Lange reeks renteverhogingen in het verschiet

Centrale bankiers in de hele wereld zijn jaren bezig geweest inflatie te zaaien. Nu worden zij geconfronteerd met de oogst. De meest voor de hand liggende reactie is een lange serie renteverhogingen.

Signalen dat de inflatie aantrekt, duiken vrijwel overal op. In Japan is eindelijk een eind gekomen aan de lange periode van deflatie. En in de VS is de inflatie van de consumentenprijzen verdrievoudigd, van 1,1 procent in 2002 naar de huidige 3,4 procent. In de eurozone en in Engeland is het hetzelfde verhaal: de inflatie is iets hoger dan de centrale banken wenselijk achten.

En het zou nog erger kunnen worden. De meest grondstoffenprijzen zijn de pan uit gerezen. Twee voorbeelden. De olieprijs is tot boven de 70 dollar per vat gestegen en de goudprijs tot boven de 700 dollar per ounce. Zulke stijgingen van de grondstoffenprijzen zullen slechts van geringe invloed zijn op de inflatie, die wordt immers gedomineerd door de arbeidskosten.

Maar als de werknemers te veel prijsstijgingen van basisproducten ontwaren, zullen ze op ruimere loonsverhogingen aandringen. Nu de winsten en de vraag hoog zijn, zullen vermoedelijk meer van die eisen worden ingewilligd. In de meeste grote economieën verwachten de consumenten al dat de inflatie zal toenemen.

De centrale banken in de wereld willen iedere inflatiespiraal de kop indrukken voor het te laat is. Hun instrument is het verhogen van de rente. Daarom is het geen toeval dat de verklaring van de Fed (de Federal Reserve, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) van afgelopen woensdag het inflatierisico benadrukte, evenals het inflatierapport voor de maand mei van de Bank of England. De rente zal niet iedere maand overal omhoog gaan. De meipauze van de Europese Centrale Bank kan worden gevolgd door een juni- of julipauze van de Fed. Maar er kan niet langer ook maar enige twijfel meer zijn over de richting.

Edward Hadas

Beursgang KKR-fonds geen mislukking

Is de Amsterdamse beursgang van een KKR-fonds niet een beetje in het water gevallen? De aandelenkoers van het met 5 miljard dollar gevulde fonds van de Amerikaanse investeringsmaatschappij is sinds de beursintroductie een week geleden immers met bijna 2 procent gedaald.

Maar wacht even. Net als bij veel beleggingsfondsen is de waarde van het KKR-vehikel gekoppeld aan zijn netto bezitswaarde (net asset value, NAV). In dit geval verkocht KKR de aandelen tegen de nominale waarde. En hoewel hun waarde sinds de beursgang is gedaald, is de NAV met maar liefst 5 procent gekelderd, door de 270 miljoen dollar aan vergoedingen die KKR aan de begeleidende zakenbanken betaalde. Als je dat in je overwegingen betrekt, is de aandelenkoers feitelijk gestegen naar een premie van 3 procent ten opzichte van de NAV, nog vóórdat KKR ook maar één transactie heeft afgehandeld. Lang niet slecht.

KKR zal dit niet luidkeels rondbazuinen. Om dat te kunnen begrijpen, moeten we teruggaan naar begin 2004, toen een aantal Amerikaanse bedrijvenopkopers probeerde soortgelijke fondsen - onder de naam "Business Development Companies" (bedrijfsontwikkelingsfirma’s) of BDC’s - te lanceren. De eerste beursgang van dit type - door Leon Blacks Apollo - was zo’n mislukking dat bijna een dozijn BDC-introducties stilletjes werd geschrapt. Het kostte Apollo negen maanden om de koers boven de introductieprijs te laten uitkomen.

KKR is zeker geen Apollo. Door meer dan driemaal de beoogde 1,6 miljard dollar binnen te halen, heeft KKR al het geld in kas dat het nodig heeft en bovendien ook nog eens een groot deel van de vraag afgeroomd. De heren Kravis en Roberts zullen er waarschijnlijk geen traan om laten als hun vehikel de markt voor imitators heeft verpest.

Jonathan Ford

Hoed u voor de struisvogel

De rechter in de Enron-zaak heeft deze week een struisvogel de rechtszaal binnengelaten. Preciezer gezegd heeft hij de juryleden de mogelijkheid gegeven de struisvogeltheorie in overweging te nemen bij het bepalen van hun oordeel of de voormalige Enron-functionarissen Kenneth Lay en Jeffrey Skilling beleggers hebben bedrogen.

Door deze theorie kunnen gedaagden worden veroordeeld als kan worden aangetoond dat zij doelbewust malversaties hebben genegeerd - dat wil zeggen hun kop in het zand hebben gestoken. Rechter Simeon T. Lake III zei dat hij de jury wilde toestaan Skilling en Lay „bewuste ontwijking” of „opzettelijke onwetendheid” te verwijten.

Er is weinig discussie over het gegeven dat Enron diverse methoden gebruikte om zichzelf winstgevender voor te doen dan het concern in werkelijkheid was. Belangrijker is de vraag of de gedaagden ervan op de hoogte waren dat er met de boeken was geknoeid. Zij zeggen dat financieel directeur Andrew Fastow de feiten voor hun verborgen hield. Zij betogen ook dat zij zich niet bewust waren van de details van de zwendel, omdat zij zich concentreerden op het leiding geven aan de activiteiten van 25.000 werknemers.

Maar het hele idee van behoorlijk bestuur is dat bestuurders door een systeem van delegeren in staat zijn hun ondergeschikten te controleren. De topman moet ervoor zorgen dat zijn bevelen worden uitgevoerd zonder dat zijn ondergeschikten hun toevlucht nemen tot overtredingen of misdaden. Als een werknemer de feiten actief heeft stilgezwegen, kan zijn baas niet verantwoordelijk worden gehouden, zeker niet strafrechtelijk. Maar als blijkt dat de baas vage opdrachten gaf en vervolgens zijn ogen sloot, is hij strafrechtelijk wel degelijk ter verantwoording te roepen. Lay en Skilling zullen moeten oppassen voor de struisvogel.

Dan Ackman