Hé Turk, pak aan!

De werkloosheid onder allochtone jongeren is twee keer zo groot als onder autochtone. Discriminatie is aangetoond, de markt moet dat probleem maar oplossen. „Werkgevers leiden daaruit af dat de regering het niet meer van belang vindt.”

Werkzoekenden in het Centrum voor Werk en komen Inkomen in Rotterdam Foto Peter Hilz/Hollandse Hoogte Nederland, Rotterdam, 9 maart 2006 CWI Centrum voor Werk en Inkomen allochtone jongeren CWI is een Nederlandse organisatie die voor werkzoekenden het eerste aanspreekpunt is bij het vinden van werk of bij het verkrijgen van een WW of Bijstands uitkering. Werkgevers kunnen bij het CWI terecht voor personeelsbemiddeling en informatie over de arbeidsmarkt. Het CWI is de organisatie die ontslagvergunningen verleent en arbeidsrechtelijke informatie geeft. Het CWI werkt in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Onder het motto Hollandse Hoogte

In de dertien jaar dat José Leenders personeel aanneemt voor machinefabriek Van der Klift bv, het bedrijf van haar en haar man, heeft ze tientallen allochtone sollicitanten op gesprek gehad. Het kleine metaalbedrijf, gevestigd op een Rotterdams industrieterrein, heeft op de twaalf werknemers nu twee allochtonen in dienst, een Marokkaanse frezer en een Surinaamse draaier. Leenders vindt dat allochtone werknemers niet meer of minder problemen geven dan autochtone. Wel maakt ze met allochtone stagiairs en sollicitanten „meer rare dingen” mee.

„Wat ik typisch vind, is dat ze vaak met zijn tweeën komen solliciteren.” Ze denkt dat de tweede man, meestal een vriend of familielid, mee komt wegens de taal. En wat haar opvalt aan sollicitanten van Pakistaanse of Iraanse afkomst, is dat ze „enorme looneisen stellen. Dan denk ik: waar kom jíj vandaan.”

De laatste stagiair was op zijn eerste dag een half uur te laat en had zijn veiligheidsschoenen niet bij zich. De volgende dag belde hij op dat hij was ‘geraakt door de kou’. De derde dag kwam hij drie kwartier te laat. „Toen die knul er de eerste dag niet was, liep ik naar onze Marokkaanse medewerker en vroeg: is dit nou een Marokkaan? Ik wist dat niet, ik had alleen de naam gezien. Hij zegt: ja, dát is nou zo’n rotjochie dat het voor ons verpest. Daar moest ik zo om lachen. Ik zeg: maar als je die niet helpt, verandert er niets.”

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de werkloosheid onder allochtone jongeren ruim twee keer zo groot als onder autochtone, 26 tegen 11 procent in 2005. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat alleen in de steden meet, vond vorig jaar zelfs een werkloosheid van 40 procent onder jonge allochtonen. De economische vooruitzichten zijn voor hen ook het minst gunstig: ze zijn veelal laagopgeleid, terwijl naar verwachting vooral hoogopgeleiden gaan profiteren van de aantrekkende economie.

Wetenschappers zien hierin een gevaar. „De recente onlusten in Franse voorsteden vonden een belangrijke voedingsbodem in de hoge werkloosheid onder jongeren”, waarschuwden SCP-onderzoekers begin dit jaar. Jaap Dronkers, hoogleraar sociale stratificatie en ongelijkheid aan het Europees Instituut in Florence, zei vorig jaar in Intermediair over hoogopgeleide Marokkaanse jongeren: „Ze hebben meer kansen dan hun vaders uit Marokko, maar veel minder kans dan hun klasgenoten om een functie op niveau te veroveren. Daardoor raken ze gedesillusioneerd en die teleurstelling creëert radicalisering, fundamentalisme: daar ben ik van overtuigd.”

