Olifant in gedrang op Sumatra

Langzaam verdwijnt de wilde olifant uit Sumatra. Op het hele eiland zijn er nog zo’n 2.000 over. Vooral in de provincie Riau gaat het nu hard.

Sumatraanse olifant. (Foto Daniel Heuclin/ Natura) +order +lightbox +large photo © Daniel Heuclin / Foto Natura -------------------------------------------------------------------------------- Photo information -------------------------------------------------------------------------------- Scientific: Elephas maximus sumatranus -------------------------------------------------------------------------------- English -------------------------------------------------------------------------------- Subject: SUMATRAN ELEPHANT SUMATRAN ELEPHANT Elephas maximus sumatranus Sumatra, Indonesia ANIMAL ANIMALS ASIA ASIAN CALLING ELEPHANT ELEPHANTS ELEPHAS HERBIVORE HERBIVORES HERBIVOROUS INDONESIA INDONESIAN JUNGLE MAMMAL MAMMALS MAXIMUS RAINFOREST SOUTH~EAST~ASIA SOUTH~EAST~ASIAN SOUTHEAST~ASIA SOUTH-EAST~ASIA SOUTHEAST~ASIAN SOUTH-EAST~ASIAN SUMATRA SUMATRAN SUMATRANUS TRUMPETING WILDLIFE Heuclin, Daniel; Natura

Even buiten het hek van een oliemaatschappij in de Indonesische provincie Riau op Sumatra staan acht olifanten vast aan een boom. Het zijn wilde olifanten en je moet een beetje uit de buurt blijven, tenzij je op een getrainde werk-olifant klimt en er voer heenbrengt. Twee Nederlandse backpackers kwamen toevallig hier langs en rijden vandaag op de werk-olifanten heen en weer met grote stammen bananenplant. Ze hebben de tijd van hun leven.

Die wilde olifanten niet.

Ze staan hier maar aan een boom en dat al drie maanden lang. Niemand weet wat er moet gebeuren met deze acht. Ze hebben alleen geluk dat de regionale afdeling van het Wereldnatuurfonds zich over hen heeft ontfermd. Ze krijgen te eten en er wordt op hen gelet. Vijf van hun kuddegenoten werden dood aangetroffen, naar alle waarschijnlijkheid vergiftigd. Soms gebeurt dat nog om het ouderwetse motief van het ivoor: een mooie ivoortand doet zo’n 10.000 euro, zo wordt hier gezegd.

Maar veel vaker is het gewoon angst. Mens en dier lopen elkaar in de weg. Ahmed Adenda is een klein boertje in de buurt, met zo’n houten huis op palen en wat bananenplanten en rambutan – een rode, ‘harige’ vrucht – achter het huis. Een tijdje geleden had een kudde olifanten ’s nachts zijn hele huis omvergelopen. „Een stuk of dertig olifanten en niet één die nog bang werd van de donderbus of de fakkel”, aldus Ahmed, „en sinds die acht daarginds aan de boom staan, komen ze met kleine groepjes bijna elke week een paar keer terug. Erg beangstigend allemaal.”

De statistiek maakt zichtbaar hoe Ahmed en de olifanten in de knel zijn geraakt. In deze regio van Balai Raja was er in 1988 nog 16.000 hectare – zo’n tien procent van de provincie Utrecht – ongerept bos voor olifanten beschikbaar. Nu is er nog 200 hectare over en moeten de dertig olifanten het met een stuk of tien kleinere gebieden doen, die ook niet meer met elkaar verbonden zijn. Het is daar ondoenlijk geworden.

In totaal lopen in de gehele provincie Riau nog ongeveer 350 olifanten, maar het is ook voor hen te krap en het wordt steeds krapper. Het waren er vijftien jaar geleden nog 1.500. Zes olifanten zijn in het conflict alleen dit jaar al gesneuveld; twee mensen zijn erbij omgekomen.

