Zachtaardige ‘Babi Jar’

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest, Praags Filharmonisch Koor. Gehoord: 10/5 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 12,14/5. Res.: (020) 671 8345. Radio 4: 14/4 14.15 uur.

Nog slechts voor de tweede keer geeft het Koninklijk Concertgebouworkest uitvoeringen van Sjostakovitsj’ Dertiende symfonie ‘Babi Jar’, gecomponeerd in 1962. Bernard Haitink dirigeerde het werk in 1984, de opname daarvan is inmiddels legendarisch.

De overweldigende en indringende Dertiende met vijf gedichten van Jevgeni Jevtoesjenko die worden gezongen door een bas en een mannenkoor, is een van de markantste symfoniëen van Sjostakovitsj. Jevtoesjenko’s gedicht Babi Jar is een macaber monument voor de joden die in het ravijn Babi Jar bij Kiev door de nazi’s werden vermoord. Achteraf werd dat deel van de holocaust genegeerd door het vaak antisemitische Sovjet-regime en Jevtoesjenko klaagt dat aan.

De andere teksten van Jevtoesjenko, gevaarlijk dichtend tussen repressie en verzet, schetsen een cynisch beeld van het dagelijks leven onder de communisten. Sjostakovitsj’ aanvankelijk vaak verpletterende en angstaanjagende muziek, deels gebaseerd op de Russische volksmuziek, ontwikkelt zich in het slotdeel tot milde weemoedigheid, waarbij uiteindelijk al het eeuwige Russische leed lijkt te vervliegen in de historie.

Het kwam in 1962 ondanks tegenwerking nog wel tot een première in Moskou, gedirigeerd door Kirill Kondrasjin, die van 1979 tot zijn plotse dood in 1981 naast Haitink tweede dirigent was van het Concertgebouworkest. Na de première werd het stuk van het repertoire genomen, tot de tekst van ‘Babi Jar’ was aangepast.

Het is opmerkelijk dat het Concertgebouworkest tot de uitvoering in 1984 dit half-dissidente stuk met klaagliederen over het Sovjet-systeem onuitgevoerd liet en met die stilte de moeizame houding van de communisten tegenover Sjostakovitsj leek te steunen.

Nu het Concertgebouworkest in het honderdste geboortejaar van Sjostakovitsj een festival aan hem wijdt, wordt de Dertiende symfonie gedirigeerd door Kurt Masur, die in 1989 in Leipzig een moedige rol speelde op weg naar de ‘Wende’. De uitvoeringen zijn een halve reconstructie van de wereldpremière, waarbij Kondrasjin de Dertiende liet voorafgegaan door de Symfonie nr 41 ‘Jupiter’ van Mozart. Nu klinkt Mozarts plezierig gespeelde Symfonie nr 29.

Masur is als Duitser en voormalig DDR-staatsburger als weinig anderen persoonlijk betrokken bij de inhoud van de Dertiende. Dat leidt hem wellicht tot een erg humane interpretatie. Die is niet zo aangrijpend, scherp, schril en schrikwekkend of zo wrang als bij Haitink, maar wat zachtaardiger, zo men wil poëtischer, passend bij de gedichten van Jevtoesjenko.