De stelling van Wilfred Oranje: Freuds werk was nooit bedoeld om mensen gelukkig te maken

Honderdvijftig jaar na zijn geboorte lijkt de Weense keizer van de psychoanalyse een revival te beleven. Maar voor wie is zijn verzameld werk, dat dit jaar verschijnt, bedoeld? „Niet voor lieden die Freud een piskijker noemen”, zegt vertaler en Freud-kenner Wilfred Oranje tegen Elsbeth Etty.

Wilfred Oranje is literair vertaler en bezorger van de in november te verschijnen nieuwe Nederlandse ‘Sigmund Freud Werken’. Foto Maurice Boyer Joost Oranje, vertaler Freud Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060509 Boyer, Maurice

Het complete werk van Sigmund Freud (1856-1939) wordt uitgegeven in elf delen in een nieuwe Nederlandse vertaling, chronologisch geordend en voorzien van registers, een lexicon en concordanties. Mij verbaast deze Freud-revival. Ik dacht dat hij in wetenschappelijke kring omstreden is en zelfs als charlatan wordt beschouwd.

„Daar moet je mee oppassen. Ik ben zelf vertaler, geen wetenschapper, maar ik heb me laten vertellen dat tegenwoordig in de neurofysiologie en neuro-anatomie een aantal grootheden in de wereld terug is bij Freud. Ze bestuderen de functie van de hersenen in verband met manieren van dromen en de betekenis van dromen. De wijze waarop Freud in zijn Traumdeutung droomonderzoek beschrijft, heeft veel raakvlakken met die nieuwe richting. Dat maakt dat ik niet gauw zal zeggen: ach, die Freud is alleen maar een wonderlijke literair begaafde figuur geweest, die de boel erin heeft weten te luizen.”

Er is een Freud-festival gaande dat nog het hele jaar duurt, met lezingen en films. Moeten we dat serieus nemen of is het bedoeld voor een sekte gelovigen?

„Het is volkomen serieus en er is veel belangstelling voor. Eind september komt er zelfs een Droomnacht in de Stadsschouwburg in Amsterdam.”

Wat is bij dit alles het belang van de nieuwe uitgave van zijn werk in het Nederlands?

„Het belang is vooral dat deze uitgave, anders dan de vorige editie, chronologisch en niet thematisch is geordend en dat alle relevante teksten van Freud erin zijn opgenomen. En niet te vergeten de registers op trefwoorden en metaforen. Het idee is dat zowel leken als analytici makkelijk kunnen opzoeken wat Freud ergens zegt over bijvoorbeeld verleiding en incest of jaloezie tussen broers en zusjes.

„Je zoekt een vindplaats, begint te lezen en omdat Freud zo’n goede schrijver is blijven mensen doorlezen. Voor ze het weten zijn ze verkocht, al wil dat niet zeggen dat ze dan aanhanger van het psychoanalytische gedachtegoed worden. Liever niet!”

U bent daar zelf geen aanhanger van?

„Niet blind, maar ik vind wel dat Freuds werk verreweg het interessantste is dat er de laatste eeuw is gedaan op het terrein van de psychologie.”

Wie gaan de nieuwe Freud-vertaling aanschaffen?

„Ten eerste bibliotheken in binnen- en buitenland. Dan zijn er de geïnteresseerde leken en de analytici. Ik heb gemerkt dat er tegenwoordig analytici zijn, die geen Duits kunnen lezen.”

Ik zou liever niet in analyse gaan bij iemand die geen Duits leest. Hoe kun je Freud begrijpen als zijn woordspelingen en begrippen je ontgaan? Zijn die trouwens wel vertaalbaar?

„Zelfs de freudiaanse versprekingen zijn vertaalbaar. Ik heb, als het om hele subtiele dingen gaat, de Duitse tekst laten staan en in een voetnoot de letterlijke vertaling weergegeven, zodat een lezer een betrouwbare uitleg krijgt.

„Belangrijke begrippen als ‘Besetzung’ zijn ook goed te vertalen. Freud heeft het vaak over seksuele energie, de libido. Dan hanteert hij het begrip Besetzung: een liefdesobject wordt met libido besetzt. Dat kun je heel simpel vertalen met bezetting, omdat Freud dat woord bewust heeft ontleend aan het militaire jargon. Troepen komen een land binnen en bezetten dat land. Dat is een metafoor voor bijvoorbeeld seksuele energie in verliefdheid die je overdraagt op het liefdesobject.

„Die troepen kunnen ook weer worden teruggetrokken, dan wordt het land ontruimd en zo wordt ook het liefdesobject ontruimd. De libido wordt teruggetrokken. De Engelsen hebben voor Besetzung een niet bestaand Grieks woord bedacht, cathexis, dat zoveel betekent als iets ergens opzetten. Krankjorum. Het is een woord dat Freud nooit zou gebruiken. Hij wilde klassiek Duits schrijven. Hij was geschoold met Goethe, Schiller, Heine, Schopenhauer.”

U bent zelf vertaler van onder meer grote Duitsers als Goethe. Denkt u niet stiekem dat Freuds werk nog voornamelijk van culturele waarde is, meer van belang voor de interpretatie van kunst dan voor het genezen van psychische aandoeningen?

