Wie is er bang voor kameraad wolf?

Het was harde taal, zo hard als we tussen Amerika en Rusland lang niet gehoord hebben. Washington haalde uit en binnen een week sloeg Moskou terug, pats pats. Het leek een echo uit de vorige eeuw. En dat twee maanden voor de leiders van de grootmachten samen op de foto moeten voor de jaarlijkse top van grote industrielanden.

De G-8 in Sint Petersburg, waar Rusland voor het eerst voorzitter en gastheer is, had het feestje van Poetin moeten worden, het voor de hele wereld zichtbare bewijs van zijn statuur als internationaal staatsman. Maar nu heeft het evenement bij voorbaat al veel van zijn glans verloren.

Dat was misschien ook wel de bedoeling van vice-president Cheney, toen hij vorige week keihard de regering-Poetin hekelde voor de „oneerlijke en onfatsoenlijke manier waarop ze rechten van mensen inperkt”. Iedereen die zich zorgen maakt over het toenemend autoritaire karakter van Poetins bewind zal het met instemming hebben aangehoord.

„De tegenstanders van hervormingen in Rusland proberen de vooruitgang van het afgelopen decennium nu terug te draaien”, zei Cheney in een toespraak in Vilnius. Ook de machtspolitiek die Moskou met zijn energievoorraden bedrijft kreeg ervan langs. „Er is geen enkel belang mee gediend als olie en gas instrumenten van intimidatie en chantage worden.” Geen diplomatieke taal, maar wel raak.

Het viel goed bij zijn gehoor in Vilnius – onder anderen de presidenten van Polen, Roemenië, Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Oekraïne en Georgië, stuk voor stuk landen die ooit tot de invloedssfeer van de voormalige Sovjet-Unie behoorden. Maar in de Russische pers werd fel en bitter gereageerd. Cheney zou de Koude Oorlog nieuw leven inblazen. Sinds Reagan de Sovjet-Unie ‘het rijk van het kwaad’ had genoemd had er niet meer zo’n gure wind uit het Westen richting Moskou gewaaid. De toespraak werd zelfs vergeleken met de beroemde speech waarin Churchill, in 1946, vaststelde dat „een ijzeren gordijn over het continent is neergedaald”.

De boodschap was dus aangekomen. Maar of het wat uithaalt? Poetin leek niet erg onder de indruk toen hij Cheney woensdag zelfverzekerd van repliek diende. In zijn jaarlijkse rede tot de natie schilderde hij de VS af als een in zichzelf gekeerd land dat zich tot de tanden toe bewapent en agressieve bedoelingen heeft. „We zien heel goed wat er gebeurt in de wereld. Zoals men zegt: kameraad wolf weet wie hij moet opeten. Hij eet en luistert naar niemand.”

En de Amerikaanse pleidooien voor mensenrechten en democratie? Die „verdwijnen zodra de eigen belangen in het geding zijn”, hoonde Poetin – een impliciete maar niet mis te verstane verwijzing naar Cheneys bezoek, meteen na zijn donderpreek, aan de autoritaire leider Nazerbajev van het olierijke Kazachstan („ik beschouw hem als mijn vriend”, aldus Cheney).

De relatie tussen Washington en Moskou is danig bekoeld. Maar wie denkt dat de verbale krachtpatserij over en weer het begin is van een nieuwe Koude Oorlog, geeft de woordenstrijd te veel gewicht. Cheney suste dat „niemand van ons gelooft dat Rusland gedoemd is een vijand te worden”. En Poetin bezwoer dat hij niet van plan is „de fouten van de Sovjet-Unie, de fouten van de Koude Oorlog” te herhalen. Beide landen beseffen dat ze elkaar op allerlei manieren nodig hebben, economisch, diplomatiek en in het internationnale politieke krachtenveld.

Maar de harde woordenwisseling geeft wel aan dat er iets wezenlijk veranderd is. Het Westen is het vertrouwen kwijt dat Rusland bezig is zich tot een open en democratische samenleving te ontwikkelen. En Moskou kan het zich veroorloven daar maling aan te hebben – met dank aan de hoge energieprijzen. Wie olie en gas bezit heeft macht – en hoeft heel wat minder beducht te zijn voor kameraad wolf, ook al slaat-ie nog zulke harde taal uit.

Het land dat een paar jaar lang steevast „de enige overgebleven supermacht” werd genoemd, blijkt nu toch z’n zwakke kanten te hebben – door z’n olieverslaving (in de woorden van president Bush), door het moeras Irak en door de manier waarop het de ‘oorlog tegen terreur’ voert. Daar tegenover staat dat het land dat nog niet zo lang geleden na zeventig jaar communisme vrijwel op z’n gat lag, zich nu weinig meer laat gezeggen.

Ook Europese landen geven zich rekenschap van de veranderde situatie en zoeken naar een nieuwe houding tegenover Moskou – maar zoals bekend komt gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid maar moeilijk van de grond. Ook voor Europa geldt – door de grote afhankelijkheid van Russisch energie en doordat Rusland nu eenmaal naast de deur ligt – dat er eigenlijk geen andere optie is dan pragmatische samenwerking. Het Kremlin mag onze waarden niet delen, we moeten toch met ze verder.

Met zijn openlijke kritiek heeft Cheney kwaad bloed gezet in Moskou, maar de G8-top heeft hij er misschien wel mee gered. Want aan beide zijden van de Atlantische Oceaan gaan stemmen op – van de Amerikaanse senator McCain tot de voormalige economische adviseur van Poetin Illarionov – om de top uit onvrede over Poetins koers maar helemaal te boycotten. Die critici heeft Cheney veel wind uit de zeilen genomen.

Als president Bush straks zijn opwachting maakt in Sint Petersburg, kan hij verwijten tegenspreken dat hij Poetins autoritaire model in feite steunt. Toen Bush de Russische president vijf jaar geleden voor het eerst ontmoette, had hij in zijn ogen gekeken, zijn ziel gezien en beseft dat Poetin veel hield van zijn land. Zo intiem zal het in Sint Petersburg niet meer worden.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Juurd Eijsvoogel