Almere – Muiden

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week langs de voormalige Zuiderzee

Onder de zachte berken schuiven fouragerende spreeuwen door het gras als figuurtjes in een computergame. Passend geluid komt van de grootzeilschoten in de haven van Almere, ze tinkelen tegen de aluminium masten. Ik passeer een tot bloembak omgekatte betonmolen en bereik het eerste van de Gooimeerstrandjes. Het is vroeg, al zomer-warm en de kleine baai berust nog onder gezag van zeven futen. In het grote meer waar het op uitkomt vegen wat zeiltjes de horizon aan. Het meer glimt van genoegen en kust smakkend de kust.

Een bende aalscholvers duikt onder rondom de staken van de palingnetten en vliegt vervolgens mee met een passerende gang soortgenoten. Hun snavels zijn goed voor een scherp profiel, hun veren dragen ze als een goedgesneden maatpak, hun attitude is charmant en onverschillig. Aalscholvers zijn geboren filmhelden, bij voorkeur te casten als maffiosi.

Intussen probeert man wijs te worden uit de routebeschrijving plus het kaartje naast de tekst plus de realiteit van de witrode vlaggetjes op palen en hekjes. Het een heeft op deze route meermalen weinig te maken met het ander. Man heeft richtingsgevoel (daar is hij een man voor), dus belanden we toch op het rechte pad in het Kromslootpark.

Maar dat is geen park. Het is bomengewoel van els en wilg en ondergroen. Alles heeft, volgens de Flevolandse traditie, wild mogen doorgroeien, en nu lijkt het een enorme blad- en twijgmachine, aangedreven door een kikkerkoor met een raadselachtig doel.

Hier heersen de berenklauwen. Zouden die ook aangelegd zijn? Ze overdonderen alles met hun veelgepunte bladeren. Glanzend in het licht werpen ze elkaar schaduwen toe. Ze gaan onstuitbaar groot worden.

Ik zie de snelweg en ik hoor hem. Ik was hem vergeten, en nu helpt hij ons over de Hollandse Brug. Van die oversteek had ik me een straffe komedie van licht en water voorgesteld, met pleziervaart onder vogelvlucht. Maar het looppad zit gevangen tussen A6 en het spoor. Uitzicht er is niet. Wel wandelcorvee.

Onder en achter snelwegen steken vaak mooie ruige gebiedjes. Hier ook. We dalen af. Kleine muggen zijn er aan de zwier, er wordt gevlinderd in geel en wit. Uit het dichte groen duikt een jongen op, drie Dalmatiërs springen om zijn kuiten. Man informeert naar de andere 98. „Och, ik kan ze niet allemaal tegelijk meenemen”, grapt de jongen routineus.

Na een grasdijk langs de badderplekjes aan het IJmeer met zwanen die het synchroon-zwemmen beoefenen, materialiseert het Muiderslot. Een schotelantenne boven een slotgracht is mal.

16 km. Kaarten 30, 31, 32 uit: Pionierspad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2004. Tussen Muiden en Almere-Haven rijdt regelmatig bus 157. Inl. tel. 0900 9292 of www.9292ov.nl