Vooral de dokter is lief

Behalve een aantal poëziebundels verschenen er van Helen Dunmore elf romans - en nu is er de twaalfde. Al is zij met dit oeuvre niet prominent geworden, zij heeft duurzame indrukken nagelaten, zoals met The Siege , vijf jaar geleden, de roman die midden in de Tweede Wereldoorlog in Leningrad speelde. In de beste fragmenten kon je meeleven met de Russen in hun uitgehongerde stad. Andere delen maakten een geforceerde indruk. En zo wisselvallig is ook het onlangs verschenen House of Orphans, dat veertig jaar verder teruggaat in de geschiedenis en dat een eindje naar het westen speelt: in Helsinki en de Finse bossen, in de eerste jaren van de vorige eeuw toen Rusland daar als bezettende macht optrad.

Dunmore vertelt soms alsof het er niet toe doet dat zij de draad even kwijt is, zij zal hem zo meteen wel weer oppakken. Dat gebeurt dan ook, maar zonder dat je met het verhaal verzoend wordt. Passages om geconcentreerd op te nemen worden afgewisseld met pagina's om mopperend door te bladeren.

Ook de personen lijden onder die onevenwichtigheid. De voornaamsten zijn een meisje genaamd Eeva dat wij eerst leren kennen in een weeshuis (zie de titel), en een vriendje uit de tijd toen zij nog geen wees was, en dat zij later terugvindt. Het weeshuis is een onbeminnelijk instituut. Eeva mag van geluk spreken als de vrouw van de plaatselijke dokter sterft: zij kan bij hem dan hulpje in de huishouding worden. Zij blijkt niet alleen intelligent, zij wordt in de loop van haar dertiende en veertiende jaar ook mooi, en haar dertig jaar oudere werkgever merkt het maar al te goed op: wij zullen toch niet afgescheept worden met een dorpsschandaal?

Gelukkig niet. Eeva schrijft een brief aan het vriendje van haar eerste jaren, Lauri, die nu in Helsinki woont, de stad waar zij ook terechtkomt. Een tijd lang leidt zij een armoedig vrij leven op een kamer gedeeld met een vriendin. Na enkele jaren is zij rijp voor een ware liefde met Lauri. En het verhaal zou ontspannen aflopen als die jongen zich niet had ingelaten met een verzetsgroep tegen de Russische overheersers. Nog voordat hij ook maar iets heeft kunnen ondernemen wordt hij opgepakt en ongenadig behandeld in de gevangenis.

De kracht van de beschrijving van de Russische macht in Helsinki schuilt in de verhalen van de stadsbewoners, die de tsaristische politie bijna net zo ervaren als later de communistische. Al is er haast geen Rus te zien, het besef van hun aanwezigheid op de achtergrond blijft voortdurend voelbaar.

En de liefde, die kleur moet brengen in dit grauwe stadsbeeld? Die is geloofwaardig behandeld, het mooist in de persoon van de eenzame arts. Je denkt later zelfs eerder terug aan hem dan aan de bekoorlijke Eeva en het goedwillende vriendje, dat gekraakt en tandeloos uit de gevangenis terugkeert. Wat blijft is de wisselende waardering die je als lezer ondergaat - over hoe ingrijpend het soms was en soms ook helemaal niet.

Helen Dunmore: House of Orphans. Penguin Books, 330 blz. 20,-

    • J.J. Peereboom