Hoewel uit onderzoek blijkt dat discriminatie voorkomt (zie kader) is het niet gangbaar de hogere werkloosheid van jonge allochtonen daaraan te wijten. Het midden- en kleinbedrijf geeft in de eerste plaats de jongeren zelf de schuld. „Allochtonen met een startkwalificatie in de techniek kunnen direct aan de slag om de duizenden vacatures in te vullen”, schreef André van Leest, beleidssecretaris onderwijs bij de Metaalunie, begin dit jaar in een persbericht. De boodschap was volgens hem vooral gericht aan allochtone jongeren die voortijdig het onderwijs verlaten. „Zij moeten zelf zorgen dat ze gekwalificeerd zijn voor een beroep. Er is plek zat.”

Minister Verdonk (VVD, Integratie) zei begin dit jaar dat niemand haar ooit een bewezen geval had getoond van discriminatie op de arbeidsmarkt. Zij en staatssecretaris Van Hoof (VVD, arbeidsmarktbeleid) lieten in reactie op de werkloosheidscijfers weten extra maatregelen niet nodig te vinden – bovenop de inspanningen voor jongeren in het algemeen.

De regering laat het probleem over aan de markt, concludeert de Nijmeegse hoogleraar rechtssociologie Kees Groenendijk. Eind 2003 gaf de regering volgens hem een duidelijk signaal door de Wet Samen niet te verlengen, die grote bedrijven en instellingen verplichtte allochtone werknemers te registreren om achterstelling zichtbaar te maken. „Werkgevers leidden daaruit af dat de regering het niet meer van belang vindt”, zegt Groenendijk.

Geen stageplek

De meeste allochtone jongeren gaan aan het werk tijdens hun opleiding. Daar ligt meteen het eerste probleem. Een onbekend aantal stopt met de studie omdat werkgevers hun geen stageplaats bieden. Discriminatie kan een rol spelen, al is dit niet onderzocht. Hoe dan ook: twintig procent van de Turkse en Marokkaanse jongeren en tien procent van de Surinaamse en Antilliaanse gaat van school zonder minimaal havo of een opleiding op mbo-niveau, zo blijkt uit het rapport Etnische minderheden op de arbeidsmarkt van het ministerie van Sociale Zaken. Onder autochtonen is dit vijf procent.

„Het aantal bedrijven dat face to face zegt: ik wil geen allochtonen, is klein”, ervaart Niko Persoon, actieleider Utrecht van het Landelijk Actieteam MKB-leerbanen. Samen met loopbaanbegeleider Abdellatif Harchaoui van het ROC Midden-Nederland regelt hij stageplaatsen en leerwerkbanen voor ROC-leerlingen. „Maar kijk je naar hun gedrag, dan moet je vaststellen dat er gediscrimineerd wordt. Drie leerlingen, van wie één allochtoon, schrijven een brief naar hetzelfde bedrijf; alleen de allochtone leerling wordt niet opgeroepen, of krijgt te horen: ‘we hebben al iemand’.” Eén jongen heeft drie weken in de bouw gewerkt, zegt Abdel Harchaoui. „Hij zei: ik kan wel een olifantenhuid hebben, maar de héle dag ‘hé zwarte, doe dit, hé Turk, doe dat’, dat hou ik niet vol.”

Maar, zeggen Harchaoui en Persoon, het tekort aan leerbanen wordt ook veroorzaakt doordat weinig mbo-studenten een beroep kiezen met veel werkgelegenheid. Bouw, metaal, techniek, schilderen, stofferen – stuk voor stuk sectoren die zitten te springen om personeel – zijn niet populair. Dat geldt zowel voor allochtone als voor autochtone leerlingen, maar bij de allochtone zijn de voorkeuren scherper. „Neem de detailhandel”, zegt Niko Persoon. „Veel allochtone leerlingen hebben een bijbaan in een winkel om geld te verdienen, maar daarna zijn ze weg. Daar ga je géén carrière in maken.” Abdel Harchaoui: „Allochtone studenten krijgen van huis uit het advies ‘schone’ beroepen te kiezen. Techniek is op het ROC Midden-Nederland voor 80 à 90 procent blank.”

