De Polen komen niet – ze zijn allang in Nederland

De Polen komen, riepen veel inwoners van de oude EU-lidstaten.

Maar de Polen waren er allang. Met een eigen bedrijf of gewoon illegaal.

Poolse delicatessen in de Haagse Zoutmanstraat. De worstjes zijn in de aanbieding. Foto Roel Rozenburg Den Haag:9.5.6 Poolse winkel. © foto/roel rozenburg Rozenburg, Roel

Den Haag, 13 mei. - Ze komen voor de Poolse worst, de Poolse augurken in zout en het Poolse brood. Zeggen de klanten van de winkel Polskie Przysmaki (Poolse Specialiteiten) in de Zoutmanstraat in Den Haag.

Aan wie je het deze zonnige middag ook vraagt, ze zeggen allemaal hetzelfde: het Nederlandse vlees en brood is niet lekker. „Écht niet goed”, zegt de Tsjechische Bogusia Goralik. „Net papier.”

De klanten in de Poolse winkel willen biologische producten, geen chemische rotzooi, geen E-nummers. Brood en vlees met échte smaak. En ze komen hier natuurlijk voor de typisch Poolse producten die je sowieso niet in de Nederlandse supermarkten ziet: pirogi (pasteitjes) en Poolse meikaas.

„De Polen komen!” was sinds 2004, toen Polen toetrad tot de Europese Unie, de teneur in de media. Maar de Polen zíjn er allang. Ze wonen hier, ze werken hier, ze zijn min of meer Nederlanders geworden. En ze komen allang niet meer louter illegaal naar ons land, maar ook steeds meer legaal.

Het aantal Polen dat naar Nederland emigreert, is in Nederland van 39.815 in 2005 toegenomen tot 45.564 op 1 januari 2006. De Polen waren het afgelopen jaar de grootste groep nieuwkomers in ons land.

Bianca, de Nederlandse verkoopster in de winkel die tevens vloeiend Pools spreekt, had dat in de Zoutmanstraat al gemerkt. „De Polen waren hier altijd al, maar niemand zag ze, omdat ze illegaal waren. Nu laten ze zich zien.”

Neem de man van Agnieszka Muchowicz. Hij heeft een mobiel autopoetsbedrijf, zegt zijn vrouw, die in de winkel tijdschriften staat te bekijken. „Iemand belt hem en dan komt hij met zijn spullen de auto’s wassen”, verduidelijkt ze. Zelf heeft ze geen werk.

De clientèle van Polskie Przysmaki is vrij representatief voor de Poolse gemeenschap in Nederland, zegt Bianca. De Polen in haar winkel zijn jong, werken vaak nog illegaal (vooral in de bouw), hebben geen vastomlijnd toekomstplan en leven bij de dag. Ze reizen door Europa. „Ze pakken wat ze pakken kunnen”, zegt Bianca.

„Ik heb geen plan”, zegt een jonge Poolse bouwvakker, „weet ik veel waar ik over tien jaar ben.” „Misschien ga ik binnenkort voor mijn neef werken in Engeland, die heeft een bouwbedrijfje”, zegt een andere.

De Polen krijgen het steeds beter in Nederland, zegt Henk Nieuwenhuis, die een adviesbureau voor Polen runt, het ‘Polen informatie- en bemiddelingscentrum’. Ze wonen weliswaar sober, vaak beginnen ze in vakantieparken, maar de woonomstandigheden zijn niet meer zo erbarmelijk als vroeger. „Polen zijn zelf ook veeleisender geworden”, zegt Nieuwenhuis. „Hoewel Polen die hier illegaal zijn soms nog wel uitgebuit worden.” Ze wonen inmiddels overal, maar vooral in Den Haag, in de Betuwe, in de buurt van Alkmaar en in Limburg.

Nederlanders zijn ook welwillender geworden tegenover de Polen, signaleert Nieuwenhuis. „We zien in dat we ze nodig hebben voor werk waarvoor een tekort aan arbeidsplaatsen bestaat: in de bouw, in de metaal, in de tuinbouw.” Nieuwenhuis hoort nog wel vaak van de Polen dat ze gediscrimineerd worden door de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie. „Poolse zelfstandigen worden kritischer bekeken door instanties dan autochtone Nederlanders. Daar helpen wij dus bij.”

De jonge Polen in de winkel hebben geen last van heimwee, zo blijkt. Agnieszka Muchowicz mist haar familie maar verder niets. „Het is hier zoveel beter. De cultuur, het contact dat je hebt in winkels met de mensen. In Polen is de sfeer nors”, tolkt Bianca.

„Hier hoor je goedemiddag als je in het park op een bankje zit. Dat leren we van jullie”, zegt Muchowicsz Ireneusz, die een biertje drinkt met Bianca in het tuintje van de winkel. Hij heeft een rode hanekam in zijn haar gemodelleerd en een piercing in zijn lip. Hij is nog feller. „Polen? No thanks. Fucking fascistisch, katholiek land”, spat hij bitter. „Ik ga nooit meer terug.”

Waar vind je nou zoveel feesten met dj’s, zoveel live muziek, zoveel coffeeshops en restaurants, zegt ook Kamil Massely, de eigenaar van de delicatessenzaak. En Nederland was ook altijd het makkelijkste land om je te vestigen. „Ikzelf dacht bijvoorbeeld toen ik hier in augustus 2004 kwam: er zijn hier zoveel Polen, ik begin een winkel in Poolse delicatessen. Ze moeten toch iets eten.” En wat ook meespeelt: je bent ook zo in Nederland, vanuit Polen. „Je kan er naartoe liften. Why not, zeggen we dan. We hebben niets te verliezen.”

Hoe de toekomst eruit ziet voor Poolse migranten in Nederland? Verwacht wordt dat het aantal Polen dat naar Nederland komt, nog zal toenemen vanaf 1 januari als het hun ook wordt toegestaan voor een werkgever te werken (zie kader). Maar Nieuwenhuis verwacht „geen vloedgolf over de lange termijn”, zegt hij. Hij denkt dat het aantal Polen in Nederland na een paar jaar is „genivelleerd”: „Ten eerste geloof ik dat de arbeidsbehoefte aan Poolse vaklieden al voor 80 tot 90 procent is ingevuld. En waar het zal leiden tot verdringing van Nederlandse arbeidskrachten, zal dat het meest gelden voor allochtonen.” De Polen die hier blijven, zullen goed integreren. „De cultuurverschillen met Nederlanders zijn veel kleiner dan bij Turken en Marokkanen.”

De bouwvakkers in de winkel blijven nog wel even, zeggen ze. Eigenlijk is het enige nadeel van Nederland dat er meer controle is gekomen op werkvergunningen, de laatste maanden. Wat doet ze als er controle komt? „Tjsiek, tsjiek, tsjiek”, wappert er een met zijn handen. „Het dak op!” Hij is nog nooit gepakt.

Met medewerking van Inger Kuin

    • Japke-d. Bouma