De remmen werken niet

De Dow Jones-index schurkt tegen het record uit 2000 aan. Critici vrezen een vroegtijdig einde, anderen zien een sterke economie. „We onderschatten goed nieuws.”

NEW YORK, 13 MEI. - Eén uur vertelt het hele verhaal. Afgelopen woensdag, tussen twee en drie uur ’s middags lokale tijd, deed Wall Street waar het de afgelopen maanden zo goed in is geworden. Ze negeerde afremmende berichten en koos de weg naar boven.

De centrale bank maakte om twee uur bekend een nieuwe renteverhoging door te voeren. Beleggers aarzelen. Koersen dalen. En nog geen half uur later stijgen ze alweer, tot boven de slotkoers van de dag ervoor. De beurs vindt opnieuw de weg naar het slechten van het hoogste punt ooit.

Dit record werd op 14 januari 2000 bereikt. Nooit eerder stond beursgraadmeter Dow Jones op 11.722 punten. En nu, zes jaar en vier maanden later, schurkt de beurs al een week tegen de psychologische grens aan. Gisteren sloot de Dow Jones op 3 procent van het record.

„Vreemd aan dit beursklimaat is dat niemand erover praat”, zegt Charles Calomiris aan de telefoon. Calomiris is hoogleraar Financiële Markten aan de prestigieuze Columbia University in New York en lid van het National Bureau of Economic Research. „Ik zie daarvoor maar één reden: we hebben het goede nieuws moedwillig onderschat.”

Ook al daalden de koersen afgelopen donderdag en vrijdag, de maandenlange stijging van de Dow is opmerkelijk. Vorig jaar leverde de beurs 1 procent in, voor dit jaar bedraagt de stijging tot nu toe 8,6 procent. Grootste aanjager zijn de bedrijfsresultaten. De grootste Amerikaanse ondernemingen maken al elf kwartalen achter elkaar winst. Dat is de langste aaneengesloten periode sinds Thomson Financial deze gegevens in 1954 begon bij te houden. De groei lijkt nog niet af te vlakken. Het eerste kwartaal van dit jaar lag de gemiddelde winststijging van deze concerns op 14 procent.

Daarnaast is de Amerikaanse economische groei sterk. In het eerste kwartaal bedroeg deze 4,8 procent. Ter vergelijking: de Nederlandse economie is dezelfde periode met 2,9 procent gegroeid, en dat was het hoogste percentage in de afgelopen vijf jaar.

Tegelijkertijd namen de arbeidskosten in de VS maar met 0,6 procent toe – goed voor werkgevers – en lieten werknemers zich hierdoor niet kennen. De consumentenuitgaven namen toe met 5,5 procent. Opnieuw: goed voor het bedrijfsleven. Niet de lasten, wel de lusten.

Critici zien hierin ook gevaren. Consumenten moeten lenen om hun uitgavenpatroon op peil te houden. Dat kan niet goed blijven gaan. Als – met dit in het achterhoofd - het beursrecord gebroken wordt „zijn mensen vast opgewonden”, zegt strateeg Jeffrey Saut van Raymond James deze week in de Amerikaanse media, „maar ik vertrouw het niet”. En met hem anderen.

Hoogleraar Calomiris wil niet horen van dit soort doemdenkers. „Zij verspreiden dat zeurende gevoel alsof we het niet goed zouden mógen hebben.” Het is niet moeilijk deze dagen economen te vinden die dezelfde twee woorden blijven herhalen: ‘internet’ en ‘zeepbel’. Ze wijzen op de vorige keer dat records gebroken werden. En op hoe dat afliep.

Maar er zijn elementaire verschillen. De eerdere hausse werd geschraagd door de snelle opkomst van nieuwe technologieën en de kinderlijke verliefdheid van beleggers op elk bedrijf dat ‘iets met internet’ in het prospectus had staan.

Het was ook niet de Dow Jones waar de zeepbel zich afspeelde. Het was technologiebeurs Nasdaq. En ook al wordt nu gesproken over een tweede internettijdperk, Nasaq is nog lang niet terug op het oude niveau.

Deze maanden staan andere ontwikkelingen aan de basis van de beurskoers: consumentenbestedingen in de VS en groei in het buitenland. De markt kreeg dat pas laat door, en „heeft een hoop inhaalwerk te verrichten”, denkt Calomiris. Van een zeepbel is geen sprake.

Hij onderbouwt dat door te wijzen op alle drukkende factoren van de laatste maanden. Na de ongekende economische verwoestingen van de orkanen Katrina en Rita, najaar vorig jaar, was de overtuiging dat de economie een langdurige tik zou krijgen. Een kwartaal later was hiervan niets meer te zien. Nu olieprijzen stijgen, moeten bedrijven en consumenten daarvan last krijgen. Maar bedrijfswinsten groeien. En het aantal verkochte auto’s ook. „Samenvatting? Veerkracht.”

Dat bleek ook na de bekendmaking van de zestiende renteverhoging op rij, afgelopen woensdag. Centrale-bankpresident Ben Bernanke beoordeelt de economie als „vrij sterk”. Maar met een voorbehoud: „waarschijnlijk zwakt deze af tot een beter vol te houden gematigder tempo”. De oorzaken daarvoor zijn de afkoelende huizenmarkt en de invloed – op termijn – van de hogere energieprijzen en de renteverhogingen.

Beurzen houden niet van onzekerheid. Beurzen houden ook niet van inflatie. „Dus als de centrale bank erin slaagt de inflatie te beteugelen door de rente op een voorspelbare wijze te verhogen”, zegt Calomiris, „dan kan het gladjes verlopen, de komende maanden op de beurs.”

En gaat dat enthousiasme dan ook breder leven? Vast, denkt Calomiris. Kleine beleggers moeten zich immers nog melden. Die hebben de neiging om de beurs pas op te zoeken als er al winsten genomen worden.