Dodelijk gokken in november

Justitie gaat met onderzoeken naar afpersing en liquidaties de georganiseerde misdaad te lijf. Maar begin november dreigde het mis te gaan door toedoen van een corrupte rechercheur. Een reconstructie.

Sporenonderzoek na de moord op vastgoedhandelaar Cees Houtman in Amsterdam-Osdorp Foto Klaas Fopma/Hollandse Hoogte Nederland, Amsterdam, 2 november 2005 Politie is bezig met sporen-onderzoek na de moord op vastgoedhandelaar Cees Houtman (45) op het Johan Braakensiekhof in Osdorp Cees Houtman was geen onbekende van justitie. Dat bevestigde een woordvoerder van het OM. De 45-jarige Houtman is naar verluidt een zakenpartner van de woensdagochtend geliquideerde John Mieremet. foto : Klaas Fopma/HH Hollandse Hoogte

Drie lijken in drie dagen. Opnieuw rode linten in de betere Amsterdamse buurten. Bewoners kijken met afschuw toe hoe de technische recherche in witte pakken het bloed van hun stoepen schraapt.

De rustieke Johan Braakensiekhof in de Amsterdamse wijk Osdorp staat vanaf woensdagavond 2 november 2005 op de lijst van hoofdstedelijke ‘liquidatie-locaties’. Even voor achten is hasj- en vastgoedhandelaar Kees Houtman voor zijn huis vermoord. Hij werd met zes kogels doorzeefd.

Het is de derde liquidatie van een vermeende sleutelfiguur uit de Amsterdamse onderwereld in minder dan 72 uur. De ronde begon op maandag 31 oktober met de onderwereldadvocaat Evert Hingst in Amsterdam-Zuid. Daarna volgde topcrimineel John Mieremet, hij werd woensdagochtend vroeg in Thailand vermoord. En nu Kees Houtman. Bij de doorgaans nuchtere misdaadbestrijders maakt de gebruikelijke onverschilligheid over moorden plaats voor paniek: wie is de volgende?

Eén ding staat vast. De geliquideerde mannen waren alledrie onderwerp van politie-onderzoek.

Maar hadden ze verder nog iets met elkaar te maken?

Tegen Evert Hingst, die had vastgezeten na de vondst van drie wapens en contant geld in een kluis op zijn kantoor, liepen twee onderzoeken naar witwassen van crimineel geld. John Mieremet werd verdacht van de afpersing van de erven van Willem Endstra, de in 2004 geliquideerde vastgoedmagnaat. Bovendien had hij veelvuldig contact met Heineken-ontvoerder Willem Holleeder. Ze zijn op dat moment allebei hoofdverdachte in het zogenaamde Kolbak-onderzoek naar afpersing in de vastgoedwereld.

En Kees Houtman?

Die bouwde in de jaren tachtig, samen met Mieremet, een reputatie op als bankrover. Maar de politie kende hem ook ergens anders van. Nog geen maand voor zijn dood sprak Houtman in het geheim met de politie over afpersing. Beschuldigde was niemand minder dan Willem Holleeder.

Op 2 november 2005 is Kees Houtman dood.

Hoe de puzzel in elkaar zit proberen rechercheurs, korpsleiding, officieren van justitie en de top van het openbaar ministerie in de dagen na de liquidatie uit te vinden. Zonder succes. Theorieën zijn er voldoende, bewijzen ontbreken.

Het gaat dan ook al snel over de vraag wie het volgende slachtoffer is. Hoog op de lijst, vermoedt de politie, staat Willem Holleeder.

Prullenbak

De situatie doet een aantal ervaren rechercheurs denken aan juni 1991. Toen werd Klaas Bruinsma voor het Amsterdamse Hilton Hotel neergeschoten. Naar Bruinsma, die op dat moment beschouwd werd als godfather van de Amsterdamse onderwereld, liep al jaren een strafrechtelijk onderzoek. Werk dat door zijn gewelddadige dood, grotendeels voor niets was geweest.

Dat scenario bezorgt menig rechercheur hoofdbrekens. Het zal toch niet gebeuren dat na Mieremet, ook Holleeder het leven laat? Dan kan er weer jaren recherchewerk de prullenbak in. Mieremet was samen met Holleeder hoofdverdachte in een omvangrijk onderzoek naar afpersing van vermogende handelaren in onroerend goed. Een van de slachtoffers was Willem Endstra. De vermoorde vastgoedmagnaat onderhield nauwe banden met hen.

