De verkiezing in met Marx op een A4’tje

In het armere Oost-Groningen wortelde zich ooit het communisme. Maar de communistische partij NCPN heeft nu nog maar één raadslid over.

Standbeeld van de in 1992 overleden communistenleider Fré Meis in zijn geboorteplaats Oude Pekela. Oost-Groningen telt nog één communistisch raadslid. (Foto Sake Elzinga) Nederland-Oude Pekela - ( Groningen ) -13-10-2005 Beeld van Fre meis . Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Hans Heres (60), is na de gemeenteraadsverkiezingen van maart het enig overgebleven raadslid van de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN) in de Oost-Groningse gemeente Reiderland. Hij zegt: „We gaan strijdbaar verder. Meer aan de weg timmeren, want de mensen komen niet automatisch terug.” En dat ze terugkeren – daarvan is hij zeker. Heres zit aan tafel in het gemeentehuis in Beerta in de sober ingerichte fractiekamer van de NCPN. Aan de wand posters met de oproepen Yankee, go home! en Stop the BOMB. Hij heeft een schriftje voor zich liggen, waaruit hij soms spiekt. De vraag was: is het communisme niet op sterven na dood, in het ooit zo vuurrode bolwerk Oost-Groningen? De NCPN verloor bij de laatste verkiezingen in Reiderland drie van zijn vijf zetels. En vijf NCPN-raadsleden zegden hun lidmaatschap op. Ze braken met de oude garde, die geen kritiek zou dulden.

Heres en voorzitter Albert Schwertman (80) van de partij analyseren de verkiezingsnederlaag en de breuk met hun partijgenoten. „We zijn te weinig naar de mensen toegegaan”, beseft Heres. „We moeten meer manifesten in de brievenbussen stoppen.”

Dan was er de concurrentie van de SP. Heres kan het niet bewijzen, maar „ik heb het gevoel dat de landelijke SP mensen naar Oost-Groningen heeft laten verhuizen om hier mee te kunnen doen aan de verkiezingen”. De doodsteek was het artikeltje in het Dagblad van het Noorden van december 2005 waarin stond dat de NCPN onder de bevolking wilde collecteren om Milosevic een eerlijk proces te gunnen. „Dat waren we dus echt niet van plan, maar het zette wel veel kwaad bloed.” En de breuk in de partij? „Dat kwam door persoonlijke tegenstellingen”, weet Schwertman.

Na de Tweede Wereldoorlog bezat de CPN tot halverwege de jaren tachtig de absolute meerderheid in de Groningse gemeenten Finsterwolde en Beerta. In deze sociaal-economisch zwakke streek met zijn hoge werkloosheid schoot het communisme gemakkelijk wortel. Beerta had in de jaren tachtig de enige communistische burgemeester van Nederland.

Maar er kwam de klad in. De CPN hief zich in 1991 op en ging op in GroenLinks. Een jaar later stichtten oud-CPN’ers in Oost-Groningen de NCPN. In 1994 haalde die partij de absolute meerderheid in de gemeenteraad van Reiderland (sinds 1990 een samenvoeging van Finsterwolde, Beerta en Nieuweschans), met zeven van de dertien raadszetels. Koert Stek en Hans Heres werden wethouder.

Oude tijden leken te herleven. Maar een communistische broederstrijd deed het rode bolwerk barsten. De aanleiding was de Blauwe Stad, een groot woon- en recreatieproject, waarvoor een groot meer werd gegraven. Het meer zou rijke import moeten aantrekken en daarmee de economie versterken. Niet alle NCPN’ers waren even enthousiast. De tegenstanders richtten in 1999 een nieuwe partij op, de VCP met oud-NCPN’ers aan het roer. De NCPN haalde in 2002 toch nog vijf zetels en leverde een wethouder in Reiderland.

De communisten hebben in het verleden veel bereikt, erkent de opgestapte NCPN--fractievoorzitter Zwanie Tielman (51). „Maar de tijd van dogma’s en dictaten is voorbij.” Ze had er schoon genoeg van om in het gareel van de oud gedienden te moeten lopen. „Ik ben geen slaaf, maar heb een eigen mening.” Meer openheid is nodig, onderstreept ze. „Mensen tussen de 30 en 60 jaar moeten ruimte krijgen, nu zijn de ouderen de baas.” Dat Koert Stek (80) en Albert Schwertman (80) de jongere fractieleden onlangs voor „snotneuzen” uitmaakten, was voor Tielman de druppel. Ze overweegt eind dit jaar een nieuwe partij te stichten. Terugkeren in de NCPN is uitgesloten. „Ik heb het helemaal met die partij gehad.” Schwertman en Heres willen niet meedoen aan het „vuilspuiten”. Maar het vertrek van vijf raadsleden kwam hard aan. Ze ontkennen dat ze niet open stonden voor kritiek. Het opgestapte NCPN-raadslid Bert Jansen, tevens oud-voorzitter, bevestigt dat Heres en Stek de dienst uitmaakten. In de verkiezingstijd waren zij tegen pamfletten met eenvoudige slogans. „Ze kwamen met de onderbouwtheorie van Marx op een dichtbeschreven A4’tje aanzetten. Dat leest natuurlijk niemand.”

In de huiskamer van VCP’er Chris Steijvers (55) in Oude Pekela hangt de Che Guevara-vlag naast een beeldje van Jezus aan het kruis. Steijvers, geboren Brabander, mag de NCPN graag vergelijken met het katholicisme. „Met Koert Stek als onfeilbare paus. Zijn wil is wet. Hij bepaalt en Hans Heres is zijn marjonet.” Steijvers werd na zijn verhuizing naar Oost-Groningen, nu dertig jaar geleden, communist. De VCP is een splinterpartij geworden, geeft hij toe. „Maar wij moeten de communistische fakkel brandende houden, want de rol van de NCPN is in Oost-Groningen uitgespeeld.”

NCPN’er Hans Heres ziet dat anders. Hij verwacht kiezers terug te krijgen door actief te strijden tegen de dreigende herindeling. De provincie wil de Blauwe-Stadgemeentes Reiderland, Scheemda en Winschoten samenvoegen.

Over een ding zijn Heres, Jansen en Steijvers het wel eens: het communisme zal zegevieren. Jansen: „Eens zal het kapitalisme verdwijnen en wordt alle rijkdom op aarde verdeeld.” Steijvers: „We blijven strijden tegen onrecht en armoede, zodat er een samenleving is waar iedereen ontvangt naar behoefte en bijdraagt naar vermogen.”

    • Karin de Mik