‘Ik word niet graag een actieve belegger genoemd’

In 1936 werd de Onderlinge Beleggings en Administratie Maatschappij opgericht om gelden te beleggen van nonnenkloosters die hun bezit buiten het antiklerikale Frankrijk wilden veiligstellen. Bij de beursgang in 1954 zijn de nonnen vervangen door particuliere beleggers. Rolf Stout beheert al 15 jaar het fonds, dat wereldwijd belegt in aandelen.

Is 15 jaar niet een beetje lang?

„Dat vind ik niet. In een volwassen industrie is vermogensbeheerder een carrière op zich, maar in Nederland zien veel mensen die baan als een tussenstap. Als manager ben je belangrijker, verdien je meer en ben je op weg naar de top. In het buitenland draait een fonds om de fondsbeheerder. Sinds Obam in 1954 naar de beurs ging, zijn er slechts vier fondsmanagers geweest. Maar die hebben wel bewezen dat ze beter presteren.”

Loopt u niet het gevaar dat u sommige dingen niet meer ziet?

„Bij beleggen weet je nooit hoe het zit, het is altijd anders. Wij proberen weg te blijven van het kortetermijnbeleggen. We beleggen strategisch in grote bedrijven voor de lange termijn en hebben daarnaast een aantal thema’s. Maar wat wij daarbij als de middellange termijn beschouwen, drie tot vijf jaar, is voor anderen een superlange termijn. De omloopsnelheid is bij ons laag, eens in de zes, zeven jaar. En er zijn aandelen die wij nog langer in portefeuille hebben. Ik heb er daarom moeite mee als ze me aanduiden als actieve belegger, alleen maar omdat wij afwijken van de benchmark. Wij richten ons daar bewust niet op. Als je een beheervergoeding van 1 procent vraagt, mag een belegger verwachten dat je beter presteert dan die index.”

U zit veel meer in Azië dan die benchmark, de MSCI World Index.

„Azië is iets meer dan 30 procent. Wij zijn vooral sterker vertegenwoordigd in landen als Korea en Indonesië, waar we eerder dan anderen ingespeeld hebben op herstel. Koreaanse bedrijven als Samsung, Hyundai Heavy en Hynix hebben het goed gedaan. Maar we hebben ook andere thema’s. Zo waren we rond 2002 en 2003 succesvol met ons fallen angel-programma, waarin wij belegden in bedrijven als ABB, KPN, Numico en Ahold. Toen iedereen eruit stapte omdat ze bang waren voor een bankroet, stapten wij erin.”

U mikt nu vooral op de energiesector?

„En de grondstoffen. Daarin zijn we heel succesvol geweest. En dat zijn we nog steeds. Wij zien dat analisten voorspellen dat de reële prijzen zullen dalen, maar dat geloof ik niet. De vraag zal hoog blijven en er is gewoon te weinig geïnvesteerd in het opsporen van nieuwe bronnen voor energie of grondstoffen. We stappen nu ook in de alternatieve energiebronnen, vooral zonnepanelen. Naast de schaarste aan fossiele brandstoffen, zie je dat veel landen nu echt moeite doen om aan de doelstellingen van het Kyoto-verdrag te voldoen om de uitstoot van CO2 te beperken.”

En van consumentengoederen moet u niet veel meer hebben?

„We zijn geruime tijd geleden uit bedrijven als Unilever gestapt om geld vrij te maken. De koopkracht nam af en dan kon je verwachten dat de concurrentie zou toenemen en de prijzen onder druk zouden komen te staan.”

    • Daan van Lent