Nergens verdient premier veel

In heel Europa verdienen premiers, ministers en topambtenaren veel minder dan mensen met een vergelijkbare functie in het bedrijfsleven. Dat blijkt uit een onderzoek dat het adviesbureau Hay Group uitvoerde in dertien Europese landen.

In de meeste landen verdienen premiers tussen de 10 en 20 procent van wat vergelijkbare functies in het bedrijfsleven opleveren. In het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Polen en Slowakije zijn de verschillen nog groter: zouden de premiers daar in het bedrijfsleven werken, dan zouden ze meer dan tien keer zoveel verdienen. In Denemarken en Noorwegen zijn de verschillen kleiner: premiers krijgen daar ongeveer een derde van een salaris in het bedrijfsleven.

De salarissen van ministers verhouden zich in alle landen waar het onderzoek is uitgevoerd ongeveer hetzelfde tot het bedrijfsleven als de inkomens van de premiers. Topambtenaren zouden ook meer verdienen als ze niet voor de overheid zouden werken, maar de verschillen zijn kleiner. In Nederland verdient een topambtenaar gemiddeld 131.100 euro. Dat is 4 procent meer dan de premier en ongeveer een kwart van het salaris in een vergelijkbare commerciële functie. Een Britse topambtenaar verdient gemiddeld 279.300 euro en zou in het Britse bedrijfsleven ook ongeveer vier keer zoveel kunnen verdienen.

De onderzoekers van de Hay Group schrijven dat in alle onderzochte landen de beloningen in de publieke en semi-publieke sector ter discussie staan. Duitsland verhoogde de salarissen voor topambtenaren en verlaagde die van ministers en de minister-president. In België zullen nieuwe topambtenaren een vijfde minder krijgen.

Ook in Nederland staan de beloningen van hoge overheidsfuncties ter discussie. Vorig jaar adviseerde een commissie onder leiding van oud-VVD-leider Dijkstal het salaris van premier en ministers respectievelijk met 42 en 30 procent te verhogen. Topambtenaren en directeuren van semi-publieke instellingen zouden niet meer mogen krijgen dan de premier.