Beroepen in de zorg, administratie, handel en ICT hebben een beter imago, maar daar is het aanbod van leerbanen en stageplaatsen kleiner dan de vraag. „Ik was pas op een school om studenten te matchen met leerbanen”, zegt Niko Persoon. „Zegt zo’n jochie: heb je een leuke baan voor mij? Ik zeg: wat wil je doen? Ja, geld verdienen. Waarmee? In de ICT. Zo’n houding bemoeilijkt de zaak natuurlijk wel. Ik denk dat werkgevers soms sneller bereid zijn hun vooroordelen opzij te zetten dan allochtone jongeren.”

Maar Abdel Harchaoui vindt dat autochtone werkgevers meer rekening zouden moeten houden met jonge allochtone sollicitanten. „De presentatie is heel belangrijk. Een gemiddelde allochtone mbo-leerling is daar niet goed in. Die zal je niet aankijken en vaak een houding hebben van: ik ga me niet bewijzen. Natuurlijk geef ik ze dingen mee: wees op tijd, zorg dat je netjes gekleed bent. Maar zo’n leerling gaat vaak voor het eerst op gesprek. Personeelsfunctionarissen zijn daar niet op ingesteld. Als je iemand hebt uitgenodigd voor een gesprek en zijn gedrag bevalt je niet, geef hem dan tóch de kans zich te bewijzen in het werk.”

Oma begraven

In de bescheiden fabriekshal van Van der Klift bv maken plaatwerkers, verspaners en andere specialisten machineonderdelen en gereedschappen voor de industrie. Net als de meeste metaalbedrijven heeft Leenders moeite vakmensen te vinden. Ze werft via via, bij een vacaturebank op internet, via de Metaalunie, heel soms via een advertentie in de krant. Ook zijn er stagiairs, die een enkele keer blijven.

Van de werkvloer hoort ze dat „Arabieren meer moeite hebben om van collega’s aan te nemen hoe ze iets het beste kunnen aanpakken”. Ze heeft een Marokkaan gehad die tijdens de ramadan niet vooruit te branden was. Een andere man bleef plotseling twee weken weg om in Suriname zijn oma te begraven. Een hindoestaanse stagiair kreeg op dag 1 hoofdpijn en kwam niet meer terug. Maar er was ook een goede hindoestaanse frezer. En haar Marokkaanse plaatwerker is al tien jaar in dienst. Onlangs ging hij mee met een personeelsuitje, naar een anti-slipcursus. Tijdens de ramadan mag hij een uur eerder weg, als hij daarvoor snipperdagen inlevert.

Leenders treedt allochtone sollicitanten onbevooroordeeld tegemoet, zegt ze. Als ze maar goed zijn in hun vak. Wel wil ze dat haar personeel goed Nederlands spreekt. „De samenwerking wordt beter als je ook in de kantine met elkaar kunt praten.” En ze heeft wel eens iemand geweigerd die een paar keer per dag wilde bidden.

Volgens de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) kan bij zulke eisen sprake zijn van discriminatie. Kennis van de taal moet relevant zijn voor de functie, zegt een woordvoerder. Dat is zo als de werknemer bijvoorbeeld vaak nieuwe instructies of ingewikkelde veiligheidsvoorschriften moet kunnen begrijpen. Wat betreft het bidden, zegt de woordvoerder: „Ik denk dat een werkgever daar gemakkelijk voorzieningen voor kan treffen. Als een werkgever dat op voorhand niet toestaat, stelt hij erg stringente eisen.”

José Leenders deelt die mening niet. „Zo iemand wordt niet gediscrimineerd op godsdienst, maar omdat hij extra pauzes wil. Dat is in een team van twaalf mensen erg lastig. Je krijgt al scheve ogen door rookpauzes.”

Anoniem solliciteren

Intelligence Group, een onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van de arbeidsmarkt, adviseert bedrijven en instellingen over ‘diversiteitsbeleid’. Directeur Geert-Jan Waasdorp heeft weinig klanten in het midden- en kleinbedrijf, maar bij grote bedrijven des te meer. Daar ziet hij „heel veel, heel snel” gebeuren om meer allochtone werknemers te werven. „Het aanbod van personeel is sterk aan het verkleuren, dus ze moeten wel.” Klant zijn onder meer Randstad, Rabobank, TNT en Delta Lloyd. Een bedrijf als ABN Amro hanteert sinds kort streefcijfers voor het te werven aantal hoogopgeleide allochtonen. „Dat doen we omdat de markt verandert”, zegt Ellen Simons, global manager diversity & inclusion bij de bank. „In Nederland zijn steeds meer allochtone startende ondernemers. Die willen we volgen.”

