Profvoetbal dient geen algemeen nut

Een profvoetbalclub is geen instelling die het algemeen nut beoogt. Die conclusie trok de Hoge Raad vanmorgen in een zaak tussen staatssecretaris Wijn (Financiën, CDA) en voetbalclub NAC Breda.

De voetbalclub kreeg in oktober 2001 een erfenis van in totaal 1.062.109 gulden (ruim 482.000 euro). Op basis van de Successiewet (schenkingen en erfenissen) legde de fiscus een aanslag op van 611.873 gulden (58 procent), conform het hoge tarief. NAC vond dat de erfenis belast moest worden met het toenmalige lage tarief (11 procent, 116.832 gulden) omdat de club „een algemeen nut beogende instelling” zou zijn.

NAC kreeg in eerste instantie gelijk, tot en met het Hof in Den Bosch in november 2003. Dat constateerde dat het algemeen belang van betaald voetbal wordt gevormd door het verschaffen van ontspanning aan een groot deel van de bevolking. Dat belang zou veel groter zijn dan de belangen van de beperkte groep actieve mensen in het betaalde voetbal. Wijn ging tegen die uitspraak in cassatie en kreeg gelijk.

Volgens de Hoge Raad kan een instelling slechts worden aangemerkt als een ‘het algemeen nut beogende instelling’ indien de werkzaamheden „rechtstreeks gericht zijn op het dienen van het algemeen belang”. „Een profvoetbalclub streeft er bovenal naar wedstrijden en competities te winnen en beter dan andere clubs te presteren, ten bate van zichzelf.” Dat is primair op het eigen belang gericht en niet op het algemeen nut. Instellingen die wel het algemeen belang beogen hoeven sinds dit jaar helemaal geen belasting meer te betalen, mede dankzij een lobby van oud-profvoetballer Johan Cruijff voor zijn eigen trapveldjes voor de jeugd.