Latijns-Amerika ruziet op EU-top

Bolivia en Venezuela zijn niet van plan toe te geven aan druk van andere Latijn-Amerikaanse landen en de Europese Unie om hun handels- en energiepolitiek aan te passen.

Dit bleek tijdens de top van regeringsleiders van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische landen met hun collega’s van de Europese Unie, die de afgelopen dagen in Wenen plaatshad en die met name over onderlinge handel ging.

Het was hun vierde ontmoeting sinds 1999. Dit keer praatten Bolivia, Brazilië, Mexico, Uruguay, Argentinië en Venezuela voornamelijk over onderlinge geschillen.

Belangrijk punt van discussie vormt de recente nationalisatie van de Boliviaanse gas- en oliesector. Dit decreet van 1 mei treft vooral de investeringen van het Braziliaanse staatsenergiebedrijf Petrobras en het Argentijns-Spaanse Repsol-YPF.

De Boliviaanse president Evo Morales zei in Wenen dat zijn land die bedrijven niet financieel zal compenseren. Hij wordt hierin gesteund door zijn Venezolaanse ambtgenoot Hugo Chávez. De Braziliaanse regering van Luiz Inácio Lula da Silva zei gisteren hierover „perplex” te zijn.

Chávez greep de bijeenkomst ook aan om een oude vete met de Mexicaanse president Vicente Fox op te rakelen. Na een ruzie in november vorig verbraken ze de politieke banden. Chávez zei gisteren pas weer met Mexico te willen praten wanneer er een nieuwe president is. Op 2 juli zijn er verkiezingen in Mexico.

Een derde geschilpunt vormt de al maanden slepende ruzie tussen Argentinië en Uruguay over de bouw van twee papierfabrieken langs de Uruguayaanse kant van een grensrivier die beide landen scheidt. Argentinië zegt dat de fabrieken het water ernstig zullen vervuilen. (AP, Reuters)