Vlak na de moord op Houtman bepleiten een aantal rechercheurs de onmiddellijke arrestatie van Holleeder, al was het maar preventief. Ook de korpsleiding van de betrokken rechercheteams voelt wat voor het idee. Een arrestatie zou de kritiek op het onopgelost blijven van de liquidaties de Amsterdamse hoofdstad snel de kop indrukken.

Maar dat idee stuit elders op weerstand. Het landelijk parket, dat de leiding heeft over het onderzoek naar Holleeder, heeft grote bezwaren tegen een snelle arrestatie van de Heineken-ontvoerder. De zaak tegen Holleeder en zijn medeverdachten is op dat moment nog niet rond. En dat kan vervelende gevolgen hebben: wat als Holleeder weer snel moet worden vrijgelaten? Dat zou het vertrouwen in justitie nog verder schaden.

Na overleg met de top van het openbaar ministerie wordt besloten om Holleeder met rust te laten. Voorlopig. De betrokken rechercheurs schikken zich na enig morren in hun lot. Daar verandert niets aan als een week later een vierde betrokkene wordt doodgeschoten: George van Kleef. Hij is een oude vriend van de doodgeschoten Houtman en was overgestapt naar het kamp Holleeder.

Corrupte agent

Het openbaar ministerie heeft op dat moment een ander probleem. Daar hebben de rechercheurs in de Holleeder-zaak nog geen weet van. Er is een mol gevonden binnen de Nationale Recherche. Een agent die vertrouwelijke politie-informatie doorspeelt naar de onderwereld. Dit vermoeden bestaat al heel lang. Concrete bewijzen krijgt justitie twee weken voor de liquidatiegolf in handen bij een andere zaak die speelt in het najaar van 2005: het onderzoek naar de Hells Angels.

Op zaterdag 15 oktober 2005 wordt een select groepje rechercheurs in Amsterdam geïnformeerd over de politieactie tegen de Hells Angels die in de nacht van zondag op maandag zal beginnen. De rechercheurs krijgen twee draaiboeken met alle details over de 70 locaties door het hele land waar doorzoekingen moeten worden gedaan. Politie en justitie hopen die nacht de finale klap uit te delen aan de Hells Angels, de motorclub die sinds 1996 wordt beschreven als een ‘criminele organisatie’.

Rechercheur Jacques K. van de Nationale Recherche is een van die selecte groep mannen die de draaiboeken voor de actie meekrijgt. De 50-jarige Jacques K. is een ervaren rechercheur die al sinds de jaren ’70 voor de politie werkt. Sinds 15 jaar is hij betrokken bij de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Als K. de zaterdagse briefing verlaat, laat hij zijn ware gezicht zien. Vrijwel direct daarna, zo blijkt uit telefoontaps en observatieverslagen, probeert hij tevergeefs in contact te komen met een oude vriend. Hans van E. is zijn naam. Een oud-collega van het Amsterdamse korps. Iemand met een veel minder succesvolle carrière. Van E. werd begin jaren negentig ontslagen en vervolgd voor betrokkenheid bij hasj-handel. Hoewel hij niet werd veroordeeld, was de episode een onherstelbare smet op zijn blazoen. Hij zakt af naar het milieu dat hij als oud-agent van het Amsterdamse bureau Raampoort moest bestrijden. Hij gaat hasj telen, waarvoor hij wordt veroordeeld. Daarnaast gaat hij handelen in informatie. Hij valt op door zijn nog altijd goede contacten met politieagenten, banden met een aantal misdaadjournalisten, en ontmoetingen met criminelen.

Op zondag 16 oktober volgt de Rijksrecherche Hans van E. richting Purmerend. Daar belt hij aan bij het huis van de corrupte Jacques K. Wat binnen gebeurt, is onduidelijk. Het vermoeden bestaat dat vertrouwelijke informatie wordt uitgewisseld over de invallen bij de Angels. Dat leidt de recherche af uit een telefoontje dat Hans van E. die zondagmiddag pleegt met de Amsterdamse advocaat Nico Meijering, de raadsman van een aantal Angels. Daarin meldt Van E. dat Meijering ‘het druk krijgt’.

