Nynke Laverman is een Fries fado-fenomeen

Zangeres Nynke Laverman vond een nieuw genre uit: de Friese fado.

Haar liedjesprogramma “De Maisfrou' verschijnt volgende week op cd.

Nienke Laverman combineert liederen in het Fries met de muziekstijlen van de tango, fado en milonga. Foto Sake Elzinga Nederland - Franeker - ( Friesland ) - 03-04-2006 Nienke Laverman, zangeres. Nienke Laverman combineert liederen in het Fries met de muziekstijlen van de tango, fado en milonga. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Op de posters die haar agent had laten drukken stond: “Nynke Laverman, het Friese fado-fenomeen'. Het citaat kwam uit een recensie van een enthousiaste journalist. Ze had er gemengde gevoelens bij.

“Erkenning is natuurlijk leuk. Maar als ik zoiets lees, denk ik toch: doe effe normaal. Ik ben pas net begonnen. Een fenomeen ben ik nog helemaal niet, ik hoop er wel ooit een te worden.“

Laverman (26) mag zich wel de uitvinder noemen van een nieuw genre: de Friese fado. Haar eerste fado hoorde ze op haar vijftiende. Het greep haar bij de keel. “Ik ging naar de bibliotheek in Leeuwarden en leende alle fado-cd's. Vanaf dat moment ben ik verliefd op die Latijnse sfeer. Maar ik dacht er niet aan om er zelf iets mee te doen. Daarvoor stonden die taal en cultuur te ver van me af.“

Ze groeide op in Weidum, een dorpje tussen Leeuwarden en Sneek. Haar vader, Fokke Laverman, is een verdienstelijk amateur-zanger. Als klassieke tenor zong hij jaarlijks op het “Iepenloftspul' in Jorwerd, het bekendste van de vele Friese “openluchtspelen' met zang en toneel. Ze bewonderde haar vader: “De videobanden met zijn operettes heb ik helemaal grijs gedraaid. Ik wist al heel vroeg: dit wil ik ook.“

Toen ze vijftien was, stond ze naast haar vader in Jorwerd op het toneel. Na haar VWO-examen wist ze waar ze naartoe wilde: naar de kleinkunstacademie in Amsterdam. “Ontroerd worden, anderen ontroeren, jezelf verliezen in de magie van het theater. Het is een instinctief gevoel: ik moet die planken op.“

Klassiek slagwerker Sytze Pruiksma trekt vanaf het begin op met Laverman. Hij heeft haar de afgelopen jaren “enorm zien groeien', zowel in haar zangkwaliteiten als in haar présence op het toneel. Zangtechnisch is De Maisfrou volgens Pruiksma “drie keer zo moeilijk' als Sielesâlt. “Er zitten veel meer uithalen in, hoge en lage passages wisselen elkaar snel af. Het is anderhalf uur topsport.“

Laverman werkt samen met gerenommeerde musici en componisten. De strijkarrangementen komen van specialist Sebastiaan Koolhoven. Ook componist Theo Nijland tekende voor twee nummers, waaronder het openingslied “Gjin begjin' (Geen begin). Grote namen voor een meisje dat een paar jaar geleden nog dacht dat een eigen programma er de eerste tien jaar niet in zou zitten. En dat zichzelf “als een uitvoerder, niet als een maker' beschouwde.

Laverman kwam op de kleinkunstacademie als “een plattelandsmeisje' dat nog nooit in Amsterdam was geweest. Om zo snel mogelijk te assimileren, probeerde ze haar Friese accent af te leren. Aan zingen in het Fries dacht ze al helemaal niet. Op de kleinkunstacademie werd ze gedwongen na te denken over wat ze wilde, en wat ze te zeggen had.

“Zoeken naar wat jou onderscheidt, daar ging het om. En één van die dingen was mijn taal.“ De ontdekking van het Fries als expressiemiddel kwam niet meteen, maar in haar derde jaar. “We deden veel aan Brel op school. Op een dag zong ik, in mijn eentje, de Friese vertaling van Ne me quitte pas - Leafste bliuw by my. Het raakte me diep, ja, ik was tot tranen toe geroerd. Toen voelde ik dat ik in het Fries moest zingen. Die taal ligt het dichtste bij me, ik voel elk woord tot in mijn vezels.“

De liefde voor de fado bleef, maar nog steeds alleen om naar te luisteren. “Het voelde onecht om liederen uit een andere cultuur te zingen in een taal die niet mijn moedertaal is. Geloofwaardigheid vind ik belangrijk. Ik wil niet alleen maar een mooi liedje zingen, het moet écht zijn.“

Tijdens een optreden op Oerol in 2003 kwam het er toch van. “Het voelde zo goed, toen wist ik dat ik mijn vorm had gevonden.“ Het duurde daarna niet lang meer tot taal en muziek samenvloeiden. Geïnspireerd door de Slauerhoff-fado's van Cristina Branco, nam ze de gedichten van Slauerhoff en zette ze zich, zonder enige ervaring, aan het vertalen. Ze won er de Piter Jelles-prijs 2006 van de gemeente Leeuwarden mee.

