Een bruiloft in de bush van de Samburu’s

Moderne Kasao keert terug naar de bush van het herdersvolk de Samburu's om te trouwen. Hij voelt zich niet gelukkig. De keuze tussen oerinstinct en kennis heeft Kasao al vaker verscheurd.

Vrouwen van het nomadische herdersvolk de Samburu's in het noorden van Kenia slachten een geit en maken die klaar op rituele wijze. Foto Petterik Wiggers/Hollandse Hoogte Kenia, 20-8-2002 De Samburu in Noord Kenia. Samburu slachten een geit en maken die op rituele manier klaar. Mensen. Eten. Veeteelt. Foto: Petterik Wiggers/HH Hollandse Hoogte

Voor zonsondergang moeten onze stadskleren uit. We wikkelen een lendendoek rond het middel en slaan een roodgele deken over onze schouders. Met een zak pruimtabak, een verfblik vol koeienvet en een lege kalebas kruipen Kasao en ik de lage hut in. Dit is het onderkomen van zijn aanstaande schoonmoeder: we komen haar dochter Winnie ten huwelijk vragen. Ik ben zijn getuige. Kasao giechelt.

De schoonmoeder staart sip naar de presentjes. Hurkend op een koeienhuid in een rokerige stronthut was niet haar droombeeld van een bruiloft. Haar man wilde niet meekomen voor de ceremonies in de bush van de Samburu's. De familie van Winnie behoort tot de Meru, een boerenstam op de weelderige hellingen van Mount Kenya. Kasao is van het nomadische herdersvolk de Samburu in de zandbak van het noorden. Twee stammen, twee werelden. Een huwelijk dat hen verbindt.

Buiten de kraal dansen amechtige meisjes in een poging jonge krijgers te paaien. Er wordt die nacht ruimschoots gezongen, gelachen en gecopuleerd. Bij het eerste streepje zonlicht worden we gewekt. Twee krijgers tuigen Kasao en mij op voor de bruiloft. Vlak onder onze knieën binden ze lange repen leeuwenhuid. Ze beschilderen ons voorhoofd, haren, nek en borst met rode oker en behangen ons met kettingen.

Op stukjes leer aan onze voeten lopen we een rondje rechtsom de kraal, geleid door joelende krijgers. Dan moet het schoeisel af en gaan we voorlopig blootsvoets. Kasao vloert met enkele krijgers een stier. Hij zet een dolk in het achterhoofd, het schokkende beest krijgt een bundeltje kruiden tussen de klapperende tanden geduwd en de krijgers snijden zijn blubberende nekvel open. Het huwelijk is gezegend. Het feest kan beginnen.

Kasao en ik moeten bij elkaar blijven. We verwijderen ons van de eerste feestgangers. Zwijgend lopen we een uur in onbestemde richting, in een omgeving van grillige bergpunten, glooiende heuvels en schrale vlaktes. Een savanne zonder wegen, zonder mechanisch gebrom, zonder elektriciteit.

Hier ontmoette ik twintig jaar geleden het jochie Kasao. Hij was de eerste moderne Samburu met wie ik kennis maakte, de eerste ook uit de wijde omgeving die naar school ging. Bij het geitenhoeden las hij stiekem schoolboeken. Kasao koos voor een modern bestaan van onderwijs en vooruitgang en werd het zwarte schaap.

De keuze tussen oerinstinct en kennis heeft Kasao soms verscheurd. Bijna iedere Afrikaan kent die tweestrijd. Kasao verliet jaren geleden de bush van de Samburu maar keerde terug om volgens de stamcultuur te trouwen. Hij voelt zich er niet gelukkig.

Hij gooit een steen in de verte en begint een klaagzang over de oude Samburu-heren die slechts na lang beraad hun zegen wilden geven aan het huwelijk met zo’n vrouw van buiten. „De oude heren zijn veel te koppig.” Met zijn schoonvader kan Kasao ook al niet opschieten. Hij verdriedubbelde de standaard-bruidsprijs van de Meru's. „Overal zetten de oude heren zich tegen mij af. Ik wil tradities niet verloochenen maar ook de ogen niet sluiten voor de toekomst.”

Rond de kraal eten en dansen inmiddels ruim twee honderd uitgedoste Samburu's, ieder in zijn of haar eigen leeftijdsgroep. Overal branden vuurtjes waar geitenvlees wordt geroosterd. Een kleurrijke feestdag in de bush.

Bij het vallen van de avond beginnen Kasao en ik voorbereidingen te treffen voor de huwelijksnacht. Nog één nacht slapen we in het onderkomen van Winnies moeder. „Het is verschrikkelijk”, klaagt Winnie. Over haar rok draagt ze geitenvellen. Om haar nek hangt een ketting van giraffenhaar.

Een groep oude heren kruipt de duistere ruimte binnen. Ze rochelen. Tijd voor wijze woorden. „Daar heeft u toch geen bezwaar tegen”, richt een van hen zich tot de schoonmoeder in bloemetjesjurk. Hij snuit zijn neus en veegt zijn handen aan de muur. De moeder van Winnie kucht, zwijgt en antwoordt met trillende stem: „Nee, maar ik ben wel van de kerk.”

Na lange preken leggen we ons te rusten op koeienvellen naast het matras dat Kasao meenam voor Winnie. Er hangt een zoet rottende geur. Iemand trekt onder onze koeienhuid de ruggengraat weg van de geslachte stier. Een vastgebonden schaap stapt tussen mijn voeten en blijft daar de hele nacht blaten. Bij het ontwaken ligt er een dode koeienkop naast onze hoofden.

Na zonsopgang krijgen we melk gesproeid over onze voeten. Onverwacht mogen we onze ceremoniële sandalen weer aan. „Dat is tegen de traditie”, excuseert een oude heer zich, „maar met de vele veedieven tegenwoordig moet je ieder moment hard kunnen weglopen”. Kasao, ik en Winnie lopen linksom rond de kraal en hurken vier keer, zonder om te zien.

Aan het einde van de middag bouwen Samburu-vrouwen een woning voor het nieuwe echtpaar. Uit de wijde omgeving is een vrouw gekozen die nooit huwelijksproblemen veroorzaakte. Zij bepaalt de ligging van de hut. „Mijn moeder kwam daarvoor niet in aanmerking”, lacht Kasao. De woning van huiden en stokken is na twee uur klaar.

Die avond wijden we de woning in met vuur, gemaakt door het wrijven met twee stokjes op olifantenpoep, bijgelicht door een zaklantaarn. Ik bind bij Winnie repen schapenhuid rond het middel en over de schouders. Ze rilt. Een dikke rook vult de ruimte.

De volgende ochtend eindigt het huwelijksfestijn. Leeuwenleer, kettingen en andere attributen worden afgenomen, gevolgd door zegeningen met melk. Oude vrouwen spugen op onze handen. Ik trek mijn kleren aan. Winnie zucht van verlichting.

Kasao herneemt de controle over zijn leven. „Ik wilde trouwen met een vrouw die ik zelf had gekozen. Dat is gelukt”, zegt hij trots. „Ik deed het volgens de regels van de Samburu's. De oude heren kunnen me nooit meer iets verwijten. Ze zullen altijd bemiddelen als mijn huwelijk in problemen komt.”

    • Koert Lindijer