„Genezen is een duur woord, maar sommige patiënten hebben er baat bij. Hij blijft ook interessant voor cultuurhistorici en iedereen die zich in ruimer verband met psychoanalyse bezighoudt zoals in de filmkunde, de godsdienstwetenschappen, de antropologie. Freud heeft over van alles geschreven. Neem Totem en taboe – een prachtig boek.”

Zijn er veel schrijvers die zich hebben laten leiden door de ideeën van Freud?

„Ja, maar het werkte ook omgekeerd. Een beroemd geval is de Weense schrijver Arthur Schnitzler. In een brief schrijft Freud aan Schnitzler dat hij jaloers op hem is omdat hij langs intuïtieve weg dingen had bedacht en beschreven die hijzelf als wetenschapper moeizaam als edelmetaal uit het erts had moeten delven.”

Met andere woorden: om door te dringen in de menselijke psyche kan je beter wereldliteratuur lezen, en heb je Freud niet nodig.

„Nou, er zijn maar weinig schrijvers die echt psychologisch interessant zijn. Meestal is het boerenkool-psychologie. Veel schrijvers hebben last gehad van Freud. Neem Rilke, die werd door zijn vriendin Lou Andreas-Salomé in de jaren 1910 bij Freud gebracht met de bedoeling dat hij bij hem in analyse ging. Rilke heeft zich op het laatste moment teruggetrokken en gezegd dat – als hij het had gedaan – hij mogelijk geen gedicht meer had geschreven.

„Freud zelf heeft hetzelfde beweerd. Je kunt over Goethe en andere goede schrijvers een pathobiografie schrijven, vanuit een psychoanalytische invalshoek. Dan pel je zijn Oedipus-complex eruit of wat dan ook – maar dat werkt niet. Omdat je nooit te weten komt hoe iemand het voor elkaar heeft gekregen om, wat rondtolde in zijn hoofd, juist op die manier in die vorm op te schrijven. Freud vond dat je dat ook niet moet wíllen weten.”

Dus romanschrijvers en biografen hebben niets aan Freud?

„Dat zeg ik niet. Er zijn prachtige boeken geschreven door psychoanalytici zoals dat van Editha en Richard Sterba over Beethoven, van Marie Bonaparte over Edgar Allen Poe en Freud zelf over Leonardo da Vinci, maar het is een heel riskant genre. Wat kan het iemand nou schelen of een componist of schrijver zijn vader hevig heeft gehaat. Daar wordt de compositie of een roman toch niet beter van?”

Ik zie in uw boekenkast het verzameld werk van Simon Vestdijk – die maakte wel degelijk gebruik van de inzichten van Freud.

„Ja, maar dat leverde te weinig op. Het glinsterend pantser, een geweldige roman, wordt, zodra Freud er in doorklinkt, nogal schematisch. Vestdijk heeft daar zelf trouwens veel last van gehad. Die kon die verdomde Freud niet uit zijn hoofd krijgen.”

U begint het mij een beetje tegen te maken om dat verzameld werk aan te schaffen. Geef me één argument om het wel te doen.

„Je moet hem lezen omdat hij ongelooflijke boeken over ongelooflijke onderwerpen heeft geschreven: over telepathie en over de Mozes van Michelangelo, over kinderleugens, over de voors en tegens van seksuele voorlichting waarbij hij Multatuli aanhaalt – één van zijn favoriete schrijvers.”

Welke tekst van Freud uit het Verzameld Werk is geschikt om mee te beginnen?

„Zijn gebundelde colleges, een tekst van vierhonderd bladzijden uit de Eerste Wereldoorlog. Daarin vat hij alle onderdelen van zijn psychoanalytische denkbeelden samen: de droomleer, de versprekingen, de neuroseleer, de therapie, de techniek van behandelen, de seksuele ontwikkeling van het kind. Ook didactisch is dat ongelooflijk knap.”

Maar waarom dan toch die scepsis over Freud onder veel intellectuelen?

„Dat is typisch Nederlands. Wat me altijd verbaast bij zulke figuren uit het verleden van onze intellectuele beschaving is dat mensen roepen: ‘Dit en dat heeft hij verkeerd gezien’. Misschien is dat zo, maar moet je hem daarom bij het vuilnis zetten? Er zijn maar weinig van die debunkers die Freud echt kennen. Je hoort mensen spreken over ‘het onderbewuste’ bij Freud. Zodra iemand dat woord gebruikt dan weet ik: die heeft nooit een letter van hem gelezen. Freud had het over het ‘onbewuste’. Als zulke lieden Freud een piskijker noemen, denk ik: ga eerst je eigen pis eens bekijken.”

Hebt u overwogen zelf in analyse te gaan om Freud beter te kunnen doorgronden?

„Nee, natuurlijk niet. Ik ben geen neuroticus. Freud heeft gezegd dat psychoanalyse hooguit kan dienen om neurotisch ongeluk om te zetten in gewoon ongeluk. De psychoanalyse is er niet om mensen gelukkig te maken. Hetzelfde geldt voor de lectuur van Freud: lees hem vooral niet om er gelukkig van te worden of van je problemen verlost te raken. Als je dat doet word je een gelovige.”

    • Elsbeth Etty