Volgens Intermediair is ABN Amro al jaren een van de populairste werkgevers. Zelfs op de islamitische website Elqalem.nl, die een ‘shitlijst’ publiceert van bedrijven waar allochtone sollicitanten geen kans zouden maken, kwam de bank als allochtoon-vriendelijk uit de bus. Toch komt de bank niet genoeg in contact met getalenteerde hoogopgeleide allochtonen, vindt Simons. „We komen ze onvoldoende tegen. Allochtonen zijn minder actief in studentenverenigingen. Ze werken vaker en meer naast hun studie. Hierdoor beginnen ze op oudere leeftijd en is hun cv-opbouw anders. Wij kijken hoe wij dit kunnen inpassen in ons aannamebeleid van trainees.” Anoniem solliciteren overweegt ABN Amro niet. „We vinden het beter om onze recruiters zo op te leiden dat ze niet zeggen het is Ahmed huppeldepup, maar: dat is een goede kandidaat.”

Simons kijkt ook wat er in andere landen wordt gedaan. „In Brazilië heeft ABN Amro bijvoorbeeld meer stageprojecten voor mensen die nog studeren. Dat willen we dit jaar in Nederland ook gaan doen.” De VS kennen wettelijke quota. Zijn die voor Nederland wenselijk? „Op dit moment niet, denk ik. Het is zinvoller intern de discussie te voeren over hoe ABN Amro hier vorm aan moet geven.” Zelf verwacht Simons dat het wel goed komt. „De markt ontwikkelt zich. Er is al zoveel ambitie en discussie in het bedrijf dat dat op zichzelf voldoende zou moeten zijn.”

Blanke oude mannen

Een van de grootste Nederlandse werkgevers is de overheid. Juist die loopt niet voorop bij het in dienst nemen van allochtonen, zegt Geert-Jan Waasdorp van Intelligence Group (IG). Neem de ministeries: dat zijn „blanke oudemannenorganisaties”. „De rijksoverheid legt de nadruk op voorkeursbeleid. Dat werkt averechts. Mensen willen niet aangenomen worden omdat ze allochtoon zijn, maar omdat ze goed zijn.” Uit onderzoek van IG blijkt dat 40 procent van de jonge allochtonen minder geneigd is te solliciteren als de advertentie aangeeft dat allochtonen daartoe nadrukkelijk worden uitgenodigd.

„Overheden kunnen nog veel winnen door zich te profileren als multiculturele organisatie”, vindt Waasdorp. „Zet ook eens een advertentie in de Telegraaf in plaats van de Volkskrant. Laat op je website zien wie er bij de overheid werken en gebruik daarbij beelden van werkvloer in plaats van in scène gezet reclamemateriaal.” Overheidsonderdelen die al stappen in die richting hebben gezet zijn volgens Waasdorp de douane, de Dienst Justitiële Inrichtingen, Defensie, de politie en verschillende gemeenten in de randstad.

De gemeente Nijmegen voert op voorstel van GroenLinks binnenkort het geanonimiseerd solliciteren in. Naam en geboorteplaats op sollicitatiebrieven worden in de eerste ronde weggelakt. Doel is discriminatie op afkomst te voorkomen, maar volgens een woordvoerder heeft de maatregel vooral een „symboolfunctie”. „We nemen niet zoveel nieuwe mensen aan wegens een personeelsstop.”

