De korjaal komt te laat Een ramp maar ook een test

De Nederlandse tv houdt morgen een actie voor de watersnood in Suriname. In het land zelf hebben de overstromingen inmiddels ook politieke implicaties gekregen.

ROTTERDAM, 13 MEI. - Granman Belfon Aboikoni maakt zich kwaad. Het groot-opperhoofd van de Saramaccaners, een van de groepen bosnegers in het land, klaagde deze week in het Dagblad Suriname dat hij wordt genegeerd door zijn regering. Die heeft hem gepasseerd bij het opzetten van hulpacties voor het binnenland. En president Ronald Venetiaan heeft nog steeds geen contact met hem gezocht. Was hij dan niet de eerste die de overstromingen afgelopen weekend via Radio Apintie wereldkundig maakte? En was het niet zo dat de regering daar toen nog helemaal niet van op de hoogte was?

Het is een bekend Surinaams sentiment: het binnenland tegenover de stad, Paramaribo, ‘het bos’ tegen de stadsmensen. Tientallen jaren al klagen de bewoners van het binnenland, een kleine minderheid van alle Surinamers, dat hun woongebieden worden achtergesteld en dat de regering geen belangstelling voor hen heeft. Ja, behalve in verkiezingstijd. Want door het het Surinaamse kiesstelsel zijn er in de buitengebieden relatief veel zetels in het parlement te halen. Dus als de campagnes aanbreken, luidt de anekdote, zakken de politici in korjalen de rivieren af met buitenboordmotoren als cadeaus. Maar als de stemmen zijn binnengehaald, hoort men vijf jaar niets meer van hen.

Maar nu is er de watersnood. Die heeft het binnenland weer nadrukkelijk tot buiten de grenzen (en dan met name in Nederland) op de kaart gezet. Andermaal klinken de verwijten, zoals die van Aboikoni, of beschuldigingen dat de hulp te laat op gang komt en dat de overstromingen in eerste instantie niet serieus werden genomen. ‘Binnenland verzoop terwijl politici zaten te feesten’, kopte het Dagblad Suriname boven een artikel waarin werd beschreven hoe ’s lands politieke top het verjaardagspartijtje van een minister vierde „terwijl het binnenland al twintig uur ondergelopen was”. Inmiddels heeft de regering in Paramaribo alle zeilen bijgezet. Voorzitter Paul Somohardjo vindt dat het parlement „van minuut tot minuut” op de hoogte moet worden gehouden van de ontwikkelingen. Er is een crisiscentrum ingericht waar president Venetiaan, ministers en andere politici zich regelmatig laten zien. En ex-rebellenleider Ronnie Brunswijk, nu zakenman en parlementariër, stapte in de helikopter om de getroffen gebieden te inspecteren. Zo zijn de overstromingen binnen enkele dagen een politiek onderwerp geworden. „De politieke bonzen proberen nu te scoren”, zegt Jack Menke, socioloog en politiek onderzoeker over de telefoon: „Iedereen is er op uit om hier een successtory van te maken.”

Suriname Een ramp maar ook een test

De intensieve aandacht van de politiek voor de overstromingen heeft niet alleen te maken met de ernst van de gebeurtenissen, maar zeker ook met de huidige krachtsverhoudingen binnen de Surinaamse regering. Het derde kabinet-Venetiaan, dat na de verkiezingen van mei vorig jaar aantrad, steunt noodgedwongen op een zeer brede coalitie, waarbinnen een sleutelrol is weggelegd voor de A-Combinatie.

Deze bundeling van binnenland-partijen, waaronder de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (ABOP) van Brunswijk, haalde een uitstekend electoraal resultaat. Zo kreeg ze in het oostelijke Marowijne-district meer dan 25 procent van de stemmen. Met vijf van de 51 zetels in de Assemblee hielp de A-Combinatie het Nieuw Front, de samenvoeging van vier etnisch georiënteerde ‘oude politieke partijen’ aan een meerderheid. Dat was noodzakelijk, want het Nieuw Front verloor bij de verkiezingen fors, deels aan de A-Combinatie.

In ruil voor hun steun sleepten de binnenlandpartijen drie ministersposten binnen, waaronder het departement van Regionale Ontwikkeling. Dit centrale ministerie voor het binnenland-beleid wordt bemand door oud-onderwijzer Michel Felisi, die nu ook de hulpacties coördineert.

„Voor de A-Combinatie wordt het heel belangrijk hier voordeel uit te halen”, zegt Menke. „Dit is hún gebied, dit zijn hún mensen. In de verkiezingscampagne van vorig jaar heeft de A-Combinatie de tegenstelling tussen stad en platteland sterk benadrukt. Nu moeten ze laten zien dat ze meer kunnen dan alle andere partijen.”

Dat laatste is een belangrijk aspect. Vele regeringen lang is het binnenland volgens veel bewoners niet serieus genomen. De honderden miljoenen Nederlandse ontwikkelingshulp kwamen nooit bij hen terecht. De verwoestingen na de binnenlandse oorlog tussen Bouterse en Brunswijk in de jaren tachtig werden nooit structureel hersteld. Illegale goudzoekers vervuilen de rivieren in het zuiden. Medische posten of scholen functioneren vaak gebrekkig. En in de wegen naar Atjoni, Albina of Afobaka worden de gaten steeds groter. Het is, zo zeggen critici, een kwestie van onverschilligheid en onkunde. De centrale overheid in Paramaribo liep in het binnenland vaak achter de feiten aan. De vele kleine woongemeenschapen, meestal gelegen langs de rivieren, zijn van oudsher het achterland van de kerken en non-gouvermentele organisaties (ngo’s), die in deze gebieden over goede infrastructuur, contacten en kennis beschikken. In veel gevallen houden zij, en niet de overheid, de scholen en ziekenhuisjes draaiende, zetten ze projecten op en zorgen voor werkgelegenheid. Niet voor niets spelen de kerken en de ngo’s ook de afgelopen week bij de overstromingen weer een cruciale rol in de hulpverlening.

Met de komst van de A-Combinatie in de regering moet het binnenland-beleid vanuit de overheid meer prioriteit krijgen, ook buiten verkiezingstijd. Dat bleek in de praktijk overigens nog niet makkelijk. Al snel na de kabinetsdeelname begon de achterban te morren en moest A-Combinatie leider Caprino Allendy zijn electoraat voorhouden dat men „het beleid niet kan voeren, maar slechts kan helpen meebepalen”. Maar bij de hulpverlening na de overstromingen wordt van de A-Combinatie verwacht dat ze het voortouw neemt. Voorlopig, zo waarschuwen velen, lijkt dit nog maar het begin: de regentijd is pas twee weken oud en te vrezen valt dat het binnenland nog wel even op de Surinaamse politieke agenda blijft staan. Hoe serieus neemt ‘de stad’ het binnenland; niet alleen nu, maar ook later, bij de wederopbouw van de getroffen gebieden? Zo zijn de overstromingen in het binnenland niet alleen een ramp voor de bewoners, maar ook een testcase. Voor de A-Combinatie én voor alle andere politieke partijen.

    • Joost Oranje