Designdekens voor arme Afrikanen

Styliste Reny van der Kamp vroeg collega’s dekens te onwerpen voor arme dorpelingen in Dickson, Malawi, hoort Hedi de Vree

„Kennelijk heeft armoede een gezicht nodig om mensen te bewegen.” Reny van der Kamp, styliste en textielontwerpster in Amsterdam, kijkt een beetje alsof ze zich schaamt. Nergens voor nodig, want dankzij haar inspanningen zijn deze maand week 47 warme dekens in het dorpje Dickson in Malawi aangekomen. Eén voor elk familie. Een uitgebreide reportage in M, het maandblad van in NRC Handelsblad (september 2005) over Dickson, zomaar een dorp in Afrika waar armoede en honger deel van het dagelijks leven uitmaken, was genoeg om het geweten van Van der Kamp aan te spreken. Het verslag en de bijbehorende foto’s grepen haar zo aan dat zij voor het eerst in haar leven besloot in actie te komen voor mensen die ze niet kende. „Ik moest huilen en ik voelde mij machteloos. Wat sta ik te doen? Een supermarktshoot?”

luxe beroep

Van der Kamp bereidt fotoshoots voor, ze zorgt ervoor dat producten er aantrekkelijk uitzien. Dat noemt ze een ‘luxe beroep’. „Voor mijn vak moet in een samenleving ruimte zijn. In de meeste landen is wat ik doe ondenkbaar – in Dickson zou ik het niet uit kunnen leggen.”

Deze styliste is niet de enige lezer van het verhaal over Dickson die zich geroepen voelde iets te doen. De krant kreeg met vierhonderd brieven en e-mails een recordaantal reacties. Veel lezers boden geld aan en inmiddels is er een fonds opgericht voor Dickson en is er meer dan 27 duizend euro ingezameld.

persoonlijke actie

Geld geven vond Van der Kamp niet genoeg: „ Ik wilde mijn donatie naar een persoonlijk niveau brengen. Voor mij, en voor de ontvanger.” Ze besloot dekens naar Dickson te sturen. En door vakgenoten ervoor aan het werk te zetten hoopte ze ook nog het bewustzijn over armoede te verhogen. Dus stuurde ze haar collega’s en vrienden een brief met een plan en een ontwerp voor een deken. Op haar idee kreeg ze bijna veertig positieve reacties.

Maar ook waren er mensen die niet mee wilden doen. Zoals collega Rona Millenaar: „Die verplichte dankbaarheid die met zo’n project gepaard gaat stuit mij tegen de borst. Het is geheel onterecht dat die mensen in zo’n situatie leven, en ik doneer elk jaar geld. Maar ik vraag mij af of zij zitten te wachten op dekens naar onze smaak en stijl. Ik geef ze liever een hengel waarmee ze vis kunnen vangen.”

Van der Kamp heeft alles uit eigen zak betaald. Van haar collega’s vroeg ze een bijdrage in de vorm van arbeid: ze moesten de dekens zelf voeren, en het liefst zo creatief mogelijk. Dat heeft dan wel vrolijke, kleurrijke dekens opgeleverd, maar ook dure. Voor minder geld en moeite hadden er misschien twee keer zoveel dekens van een lokale markt naar Dickson gekund.

Maar Van der Kamp haalt over die kritiek haar schouders op. Voor haar telt: „Alles komt terecht waar ik het wil hebben.”

    • Hedi de Vree