‘De Afghaanse politiek is een mijnenveld’

Er is weinig reden tot optimisme over de missie naar Uruzgan, meent Kamerlid Farah Karimi. „Het vechten begint er nu pas echt.”

De op Nederlands aandringen benoemde, nieuwe gouverneur van de Afghaanse provincie Uruzgan, Abdul Hakim Munib, heeft onlangs gedreigd zijn functie op te geven, omdat hij zich niet voldoende gesteund voelde door de centrale regering van president Karzai. „Zo gaat het niet”, had hij tegen Karzai gezegd – volgens GroenLinks-Kamerlid Farah Karimi die vorige week Munib sprak in de Afghaanse hoofdstad Kabul. „Hij zei te weinig manschappen, te weinig wapens en te weinig munitie te hebben”, vertelt Karimi. „En dat toen hij munitie wilde kopen, dat door tegenwerking niet lukte.”

Karimi vraagt zich af of dat niet samenhangt met de nauwe band die de president had met diens voorganger, Jan Mohammed Khan. Die is vervangen op aandringen van Nederland, dat deze zomer 1.400 militairen naar Uruzgan stuurt. Karimi heeft ook Khan gesproken, „in het huis van de broer van Karzai, dat is veelzeggend”. Karimi vraagt zich af of het niet nog steeds Khan is, die in Uruzgan achter de schermen aan de touwtjes trekt. „De Afghaanse politiek is een mijnenveld.”

Karimi, die voor GroenLinks tégen het sturen van Nederlandse militairen naar Uruzgan stemde, is met afstand het best over Afghanistan geïnformeerde Kamerlid. Vijf keer is ze er geweest, voor het eerst in 2000, nog onder het Talibaan-bewind. Met haar Iraanse achtergrond spreekt ze het aan Perzisch verwante Dari, een van de nationale talen van Afghanistan. Het laatste bezoek stemt haar niet optimistisch.

Veel teleurstelling onder Afghanen over het democratisch proces is, meent Karimi, het gevolg van het feit dat veel macht bij de warlords van vroeger is gebleven. „Heel vaak zijn dat leiders die heel veel mensen hebben vermoord, en die vaak nu nog machtiger zijn dan vroeger, omdat ze nu ook economische macht hebben, veelal ontleend aan papaverteelt en drugshandel. Net als in Irak later zag de Amerikaanse regering aanvankelijk weinig heil in langzame processen van nation building en de opbouw van de democratie in Afghanistan. De terroristen verslaan en de Talibaan verdrijven – dat was het. De gevolgen van die benadering zijn nu duidelijk.”

GroenLinks is in principe voorstander van de Navo-operatie ISAF omdat „de gedachte steeds is geweest: eerst worden de gebieden veilig gemaakt en dan komt ISAF. Maar in Zuid-Afghanistan gebeurt precies het tegenovergestelde – het vechten begint er nu pas echt”, concludeert Karimi. Daarom heeft GroenLinks ook niet met de Nederlandse missie in Uruzgan ingestemd. „Zelfs in regeringskringen hebben Afghanen mij gezegd: de Nederlanders zijn gek dat ze daarheen gaan. Hele districten zijn in handen van de Talibaan gevallen, die eigen districtsbesturen, politiechefs en rechtbanken hebben ingericht. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat de nieuwe gouverneur en het Nederlandse PRT (Provincial Reconstruction Team) voorshands veel meer kunnen doen dan een beetje macht uitoefenen over de hoofdstad van Uruzgan, Tarin Kowt. Veel wordt gevochten om de controle over de wegen in Uruzgan.”

Minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA), deze week eveneens in Kabul, toonde zich ‘bemoedigd’ door de voor hem naar Kabul overgevlogen stamhoofden van Uruzgan, die verklaarden anti-Talibaan te zijn. Karimi heeft haar twijfels: „Bot heeft niet zo lang gepraat met die stamhoofden. Bij de eerste ontmoeting zegt iedereen in eerste instantie dat alles prima, perfect en zo is. Pas na vier à vijf kannen thee kom je er een beetje achter wat er werkelijk aan de hand is.”

„Op veel plaatsen is de keuze: aansluiting bij de Talibaan, of volstrekte wetteloosheid. In al die decennia burgeroorlog was overleven alleen mogelijk door het sluiten van coalities – nu dus met de Talibaan. Maar zeker zijn de verwachtingen onder de stamhoofden over de Nederlanders zeer hoog gespannen: dammen, wegen en banen. Scholen hebben in hun ogen minder prioriteit, en zeker niet voor meisjes. Wel weer ziekenhuizen. Dat wordt nog een heel probleem, want waar haal je de dokters en verpleegsters vandaan? Geen Afghaan wil daar werken – veel te gevaarlijk.”

Als de Nederlandse troepen straks aan wederopbouw niet toekomen en voortdurend moeten vechten, dient de regering terug naar de Kamer te gaan. „Dan heeft het parlement een mandaat verleend voor een heel andere missie dan die in werkelijkheid is.” Maar de recente opmerking van minister Kamp (Defensie, VVD) dat Nederland zich onder omstandigheden zou kunnen terugtrekken, was een blunder. „Ik had vóór die uitspraak al Afghanen ontmoet, die vrezen dat de Nederlandse eenheden straks als de zwakste schakel worden beschouwd. Dan komen de Talibaan in de verleiding al hun gevechtskracht op de Nederlanders te concentreren, in de gedachte dat die zich dan wel terugtrekken.”