Hartritmestoornissen kunnen komen door corticosteroïden

Wat op basis van een aantal incidentele meldingen al werd vermoed, is nu bevestigd. In hoge doses verhogen corticosteroïden, veelgebruikte ontstekingsremmers, de kans op het ontstaan van boezemfibrilleren. Dat blijkt uit een onderzoek onder enkele duizenden ouderen in de Rotterdamse wijk Ommoord. Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis waarbij de wanden van de boezems van het hart snel en onregelmatig samentrekken. Het hart kan daardoor het bloed niet efficiënt door het lichaam pompen. De aandoening verhoogt het risico op andere hart- en vaatziekten aanzienlijk (Archives of Internal Medicine, 8 mei).

De Rotterdammers namen deel aan een langlopende studie van de gezondheid van ouderen. Die ging in 1991 van start met tegen de achtduizend vrijwilligers die toen 55 jaar of ouder waren. De onderzoekers gingen na bij welke deelnemers vóór 1 januari 2000 boezemfibrilleren was vastgesteld. Dat was bij ongeveer vierhonderd mensen het geval. De overige deelnemers aan het onderzoek vormden de controlegroep. Van beide groepen werd bij de Ommoordse apothekers nagegaan voor wie in de maand voor de diagnose een recept voor corticosteroïden was uitgeschreven. Deze ontstekingsremmers worden vaak aan ouderen voorgeschreven voor de behandeling van aandoeningen als astma, reuma, allergieën of vormen van bloedkanker. Uit de resultaten bleek dat mensen die deze middelen in betrekkelijk hoge doseringen kregen, ongeveer zes keer meer kans op boezemfibrilleren hadden. Bij mensen die lage doses kregen of de middelen niet elke dag hoefden te nemen, was het risico niet verhoogd. Daarbij maakte het niet uit voor welke aandoening de middelen waren voorgeschreven.

Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis. Ongeveer vier procent van de zestigplussers heeft er last van en dat aantal neemt toe met de leeftijd. Mensen die eraan lijden hebben vier tot vijf keer zoveel kans op een beroerte en ook een verhoogde kans op andere hart- en vaatziekten. Corticosteroïden waren al eerder met boezemfibrilleren in verband gebracht, maar de relatie was nooit eerder bij een grote groep patiënten aangetoond.

Van corticosteroïden is bekend dat ze verhoogde bloeddruk, diabetes en overgewicht kunnen veroorzaken, maar meestal alleen bij langdurig gebruik. De Rotterdamse onderzoekers denken echter dat deze medicijnen een afzonderlijk effect op het hartritme hebben, omdat ook mensen die ze voor het eerst in een hoge dosis kregen al een duidelijk verhoogd risico liepen.

Over het precieze mechanisme achter dit verhoogde risico doen de onderzoekers geen uitspraak. Aangezien de meeste mensen die boezemfibrilleren ontwikkelden al problemen met hun hart hadden, denken de onderzoekers dat de middelen deze bijwerking vooral bij dergelijke patiënten hebben. Om die reden en vanwege de ernstige gevolgen die de ritmestoornis kan hebben, pleiten de onderzoekers ervoor dat het hart van patiënten die met hoge doses corticosteroïden worden behandeld, regelmatig wordt gecontroleerd. Liefst al voordat de middelen worden voorgeschreven.

Huup Dassen

    • Huup Dassen