Wat Van E. daar precies mee bedoelt en of Meijering dat begrijpt en vervolgens iets met de informatie gedaan heeft, is onduidelijk. Daarom worden Hans van E. en Jacques K. op dat moment nog niet gearresteerd. Er is hard bewijs nodig, oordeelt de Rijksrecherche. Gevolg is dat K. gewoon in functie blijft bij team 4 van de Nationale Recherche en toegang houdt tot zeer vertrouwelijke informatie.

Dit is een voor de Nationale Recherche riskante beslissing. Ook omdat er op dat moment sterke vermoedens bestaan dat vertrouwelijke politie-informatie wordt verstrekt aan de bende van Willem Holleeder. Zo blijkt uit een observatieverslag van de Rijksrecherche dat Hans van E. in de zomer van 2005 een ontmoeting heeft met Dino S., een van de kopstukken van de Holleeder-bende. Bij diezelfde Dino S. worden die zomer bovendien vertrouwelijke stukken gevonden over Mink K., een ander kopstuk uit de onderwereld die onderwerp is van politie- en justitie-onderzoek.

Zo staan de zaken er voor in het begin van november 2005. De top van de Hells Angels zit in voorlopige hechtenis. Het onderzoek naar afpersingspraktijken van Willem Holleeder wordt doorkruist door vier liquidaties. En als klap op de vuurpijl is binnen het politiekorps waar deze onderzoeken lopen een corrupte agent ontdekt.

Tijd voor topoverleg. Onder regie van de nieuwe topman van het Openbaar Ministerie, procureur- generaal Harm Brouwer, wordt een aantal cruciale beslissingen genomen. Brouwer wil resultaten zien. Het college stemt in met een valstrik die wordt opgezet voor Jacques K. De corrupte agent van de Nationale Recherche moet zo snel mogelijk van straat, maar wel op een manier waarmee voldoende bewijs wordt verzameld voor zijn veroordeling.

Een arrestatie van Willem Holleeder blijft nog uit. Maar het onderzoek naar de Heineken-ontvoerder moet in een hogere versnelling worden uitgevoerd, zo krijgen de onderzoeksteams te horen. Samenwerken is het devies van procureur-generaal Brouwer.

De keurtroepen van de Nederlandse misdaadbestrijding werken door. Onder hoogspanning maar wel eendrachtig. Het doelwit is de Holleeder-bende.

Willem Frederik Holleeder, in het Amsterdamse milieu beter bekend als ‘de Neus’, begint na zijn gevangenisstraf voor de ontvoering van Freddy Heineken en diens chauffeur een nieuwe onderneming op de Wallen. Samen met zijn mede-ontvoerder Cor van Hout en zakenpartner Rob Grifhorst. Ze bezitten een aantal gokhallen op de Amsterdamse wallen, het sekstheater Casa Rosso en een aantal hoerenhuizen in Alkmaar.

In het Amsterdamse milieu is het begin jaren negentig zeer onrustig. Na de moord op Bruinsma valt zijn organisatie uit elkaar in verschillende groeperingen. Voor zover er in de Amsterdamse onderwereld überhaupt sprake is van regie, is die na de moord op Bruinsma volledig verdwenen. Holleeder, die de opkomst en ondergang van Bruinsma grotendeels miste door zijn celstraf, springt als slimme schaker in dat gat.

Hij sluit vaak en graag gelegenheidscoalities. In het midden van de jaren negentig werkt Holleeder steeds meer samen met John Mieremet, een van de oud-adjudanten van Bruinsma. In die periode leert ‘de Neus’ ook de andere leden van de Bruinsma-groep kennen wawaaronder een groep criminelen rond Mink K., de omstreden wapenhandelaar naar wie de geheime dienst AIVD uitgebreid onderzoek deed vanwege zijn corrupte contacten.

In 1996 komt er een einde aan het criminele huwelijk tussen Van Hout en Holleeder. Holleeder steekt over naar John Mieremet. Ze richten zich op afpersing van rijke handelaren in onroerend goed. Hun slachtoffers leren ze kennen via Willem Endstra, de steenrijke vastgoedmagnaat die aan de politie vertelde dat hij voor Holleeder en Mieremet crimineel geld investeert in stenen.

