Topzwaar Rotterdam

Rotterdam heeft eindelijk een nieuw stadsbestuur. Bijna tien weken duurde het voordat de kennelijk nogal ingewikkelde onderhandelingen over samenstelling en beleid resultaat opleverden. Dat is te lang voor een stad die weliswaar niet bekendstaat als makkelijk bestuurbaar, maar die ook niet bijzonder groot of gecompliceerd is.

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart was glashelder. De PvdA werd de grootste met achttien zetels en ruim 97.000 kiezers. Leefbaar Rotterdam, vier jaar geleden de grootste, kreeg veertien zetels dankzij de ruim 77.000 mensen die op deze partij stemden. Alle andere partijen verloren of bleven gelijk – op de SP na, die van één naar drie zetels ging. De PvdA en de Leefbaren hadden binnen twee dagen een college kunnen vormen. Dat had aangesloten bij de stembusuitslag. Helaas weigerde Leefbaar Rotterdam in een coalitie met de sociaal-democraten te stappen. De scheiding van de bevolkingsgroepen strekt zich nu ook tot de politiek uit; een segregatie die de stad geen goed doet.

Rotterdam zal worden bestuurd door één stembuswinnaar (PvdA) en drie verliezers (CDA, VVD en GroenLinks). Voor hun slechte verkiezingsresultaten worden deze partijen veel te ruim beloond. CDA en VVD houden ieder twee wethouders; GroenLinks krijgt er één. De PvdA heeft er nogal bescheiden drie. Daarmee gaat het aantal wethouders van zes naar acht. Het is een politiek compromis dat de Maasstad, die niet groter is geworden en geen extra management behoeft, topzwaar maakt. Op deelraadniveau is dat ook te zien. In de deelgemeente Feijenoord pakte de PvdA een politieke crisis tussen allochtone kiezers en autochtone bestuurders kenmerkend aan. In plaats van drie bestuurders kreeg de deelraad er om de lieve vrede vier. Een opdikking in plaats van een oplossing. In zuinig Rotterdams heet dat: zonde van het geld.

Leefbaar Rotterdam heeft zichzelf in haar eigen bolwerk langs de zijlijn geplaatst. Zowel het centrale stadsbestuur als dat van de meeste deelgemeenten is in handen van de PvdA. De Leefbaren kunnen wel eens duur moeten gaan betalen voor hun obstinate gedrag. Zó groot blijven en dan geen bestuurlijke verantwoordelijkheid willen dragen, is vragen om electorale moeilijkheden. Politiek veronderstelt de wil tot concessies doen. Wie daartoe niet in staat is, maakt zichzelf onmogelijk of overbodig. Grote kans dat over vier jaar velen de belangrijke rol van Leefbaar Rotterdam in het integratiedebat en het breken van het ‘rode’ bestuursmonopolie weer vergeten zijn. De partij heeft haar kans gehad – en laten liggen.

Als verkiezingswinnaar heeft de PvdA tijdens de formatie op eieren gelopen. Het oogde sympatiek, en er is ongetwijfeld goed geluisterd naar het advies van de Haagse kopstukken over Rotterdam. De stad is nu eenmaal ’s lands politieke proeftuin. Maar het resultaat is pover, en de uitstraling hiervan gaat ver voorbij de stadsgrenzen. Het komt nu aan op de kwaliteit van de individuele bestuurders. Een van de zwaarste portefeuilles (werk, sociale zaken en grotestedenbeleid) gaat naar Dominic Schrijer, bestuurder in de probleemwijk Charlois. Hij is een talent om in de gaten te houden. Zijn komst is een lichtpuntje in een college dat het verkiezingsresultaat geen recht doet.