Muzikale kermis

The Raconteurs Broken Boy Soldiers (XLCD196) ***

The Raconteurs:Broken Boy Soldiers (XLCD196)***

Zelfs Jack White wil wel eens met een bassist spelen. Daarom heeft White, vooral wereldberoemd als de zingende helft van het duo The White Stripes, samen met vriend Brendan Benson een ‘supergroep’ opgericht. Daarin spelen behalve White en singer / songwriter Benson, ook twee leden van The Greenhornes, een groep die tot op heden bekend was om hun nogal voorspelbare garagerock. The Greenhornes leverden bassist Jack Lawrence en drummer Patrick Keeler. White en Benson leverden de liedjes en beurtelings de zang.

Bij The Raconteurs geen consequent doorgevoerd zwart / rood / wit in kleding en vormgeving; deze muzikanten zien er op foto’s en in de video (bij de single ‘Steady, As She Goes’) uit als een stel stropers ten tijde van Buffalo Bill. Echte mannen, kortom, met een hang naar zachte vrouwen en sterke drank. Hun debuut heet Broken Boy Soldiers en klinkt als een speeltuin voor muzikale volwassenen. Want nu Jack White niet langer wordt beperkt door een duo-bezetting, trekt hij alle registers open. Hier schreef hij liedjes die in uiteenlopende muzikale tijdperken lijken te zijn ontstaan: hoogdravende rock à la Led Zeppelin, een knipoog naar The Beatles in hun Magical Mystery-dagen, en een zweem van de druggy ontboezemingen van Peter Perrett (zanger van Britse groep The Only Ones, eind jaren zeventig). Ook de instrumentaties zijn rijk geschakeerd: met orgels die tussen de knerpende gitaren door zoemen, en gitaren die klinken als kazoo’s.

Mooi is het transparante geluid, ook in de heavy nummers met duivelse zang van Jack. Single ‘Steady, As She Goes’ is een hartverwarmend huppelige ode aan ‘Miss Right’. Ook wervend is de afwisselling tussen White’s gekrijs en Brendan Bensons zachtaardige Paul McCartney-geluid.

En toch is Broken Boy Soldiers niet de sensatie die je zou hopen. De introspectieve zang en liedjes van Brendan Benson (zoals ‘Together’ en ‘Yellow Sun’), lenen zich beter voor deze groeps-uitvoeringen dan de knallende bluesrocknummers van Jack White die soms, in het titelnummer, zelfs karikaturaal klinken. De goedmoedige Benson profiteert hier van White’s pit. Maar Jack White gedijt beter bij soberheid.

HESTER CARVALHO