Susannah

Moon was bang voor de kauw, wist Susannah, maar ze kon haar zusje nu echt niet helpen. Ze had haar eigen problemen. De viool plakte aan haar kin en helemaal onderaan haar rug, vlak boven het riempje van haar rokje, jeukte iets.

Bovendien snapte ze de maat van het muziekstuk niet. Mevrouw Biest, de muziekjuf, telde langzaam en luid.

“Een, twee, drie - néé Susannah, jij valt pas in bij de tweede één. Daar gaan we weer. Jij dus ook, jongen.“ De jongen was Sidney. Hij zat bij Susannah in de groep, op school en dus ook hier, op de muziekschool. Hij was niet goed invioolspelen, maar hij deed het toch. Soms. Een beetje. “Biest piest“, mompelde hij. Susannah durfde niet te lachen. Ondanks de warmte droeg de muziekjuf een gehaakt vest. Haar blik stak. Susannahs viool knerpte.

Op de lessenaar van de piano zat de kauw. Met zijn witte kraaloog keek hij strak naar de vingers van Moon die bangelijk over de toetsen bewogen. Zijn snavel was scherp en zwart, Moons nageltjes stomp en roze. Voelde hij dat Susannah hem in de gaten hield? Hij vloog ineens op en zeilde licht dwarrelend een rondje langs het plafond. “Kia-tsjak“, riep hij. Ze vergaten allemaal om verder te spelen. De kauw nam een snoekduik omlaag en landde op de gehaakte schouder van mevrouw Biest.

“Hoe heet hij nou eigenlijk?“ vroeg Sidney brutaal. “En hoe komt u eraan?“ Susannah hield haar adem in. De muziekjuf hield niet van kletsen. Ze vertelde nooit iets wat niet over viool- of pianospelen ging. Langzaam hief mevrouw Biest een van haar dikke roze handen. Met haar duim en wijsvinger kneep ze bovenaan haar neus, alsof ze daar pijn had, en fronste haar wenkbrauwen. De vogel op haar schouder gaf een knorretje. Hij knipte met zijn oogjes alsof hij slaap had.

“Karabas“, zei mevrouw Biest plotseling. “Zo noem ik hem. Ik vond hem langs de snelweg, bij een benzinesta-tion, ruim een maand geleden. Hij was nog klein en schuw, toen. Maar hij vloog niet op, toen ik naar hem toe liep, hij was niet bang voor me. Dus. Ik woon alleen in een seniorenflat, waar dieren eigenlijk niet worden toegelaten, maar“

“Heeft u hem binnengesmokkeld? Wat eh, chill!“ Sidneys ogen fonkelden, zag Susannah. Moons mond hing een stukje open, en ook zij zelf had het gevoel dat er ineens een nieuwe mevrouw Biest voor haar stond. Mevrouw Biest was een heldin! Een heldin in een gehaakt vest.

Even later ging de muziekles verder alsof er niets gebeurd was. Ze begonnen aan een nieuw stuk. Mevrouw Biest telde weer mee, even streng als altijd. Karabas werd wakker. Hij leek zich uit te rekken en draaide toen zijn kop met het witte oogje naar Susannah. Susannah slikte. Maar ze speelde door. Ineens steeg de kauw opnieuw op, vloog recht omhoog, en landde op haar hoofd.

Volgende week in Groep Zes: Olivier.

    • Judith Eiselin