Berustende attitude en het recht van de sterkste

Filosoof René Boomkens (Opinie & Debat, 29 april) stelt dat we als gevolg van de globalisering, de verspreiding van `populaire cultuur` en de daarmee gepaard gaande, ongewilde chaos, afscheid moeten nemen van modernisme, rationaliteit en de maakbare samenleving. ”Moet je naar een oplossing daarvoor zoeken? Dat is nog maar de vraag. Dat wij ons ontheemd voelen is niet zo erg.” In plaats daarvan bepleit Boomkens een vage attitude die hij ”continuïsme” noemt: een ”besef van identiteit [...] in een permanent chaotische omgeving”, een ”pragmatisch vertrouwen” in ”democratische tradities die we hebben opgebouwd”.

Wat in zijn betoog ontbreekt, is de bereidheid actief verantwoordelijkheid te nemen voor het verdedigen van bepaalde elementaire waarden die, als dat niet gebeurt, het onderspit zullen delven tegen het recht van de sterkste.

Voorbeeld. Het bestuur van mijn woonplaats Arnhem heeft een ongebreidelde toename van lawaaiproducerende `evenementen` tot beleid verheven, om ”de stad als concurrerend merk op de kaart te zetten”. Bewoners van woonwijken die er niet tegen kunnen tien of twintig keer per jaar thuis een dag lang in het gedreun van laagfrequente bastonen (bv. housemuziek of `dance-mechanisch`) te zitten, hebben volgens dit beleid ”de mogelijkheid hun huis te verlaten”.

De door Boomkens gepropageerde, berustende attitude is alleen aantrekkelijk voor leden van een elite die zelf de privé-middelen heeft om zich aan maatschappelijke wantoestanden te onttrekken. Voor mensen in een meer kwetsbare positie is het essentieel dat moderne, rationeel gefundeerde grondrechten als `het recht op rust` (art. 24 Universele verklaring rechten van de mens) of `het recht op de eigen woning` (art. 8 Europees verdrag voor de rechten van de mens) serieus worden genomen. Wij kunnen het ons niet veroorloven zulke rechten filosofisch te laten wegzweven op de zachte tonen van het continuïsme.

    • Michiel Jonker