Een strenge leermeester

Dvd’s met schaaklessen van Kortchnoi kopen blijkt een goede zet, schrijft Hans Ree

De afgelopen weken keek ik naar de twee dvd’s van Viktor Kortchnoi die vorig jaar verschenen onder de titel My Life for Chess. Het stoffelijk overschot van mijn oude computer had ik in tranen naar de zolder gebracht, want ik houd niet van verandering op dit gebied, maar de nieuwe computer had in ieder geval het voordeel dat ik nu die dvd’s kon bekijken, die samen ongeveer zeven uur vullen met lessen van Kortchnoi.

Leuk is de brede lach op zijn gezicht en zijn glinsterende ogen, iedere keer als hij aan het eind van een partij zegt dat zijn tegenstander opgaf. Ook al is dat soms vijftig jaar geleden gebeurd, Kortchnoi kan er nog steeds met volle teugen van genieten.

Een van zijn lessen gaat over de Konings-Indische opening, die hij zeer dubieus vindt. Eerder had hij al eens de zwarte pionnen die in de hoofdvariant naar voren snellen vergeleken met soldaten in de Tweede Wereldoorlog die zich in de geest van de sovjetheld Alexander Matrosov eerst een stuk in de kraag dronken en dan zonder enige dekking recht op de vijandelijke stelling afstormden.

Op de dvd heeft hij weer veel kwaads te vertellen over het Konings-Indisch. Jeroen Piket had hij die opening af kunnen leren, maar een andere jonge speler, Joe Gallagher, was koppiger en bleef het doen, ook na de harde les die hij van Kortchnoi had gekregen in een partij uit het zonetoernooi in Dresden in 1998. Die partij was zo begonnen: 1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. Pge2 a6.

„Wat heb ik fout gedaan?”, vroeg Gallagher nadat hij de partij verloren had. „Dat belachelijke zetje 5...a6 natuurlijk”, zei Kortchnoi. Gallagher was verbluft en de volgende ochtend bij het ontbijt liet hij Kortchnoi een boek zien waaruit bleek dat Kasparov ook 5...a6 had gespeeld in die stelling.

Kortchnoi, die een goed geheugen heeft, vertelde Gallagher toen over een partij Bogoljubow-Aljechin uit 1934, die begonnen was met de zetten 1. d4 c5. Over zwarts eerste zet had Aljechin later geschreven: „Ik beschouw de keuze voor deze zet (die ten gevolge van mijn succes in deze partij een tijdje in de mode kwam) als een van mijn schaakzonden. Want al kan een kampioen, die ook maar een mens is, er niets aan doen dat hij af en toe inferieure openingszetten doet, hij moet in ieder geval vermijden om zetten te spelen die hij zelf als niet geheel betrouwbaar beschouwt.”

Aljechin besefte de verantwoordelijkheid van een wereldkampioen beter dan Kasparov, vindt Kortchnoi. De vergelijking gaat niet helemaal op, want in feite wordt het Kasparov niet alleen verboden om de zetten te spelen die hij zelf niet goed vindt, maar ook de zetten die Kortchnoi niet goed vindt.

Kasparov is overigens al zes jaar geleden opgehouden met het Konings-Indisch, wat ik toen erg jammer vond, want hij speelde er prachtige partijen mee. Op topniveau is de laatste grote liefhebber van die opening de jonge Teimoer Radjabov. Naar aanleiding van de volgende partij schreef Kasparov onlangs in New in Chess: „Deze opening heeft meer nodig dan goede voorbereiding; hij vereist het enthousiasme en het optimisme van de jeugd.” Kortchnoi zal het er mee eens zijn, al zou hij het zelf veel harder hebben geformuleerd.

Ivantsjoek – Radjabov, Linares 2006:

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. Pf3 0-0 6. Le2 e5 7. Le3 exd4 8. Pxd4 c6 9. f3 Te8 10. Lf2 Ook hier heeft Kasparov zijn hoefafdruk achtergelaten. Na 10. Dd2 d5 11. exd5 cxd5 12. 0-0 Pc6 13. c5 bracht hij tegen Karpov in hun match in 1990 het op het eerste gezicht verbluffende kwaliteitsoffer 13...Txe3. 10...d5 11. exd5 cxd5 12. 0-0 Pc6 13. c5 Ph5 Het begin van een lange reis naar e6. 14. Dd2 Le5 15. g3 Pg7 16. Tfd1 Le6 17. Lb5 Dd7 18. Tac1 Dit was een nieuwe zet. Men deed meestal 18. Pxe6 fxe6 19. f4. 18...a6 19. La4 Tad8 20. b4 Lh3 21. Dh6 Le6 22. a3 Dc8 23. Dg5 Dc7 24. Dd2 Tf8 25. Lc2 Lc8 26. Lb3 Pe6

Wit staat goed, maar het is moeilijk om verder te komen. 27. Pde2 De eerste stap op het slechte pad. Hij laat zwarts d-pion naar voren komen. 27...d4 28. Pd5 Db8 29. f4 Lg7 30. Dd3 Dit ziet er ook niet goed uit. 30...Pc7 31. Pb6 En hierna is het definitief mis met wit. 31...Lf5 32. Dd2 d3 Deze pion, die in het begin van de partij zwak was, is nu zwarts grootste troef geworden. 33. Pc3 Pd4 34. Lxd4 Lxd4+ 35. Kg2 Tfe8 36. Te1 Lxc3 37. Dxc3 Le4+ 38. Kf2 d2 39. Txe4 Txe4 Met een kwaliteit meer en een machtige vrijpion is de winst simpel voor zwart. 40. Td1 Ted4 41. Lc4 Pe8 42. De3 Kf8 43. De5 Dxe5 44. fxe5 Pc7 Wit gaf op.

    • Hans Ree