De regio rond de provinciehoofdstad Pekanbaru bevindt zich in een fase van geweldige groei. Het gaat de stad zo goed dat ze bezig is naar een fonkelnieuwe plek een eind verder van de rivier te verhuizen, met grote, prestigieuze gebouwen en boulevards. De Amerikaanse oliemaatschappij Chevron pompt er steeds duurdere olie uit de grond. En verder is er hout en palmolie waarvan de prijzen het de laatste jaren goed doen. Wie van Pekanbaru bijvoorbeeld met de auto naar de acht vastgebonden olifanten rijdt, komt meer dan twee van de drie auto-uren alleen nog maar palmolieplantages tegen.

Maar palmolie heeft net als houtkap tot gevolg dat de ruimte voor wilde natuur steeds kleiner wordt. En palmolie heeft nog een extra bezwaar: olifanten zijn dol op de ietwat zoetige onderschors van de oliepalmen en daarom zoeken de kuddes de plantages ook meer en meer op. En op de plantages wonen mensen, vaak ook boertjes met een paar hectare oliepalmen.

Een uur of vijf rijden van de grote stad ligt het officiële natuurpark Tesso Nilo, 38.000 hectare groot. Honderd olifanten zitten hier nog, maar ook te krap. Hier zit ook Sam Suardi, een rustige man van 34 die aan conflictbemiddeling te velde doet tussen mens en olifant. Dat is iets nieuws – ook betaald door het Wereldnatuurfonds. Hij traint mensen in de buurt om olifanten te verjagen en hij leidt een zogeheten Flying squad – dat zijn acht mensen en vier tamme olifanten. Met tamme olifanten kun je de wilde successievelijk terugduwen naar het park, ook wanneer ze voor carbid of stinkende chili-branders niet meer rechtsomkeert maken. Sam Suardi: „Als je het goede spoor weet te vinden, wandelen ze zo terug. Echt onberekenbaar zijn mannetjes die alleen rondzwerven. Die maken amok.”

Op allerlei plekken in het natuurpark is hout gekapt – dat mag weliswaar niet, maar het gebeurt toch. Sam Suardi klaagde erover en deed dat ook in regionale media. Het bracht hem een paar maanden geleden nog in een benarde situatie. Zo’n zeventig illegale houthakkers omsingelden zijn afgelegen kantoor om hun beklag te doen en hun rechten als illegaal houthakker op te eisen. Hoewel de scène zo al intimiderend genoeg zou zijn geweest, hadden ze ook hun gebruikelijk gereedschap bij zich. Het liep na interventie uit de districtshoofdstad Pankalan Kercini nog goed met Sam af, maar veel vrienden heeft hij niet op zijn post.

Het is ook allemaal ingewikkeld, want een aantal illegale houtkappers in de buurt is brodeloos geraakt door vernielingen van olifanten aan hun oliepalmvelden. Een boom omhakken biedt dan soelaas. Temeer omdat een dorpshoofd om de hoek er ook gewoon nog een illegale zagerij voor dat hout op nahoudt. Overal rijden hier vrachtwagens vol hout en wie controleert wat waar precies vandaan komt in een land dat aan elkaar hangt van informele arrangementen?

Sam Suardi kent de meeste wilde olifanten, weet hoeveel er alleen (15) en hoeveel (85) in kudden rondtrekken. Ze zijn eigenlijk ook beroemd, want elke maand is er uit Japan, Amerika, Duitsland of Engeland wel een filmploeg die op aanwijzing van Sam de juiste camera-opstelling kiest. Voor gespecialiseerde zenders als Animal TV en National Geographic zouden de olifanten onderhand geld kunnen vragen.

Met andere woorden: is er nog een toekomst voor wilde olifanten op Sumatra?

„Een echt dilemma” noemt de chef conflictmanagement Nurchalis Fahdi dit. Het klinkt bijna als een eufemisme voor ‘nee’. Eerst wilde de overheid alle olifanten maar meteen vangen en opsluiten tot het einde. Het Wereldnatuurfonds lobbyt met succes tegen vangen en opsluiten en probeert nu zoveel mogelijk te sussen en olifanten terug te jagen het bos in.

Maar het bos – dat is te klein.