Nederlandse kerk in een hervormde gestalte

De naam `Nederlandse Hervormde Kerk` verwoordt de gedachte dat `God met Nederland een bijzondere weg is gegaan` (NRC Handelsblad, 25 april). Men kan er zo over denken, daarmee deze kerk als de `vaderlandse` beschouwen, maar dat is zeker niet de eigenlijke reden van haar naam.

In `Nederlandse Hervormde Kerk` heeft het adjectief `Nederlandse` betrekking op `Kerk` en niet op `Hervormd`. Daarmee wilde deze kerk aangeven dat zij zich beschouwde als gestalte van de `algemene` ofwel `katholieke` kerk in Nederland: de Nederlandse Kerk, in een `hervormde` gestalte. Dat die Nederlandse Hervormde Kerk ook wel `vaderlandse` werd genoemd, komt veeleer door de loop van de Nederlandse geschiedenis. Tastbaar wordt het nogal romantische begrip `vaderlandse kerk` speciaal aan het begin van de negentiende eeuw. Maar ook in de zeventiende en achttiende eeuw treft men de idee van een nationale kerk ruimschoots aan. Uiteindelijk is deze gedachte direct verbonden met de ontwikkeling van ons staatsbestel. Wanneer in 1573 de `gereformeerde` (= `hervormde`) kerk in Holland en Zeeland en een decennium daarna in de andere gewesten de enige officieel toegestane wordt, geeft dit aan dat deze kerk van essentiële betekenis werd geacht voor het welslagen van de Opstand en zo voor het ontstaan van de Republiek.

De rechter die nu in het conflict tussen de Protestantse Kerk in Nederland en de Hersteld (Nederlandse) Hervormde Kerk een uitspraak moet doen, mag zeker met Salomo`s wijsheid begiftigd zijn.