Belastingvrij?

Staatssecretaris Wijn schaft de loonbelasting af voor beroepssporters en buiten- landse sportteams bij finales en toernooien in Nederland. Doel: meer sportevenementen binnen- halen. Goede zaak?

Dick Molenaar, belastingadviseur bij All Arts, een kantoor dat veel beroepssporters adviseert: „Het principe dat je buitenlandse sporters die in Nederland prijzengeld winnen of startersgeld incasseren, in eigen land belast, juich ik toe. De meeste landen hebben het zo geregeld, en het systeem werkt naar behoren. Er is alleen één ‘maar’: de staatssecretaris bevoordeelt sporters uit de dertien landen – waaronder Spanje, België, Duitsland en Japan – die een verdrag met Nederland hebben gesloten, waarin is vastgelegd dat alleen de Nederlandse belastingdienst mag heffen na een toernooi in ons land. Neem de Europa-Cupfinale in Eindhoven, woensdag. Een Spaanse club wint. Maar omdat Spanje zo’n verdrag met Nederland heeft gesloten, worden de spelers van Sevilla in Nederland noch Spanje belast. Had Middlesbrough gewonnen, dan hadden zijn spelers in Engeland belasting moeten afdragen. Wijn schafte de loonbelasting voor buitenlandse sportteams daags voor de finale af. Of de spelers van Sevilla daardoor extra gemotiveerd waren om te winnen, is niet te bewijzen. Maar de uitslag (4-0, red.) doet dat wel vermoeden.”

Frits Algie, bestuurslid van NL Sporter (onderdeel FNV), een organisatie die opkomt voor de belangen van topsporters: „Molenaar schetst een onjuiste voorstelling van zaken. Want de Nederlandse fiscus behoudt nog steeds het recht om de voetballers van Sevilla te belasten na het winnen van de UEFA-Cupfinale, alleen mag zij daarvoor niet meer bij de organisator van het evenement aankloppen. In plaats daarvan zal de fiscus bij de Spaanse belastingdienst moeten nagaan hoeveel de voetballers hebben verdiend. Toegegeven: dat levert veel rompslomp op. Daarom zeg ik: pas die verdragen aan. Dan heeft niemand er meer last van.”

Harry Been, directeur voetbalbond KNVB: „Wij zijn al jaren met het ministerie van Financiën in gesprek, omdat de loonbelasting een steeds groter obstakel ging vormen voor de toewijzing van internationale toernooien en finales aan de KNVB. Bij het EK in 2000 (dat Nederland samen met België organiseerde, red.) konden wij nog een regeling treffen met de Belgische fiscus en de Europese voetbalbond. Maar de UEFA gaf ons destijds ook te kennen: voor jullie tien anderen. Of wij nu meer kans maken het WK van 2018 binnen te slepen betwijfel ik; de meeste andere kandidaten heffen geen loonbelasting bij internationale voetbaltoernooien.”

Marcel Hunze, directeur van het internationale grastennistoernooi Ordina Open: „Buitenlandse tennissers storen zich al jaren aan die loonbelasting. Ik probeerde hun als toernooidirecteur zoveel mogelijk compensatie te verlenen: een gratis vlucht naar Wimbledon, een gratis hotelkamer voor hun coach of hoger startgeld. Zo werd die belastingheffing voor een deel goedgemaakt. Hoewel ik niet denk dat buitenlandse tennissers Nederland meden vanwege die regeling, sluit ik niet uit dat het spelersveld sterker wordt nu hij is afgeschaft.”

Danny Hesp, voorzitter van de VVCS, een vereniging die de belangen van contractspelers behartigt: „Om wat voor maatregel gaat het, zegt u? Dat moet ik even bij mijn collega navragen.” Na enkele minuten: „Buitenlandse sporters moeten in hun eigen land belast worden, lijkt ons. Schrijft u maar op: een goede zaak.”

John Schumacher, woordvoerder van de internationale voetbalbond FIFA in Zürich: „Voorafgaand aan elk groot voetbaltoernooi kunnen nationale bonden een bod doen. Het is een open en eerlijk proces. Welk land uiteindelijk als favoriet uit de bus rolt, hangt van meerdere factoren af. Dat nationale belastingwetgeving lang niet altijd de doorslag geeft, bewijst het wereldkampioenschap voetbal onder 21 jaar (dat vorig jaar in Nederland werd gehouden, red.).”

    • Danielle Pinedo