Het afgelopen jaar had Nijmegen veel vacatures en zijn er heel weinig allochtonen aangenomen. Volgens Judith Laarhoven, P&O-adviseur bij de Nijmeegse directie Inwoners, kwam dat deels omdat het veelal ging om specialistische banen. „Bij hogere functies heb je geen of een beperkt aanbod van allochtonen.” Maar ze ziet ook andere oorzaken. Zo worden er veel mensen aangenomen die al gemeente-ervaring hebben opgedaan in een kleinere gemeente. Voor loketfuncties, in principe geschikt voor mbo’ers, wordt een specifieke opleiding gevraagd, zoals ‘Burgerzaken’, die je kunt volgen op de bestuursacademie. Maar om daarvoor in aanmerking te komen, moet je het werk al doen. Voor jongeren, allochtoon of niet, maakt dat het moeilijk binnen te komen bij de gemeente, erkent Judith Laarhoven. „Je zou zo’n cursus ook door een externe kunnen laten doen. Dat is een keus.”

Sexy sectoren

Volgens Sadik Harchaoui, directeur van het multicultureel instituut Forum en lid van de Taskforce Jeugdwerkloosheid, roept de overheid bedrijven op hun verantwoordelijkheid te nemen, maar laat ze dat als werkgever zelf na. Hij vindt dat alle gemeenten streefcijfers zouden moeten opstellen. „Als je het een probleem vindt, en je wilt iets doen, dan moet je ook de ballen hebben om het te kwantificeren.”

De Taskforce jeugdwerkloosheid heeft tot doel in deze kabinetsperiode 40.000 extra banen voor jongeren te realiseren. Deze week stond de teller op 29.696. Niet bekend is hoeveel allochtone en hoeveel autochtone jongeren aan een baan zijn geholpen. Er zijn ook geen speciale activiteiten voor allochtone werkloze jongeren, hoewel zij twee keer zo vaak zonder baan zitten. „Het punt is: het zit niet meer op etniciteit”, zegt Harchaoui. „De jeugdwerklozen van nu zijn merendeels in Nederland geboren. Het gaat niet meer om taalbeheersing. Het gaat om: welke opleiding heb je, in welke stad woon je. In Rotterdam zijn bijvoorbeeld heel veel mensen nodig in de zorg. Kiezen allochtone Rotterdamse jongeren voor die opleiding?”

Harchaoui praat met enige tegenzin over discriminatie op de arbeidsmarkt. „Het is een pijnlijk onderwerp. Mensen ontkennen dat het bestaat.” Hij komt ze zelf tegen, de werkgevers die zeggen dat bij hen écht geen Antilliaan over de vloer komt. „Je krijgt verhalen van: ze kwamen altijd te laat en die en die zomer zijn drie jongeren ervandoor gegaan met de kas. Mijn standpunt is: aangifte doen bij de politie, klaar. Houden ze zich niet aan de regels, dan moet je ze ontslaan. Maar niet andere jongeren de dupe laten worden.”

Voor Harchaoui is discriminatie een gegeven waar niet zo veel aan te doen valt. Het moet bestreden worden, punt. Hij pakt liever andere grote problemen aan, zoals schooluitval. „Natuurlijk kan een werkgever niets beginnen met een jongere zonder opleiding en ervaring, die misschien ook nog eens de mores aan zijn laars lapt.”

Geanonimiseerd solliciteren vindt hij onzin. „Die mensen worden toch zichtbaar. We moeten praten over het feit dat mensen niet worden uitgenodigd om hun naam, niet via een u-bocht accepteren dat dat gebeurt. Ik zou als gemeente Nijmegen zeggen: we geven het hoofd P&O de opdracht vacatures binnen de gemeente ook open te stellen voor externen. En vervolgens niet accepteren dat er onderscheid wordt gemaakt.”

Hoogopgeleide allochtone jongeren beginnen voor veel sectoren sexy te worden, zegt Harchaoui. En ook in delen van het midden- en kleinbedrijf, zoals de metaal, ziet hij een groeiende bereidheid allochtonen aan te nemen. „Uit welbegrepen eigenbelang. Doe je het niet dan, moet je naar Polen. Ik vind dat een goede prikkel. Wij willen geen paternalisme, geen gezeik over afspiegeling. Bedrijven hebben dat idee allang verlaten. Die zeggen gewoon: ik moet monteurs hebben. Het is geen gunst, het is bittere noodzaak.”

    • Joke Mat