 is mijn pensioen overgegaan naar een andere verzekering. Mijn toenmalige directeuren gaven een pensioengarantie af, inclusief handtekeningen en firmastempel. Het bedrag dat ik van de ‘nieuwe’ verzekeraar ga ontvangen, is op jaarbasis echter 2.200 euro minder. Op mijn verzoek tot realisatie van de pensioengarantie reageert de verzekeraar afwijzend. Volgens het aanhangsel bij de verzekering zou het pensioenbedrag door de stichting waar ik werkte tijdig worden ingekocht dan wel verzekerd.

(H.v.d.B.)

Ik kan op basis van deze gegevens niet goed zien wat er speelt. Ik zou de verzekeraar om uitleg vragen. Als de verzekeraar u niet kan overtuigen van de juistheid van het bedrag, kunt u het probleem het beste voorleggen aan de Ombudsman Verzekeringen (070-333 89 99, of www.klachteninstituut.nl).

Wilma van Hoeflaken

De vragenrubriek behandelt om de week pensioenvragen en fiscale vragen.

    • Wilma van Hoeflaken