Weekboek 19

Omslag boek Waar was je, Robert van de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger

Schrijver Kluun is ‘the guy you love to hate’

Schrijver Raymond van de Klundert, alias ‘Kluun’, heeft zijn nieuwe boek online gelanceerd. Van zijn eerste boek, Komt een vrouw bij de dokter (2003), zijn al 150.000 exemplaren verkocht. Ook dat boek kreeg geen ‘standaard’ presentatie: aanwezigen werden rondgeleid door nagespeelde scènes uit het boek. Voor het vervolg De Weduwnaar werd dinsdag een ‘live’ presentatie op internet geënsceneerd. Kluun las in zijn huiskamer voor uit het nieuwe boek, kletste met zijn uitgever Joost Nijsen en liet zich afbekken door tv-babes Sophie Hilbrand en Tatum Dagelet. Kluun: „Het moest de meest toegankelijke boekvernissage ooit worden. Met een vette knipoog: ik had er een heel script voor geschreven, het filmpje is gemonteerd.” Niet zo spectaculair, wel zo democratisch: negenduizend mensen bekeken de stream op www.denieuwekluun.nl. Podium-uitgever Nijsen: „De eerste oplage van 60.000 is al uitverkocht.”

Via zijn weblog heeft de sterschrijver direct contact met zijn lezers, die heftig op zijn boek reageren. Kluuns tweedelige, autobiografisch gekleurde werk beschrijft de Werdegang van een hufter die door ziekte, dood en vaderschap zijn levenslessen leert. „Ik heb mezelf aangedikt”, vertelde Kluun vorig weekend aan de Volkskrant. „Ik ben the guy you love to hate.” Het onderscheid tussen de schrijver en de hoofdpersoon van boek zal de (vooral vrouwelijke) fans worst wezen. In een chatsessie na de boekpresentatie stond Kluun ze welwillend te woord. „Heb je ook een foto van Carmen/Judith?”, vroeg een fan (Kluuns overleden vrouw Judith heet Carmen in het eerste boek). „Die foto’s zijn privé”, antwoordde Kluun.

Pionier geridderd voor het subtiele genot van strips

Op 28 april werd Kees Kousemaker, oprichter en eigenaar van de legendarische Amsterdamse stripwinkel Lambiek, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Omdat hij toen naar Wenen aan het wandelen was, kreeg hij het lintje eergisteren in zijn woonplaats Bussum opgespeld. „U zet zich al zevenendertig jaar met hart en ziel in voor het Nederlandse beeldverhaal, op nationaal en internationaal niveau”, sprak burgemeester Milo Schoenmaker de stripveteraan toe. „Mede dankzij u heeft er een enorme professionalisering plaatsgevonden van een cultuurvorm die zich voorheen wat in de in de marge bevond.”

„Toen ik begon, kon alleen Bommel, en dat nog maar nét. De rest was kindervermaak van bedenkelijk allooi”, legt Kousemaker uit. „Mijn missie was om dat stigma te doorbreken. Nu is de strip alweer op zijn retour. Het was echt de kunstvorm van de twintigste eeuw.” Waarom? „Tot en met de jaren vijftig snakten kinderen naar plaatjes, daar was vroeger een verschrikkelijk gebrek aan. Nu kan je vijf speelfilms per avond zien, als je dat wil. Of een hele ochtend tekenfilms kijken.”

Wat zouden de favoriete strips van Hare Majesteit zijn? De RVD wil daar helaas geen antwoord op geven: „Dat zijn toch privé-aangelegenheden.” Kousemaker denkt niet dat ze er tijd voor heeft. „En dat is heel jammer. Strips zijn een subtiel genot. Er zijn veel kunstenaars die de vorm strip hebben gekozen om zich te uiten. Denk aan Joost Swarte en Robert Crumb. Onze vorstin is natuurlijk wel geïnteresseerd in moderne kunst, maar ik denk niet dat haar adviseurs zich zo inlezen op dit gebied dat ze bij de pareltjes en de diamanten terechtkomen.”

Verdwijnen in een foto kan ook in een kinderboek

De deze week met een Librisprijs bekroonde roman van K. Schippers heeft een bijna gelijknamige voorganger. In het jeugdboek Waar was je, Robert? (1998) van de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger, verdwaalt een vijftienjarige jongen via een film, een foto, tekeningen en schilderijen steeds verder in de geschiedenis. In Waar was je nou van K. Schippers stapt een man door oude foto’s zijn kindertijd in.

Het verloop van de boeken is heel anders. In Enzensbergers boek leert de jonge Robert vooral wat eenzaamheid betekent. En dat leven in zijn ‘eigen’ tijd, ondanks alle problemen, zo slecht nog niet is. In Schippers’ boek vraagt de hoofdpersoon zich af of het niet beter is om in het verleden te blijven. „Verdwijnen in een foto. Dat kan alleen in een kinderboek”, schreef Volkskrant-recensent Arjan Peters deze week.

Heeft K. Schippers het boek gelezen en wellicht als inspiratie gebruikt? „Nee, ik heb er nog nooit van gehoord”, vertelt de schrijver. „Verbazen doet het me eigenlijk niet. Het idee van via een afbeelding teruggaan in de tijd heeft een lange traditie. Denk bijvoorbeeld aan Lewis Carolls Through the Looking-Glass. Of aan de film van Buster Keaton, Sherlock Junior, die ook in mijn boek voorkomt. In een bioscoop rent Buster zo door het doek, de film in. Een foto of een film roept er bijna om. Het beeld in je hand is een rest van het verleden.”