Holleeder krijgt ruzie met Mieremet, maar zijn afpersingspraktijk rendeert als nooit tevoren. Als Mieremet in 2001 afhaakt, gaat hij volgens Willem Endstra in zee met Dino S. en Stanley H., de twee oude vrienden van Mink K. Hun nieuwste slachtoffer heet Willem Endstra, die tussen 2002 en zijn dood in 2004 bijna twintig miljoen euro aan afpersingsgeld zou hebben betaald.

Endstra wordt zo ernstig bedreigd dat hij in 2003 kiest voor een vlucht naar voren. Hij gaat praten met drie rechercheurs van de Amsterdamse CIE, de ‘geheime dienst’ van de politie. Tussen maart 2003 en januari 2004 vertelt Endstra in detail over de Amsterdamse onderwereld. Het gaat over investeringen van crimineel geld in onroerend goed via zakenmensen van goede naam en faam. Over liquidaties in de onderwereld. Over omkoping van corrupte politie-ambtenaren. Endstra kleurt de al langer bestaande vermoedens van politie en justitie in met details waarvan ze alleen maar konden dromen. Politie en justitie willen de Endstra-tapes, zoals ze nu genoemd worden, gebruiken als bewijsmateriaal. Maar omdat Endstra geen aangifte durft te doen, kunnen ze pas na zijn gewelddadige dood in mei 2004 worden gebruikt.

Endstra is bang, onder meer omdat zijn afperser Holleeder beschikt over vertrouwelijke onderzoeksinformatie van politie en justitie. Voor Holleeder blijft niets geheim. Zo tipte Holleeder de vastgoedhandelaar ooit over een op handen zijnde inkijkoperatie in zijn kantoor. Endstra filmde dat bezoek met door Holleeder verstrekte opname-apparatuur. Justitie vermoedt nu dat deze informatie werd geleverd door de ex-agent Hans van E. en de corrupte rechercheur Jacques K. Zij zijn oude contacten van Mink K.,’s lands grootste wapenhandelaar, die hen in contact bracht met Holleeder.

De ironie wil dat Mink K. zonder het zelf te weten de weg vrijmaakte voor de arrestatie van Jacques K. Op negen januari dit jaar krijgt de corrupte rechercheur het verzoek om een proces-verbaal af te leveren op het hoofdkantoor van het Korps Landelijke Politiediensten in Driebergen. Het gaat om een verzonnen verbaal over een bijeenkomst van de vriendin Mink K. en een criminele kennis uit Spanje. Het gesprek zou volgens de informatie gaan over geld. K., die geen opzetje vermoedt, wordt in zijn auto gefilmd als hij het proces-verbaal onderweg op een parkeerplaats uit de gesloten envelop vist. K. ontmoet zijn contact Hans van E. twee dagen later in een café en meldt dat hij wat heeft voor Nico Meijering, de advocaat van Hans van E. en van Mink K. Van E. zoekt vervolgens contact met zijn advocaat en gaat bij hem op bezoek. Raadsman Meijering blijkt te goeder trouw en doet niets met de informatie.

Gok van Brouwer

Een paar dagen later, op 16 januari, worden Jacques K. en Hans van E. gearresteerd. Bij K. thuis worden zeer vertrouwelijke documenten gevonden over het onderzoek naar Willem Holleeder. Het gaat om een faxbericht. Daaruit blijkt dat K. beschikte over een zeer recent overzicht van de stand van zaken in het Holleeder-onderzoek, zo melden betrouwbare bronnen.

Hoe Jacques K. die stukken heeft gekregen, is nog onderwerp van onderzoek. Vast staat dat hij ze niet had mogen hebben. Of hij de informatie heeft doorgespeeld aan Willem Holleeder is onbekend. Deze wordt op 30 januari 2006, twee weken na de arrestatie van Jacques K., vlakbij zijn huis in Amsterdam aangehouden. De gok die Brouwer in november 2005 nam, heeft zich uitbetaald.

De arrestaties van de Heineken-ontvoerder en de corrupte rechercheur K. worden door het openbaar ministerie gezien als een cruciale stap in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. „Voor het eerst sinds lange tijd lijkt justitie weer grip te krijgen op een aantal onrustbarende ontwikkelingen van de afgelopen jaren”, concludeerde officier van justitie Fred Teeven, crimefighter van het eerste uur, afgelopen donderdag tijdens de eerste behandeling van de Holleederzaak. „Het herstel van de rechtsorde op dit punt, is een zware verantwoordelijkheid.”

    • Jan Meeus