Beter worden van ziekenhuizen

Het Slotervaartziekenhuis staat op het punt te worden overgenomen door een particuliere investeringsgroep. Tot heden is het verboden, ziekenhuizen commercieel te exploiteren en winst uit te keren aan aandeelhouders, maar dat verbod wordt geschrapt. Zo komt de weg open te liggen voor aansturing van gezondheidszorg door financiële kencijfers en winstmotieven. Minister Hoogervorst van Volksgezondheid hoeft alleen maar te zeggen dat hij de erkenning van het ziekenhuis handhaaft, en dan kan de overname voor het eind van het jaar rond zijn. Slotervaart zou als commercieel ziekenhuis een primeur zijn, maar het ziet er niet naar uit dat het die unieke positie lang zal houden.

Deze week werd er in Ede een congres gehouden onder de titel ‘Het ziekenhuis als BV’, dat zich in een flinke belangstelling mocht verheugen. Natuurlijk waren er allerlei adviseurs op het gebied van fusies en overnames en vertegenwoordigers van investeringsfondsen, die de nieuwe ontwikkelingen met veel belangstelling volgen. Maar ook waren er ziekenhuisbestuurders en medisch specialisten om te horen wat er aan het gebeuren is en wat er straks allemaal kan. En om intussen alvast eens een gesprekje aan te knopen met een investeerder en een slimme adviseur.

Ziekenzorg was in vroeger tijden een van de zeven werken van barmhartigheid, naast hongerigen te eten geven, dorstigen laven, kleden wie geen kleren heeft, onderdak bieden aan vreemdelingen, gevangenen bezoeken en de doden begraven. Dat deed je omdat je begaan was met de mensen die door tegenspoed of ellende getroffen waren, en vaak vanuit een besef van ‘daar had ook ik kunnen staan’. ‘Compassie’ werd het woord voor dat plaatsvervangend voelen. Wie dan ophield met zijn bezigheden en zich bekommerde om wie daar lag of zat, die betrachtte barmhartigheid. Een vreemd, ouderwets woord is dat. Het is een letterlijke vertaling van het Latijnse misericordia, en dat bestaat uit miser, arm, en cor, hart. Armhartigheid dus eigenlijk, en dat heeft mij lang bevreemd. Wie zich bekommert om een ander is toch juist rijk van hart? Maar het zit anders. Wie armhartig is, is opgehouden met behartigen, het behartigen van zijn belangen. Een armhartige schort het behartigen op. Hij denkt even niet aan het werk dat vandaag nog af moet, of over de vraag wat het kost, deze vreemdeling te helpen en wat hij ermee opschiet.

Als tweejarige ben ik in een kinderziekenhuis opgenomen, vertelden mijn ouders later, omdat mijn hele spijsverteringssysteem in staking was gegaan. Er ging niets meer in en niets meer uit. Ik had het leven kennelijk een tijdje aangezien, en de conclu-sie getrokken dat ik niet meedeed als dit de spelregels waren. In dat ziekenhuis, het oude Sofia in Rotterdam, was er een verpleegster van wie ik nooit meer zal weten dan dat ze Zuster Muus heette. Die zag dat kleine joch aan en werd door compassie bewogen. Urenlang heeft ze bij me gezeten, me gewiegd, tegen me gepraat, en me zo de zin in het leven teruggegeven. Volgens mij was dat barmhartigheid want ze had vast nog veel meer te doen, en als er in die tijd productie- en efficiencystatistieken werden bijgehouden dan heeft ze daar in die weken erg slecht mee gescoord. Ze behartigde even niet haar belangen en zag alleen dat kwijnende mensenkind.

Hoe zou het gegaan zijn, met mij en met Zuster Muus, in een ziekenhuis als het toekomstige Slotervaart? Is er plaats voor barmhartigheid als er aan het eind van het jaar een vergadering is van aandeelhouders, die willen weten hoe het zit met de winst per aandeel, en met de gerealiseerde opbrengsten en de behaalde marge per patiënt?

Het is mogelijk dat het allemaal goed gaat, onder één voorwaarde. Die is dat iedereen in het ziekenhuis het erover eens is waar ze het ook alweer voor deden, namelijk zieke mensen beter maken. Dat is in een ziekenhuis misschien een gemeenplaats of een vanzelfsprekendheid, en voor hoogopgeleide types is dat vaak een reden om het er niet over te hebben. Dat is een misverstand. Vanzelfspre-kendheden spreken niet vanzelf, ze moeten telkens opnieuw worden uitgesproken. Gemeenplaatsen, de dingen waar we het over eens zijn, moeten elke dag opnieuw bevestigd worden. Anders hebben we het na verloop van tijd alleen over onze geschillen.

Als ‘zieke mensen beter maken’ het leidende principe is, weet iedereen in de organisatie blindelings wat hem in zijn rol te doen staat. En kan hij ieder ander daarop aanspreken. Dan heeft de bestuursvoorzitter te zorgen dat hij voor dat gezamenlijke doel bijvoorbeeld verpleeg- en behandelcapaciteit vrijmaakt door de overhead- en rapportagelast zo licht mogelijk te maken. Dan weet de nieuwe CFO, de chief financial officer die straks in de raad van bestuur van het nieuwe Slotervaart zit, dat hij bankiers, verzekeraars en kapitaalverschaffers moet interesseren om hun geld in zijn ziekenhuis te steken. En tegelijkertijd dat hij hen met een vlammend zwaard moet weghouden van de behandel- en verpleegafdelingen. Daar vindt het kernproces van het bedrijf plaats, de gemeenplaats van zieke mensen beter maken, en dat gaat niet goed als er belangen behartigd moeten worden. Maar hij mag ook de specialist ter verantwoording roepen die slordig omspringt met kostbare behandel- en verpleegcapaciteit. Dat leidt tot geschaad vertrouwen bij de financiële partijen, en dan is er over vijf jaar geen geld om nog steeds zieke mensen beter te maken.

‘Structure follows strategy’ was de kernboodschap van de oude managementprofessor Igor Ansoff. Je moet eerst weten waar je heen wilt, en daar zoek je de structuur en de middelen bij die het meest geschikt zijn om je er te brengen. Kan een commerciële organisatievorm met financiële belangen dienstbaar worden gemaakt aan het doel van zieke mensen beter maken? Het is misschien niet de ideale vorm, maar als regelgeving, budgetten en omgevingsfactoren die kant uit duwen, moet het wel. Dan moet iedereen wel erg opletten dat doel en middelen niet van plaats verwisselen. Het doel van het ziekenhuis is niet rijk te worden met ziekenzorg. Het doel is ziekenzorg, en als het dienstig is dat sommige partijen daar rijk van worden, dan zij dat zo. Maar houd ze uit de buurt van de nazaten van Zuster Muus. Als die straks geen ruimte meer hebben voor compassie en barmhartigheid, komt de dood in de pot.

    • Johan Schaberg