De strofen in de Friese teksten zijn langer dan in de originele gedichten, beaamt Laverman. “Doordat de muziek van Custódio Castelo (Branco's gitarist) er al was, moest ik nogal vrij vertalen. De juiste klank zoeken bij de juiste noot.“ Intussen liep ze als actrice stage bij het Leeuwardens gezelschap Tryater, waar ze onder andere in De ingebeelde zieke van Molière speelde. Toen ze een aantal gedichten op muziek had vertaald, ging ze naar artistiek leider Hans Man in 't Veld, die haar meteen wilde helpen. “Een regisseur, een orkest, kostuums, voor alles werd gezorgd“, zegt Laverman, nog steeds enigszins verbaasd. Man in 't Veld herinnert zich nog goed waarom hij zo enthousiast reageerde. “Ze was zo gepassioneerd, had zoveel power, dat ik intuïtief voelde: doen.“

Voor De Maisfrou schreef de Friese dichteres Albertina Soepboer de meeste teksten. Laverman is zeer tevreden over de samenwerking met Soepboer, met wie ze een maand naar Mexico City is geweest voor inspiratie. Zo werkt ze altijd. Voor Sielesâlt bezocht ze twee keer in haar eentje Lissabon. Ze praatte er met muzikanten en zong in de kroegjes waar de fado's nog worden gespeeld. In Mexico City viel de muziek wat tegen: de Mexicanen bleken vooral van “schlagers' te houden. Ze ziet De Maisfrou als haar echte debuut. “Ik heb de gedichten voor Sielesâlt wel zelf vertaald en een eigen draai aan de muziek gegeven, maar het was toch allemaal bestaand materiaal. De Maisfrou is helemaal nieuw.“

Er was dit keer ook meer tijd voor de opnames. Sielesâlt is in twee dagen opgenomen, in een live-opstelling. Voor De Maisfrou zijn zang en muziek apart opgenomen. Wat vindt ze prettiger? “Als ik eerlijk moet zijn: zoals we het dit keer hebben gedaan. De kick van het live spelen heb ik al bij mijn optredens. In de studio is het juist leuk om het precies te laten klinken zoals je het in je hoofd had.“

De cd's zijn in twee opzichten verschillend. De Maisfrou is lyrischer dan het wat introverte Sielesâlt. De teksten zijn minder toegankelijk dan de vertaalde gedichten van Slauerhoff. Het zijn stromen van beelden en gevoelens die de toehoorder meer moet ervaren dan begrijpen. Dat geldt voor Friestaligen en zeker voor buitenstaanders, maar dat vindt Laverman geen probleem. “Iedereen vormt zijn eigen verhaal aan de hand van de klanken. Dat vind ik mooi.“

Een ander verschil is de grotere diversiteit aan muziekstijlen: samba, tango, flamenco en fado wisselen elkaar af. Maar de combinatie met het Fries klinkt nog even natuurlijk als in Sielesâlt. “Fries is niet alleen mijn moedertaal, ik vind het ook een goede zangtaal. Ik vind het vloeiender dan het Nederlands, en in die zin vergelijkbaar met het Portugees. Maar ik voel me geen ambassadrice van het Fries. Daar ben ik niet mee bezig.“

Ze woont sinds een half jaar in Franeker, aan een klein grachtje. Op straat in het oude stadje wordt ze hier en daar begroet. Een buurtbewoner die in een plaatselijk feestcomité zit, vraagt haar of ze heeft nagedacht over zijn uitnodiging. Maar ze moet hem teleurstellen: geen tijd. Langs haar huis loopt de oude vestingwal. Haar knalroze jas springt eruit tussen het zachte groen.

Hoewel de verhuizing uit nood geboren is - ze stond in Amsterdam weer eens op straat - vindt ze het nu wel prettig in Franeker: “Hier heb ik de rust die nodig is om te kunnen creëren. In Amsterdam was het een tijd om te nemen, nu is het een tijd om te geven.“

Wat ze het publiek wil meegeven is meer dan muziek alleen. “Mijn regisseur Ruut Weissman heeft het eens zo mooi gezegd. “Ik wil dat ze na de voorstelling hun muur verven, die oude ruzie bijleggen, toch die reis naar China gaan maken.' “ Ze wil de mensen laten voelen dat ze leven, is dat het? “Ja, zo zou je het kunnen zeggen.“

“De Maisfrou' wordt op 14 mei met een concert gepresenteerd in het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam.