Met de tentakels in vier continenten

In het “jaar van de francofonie' voert de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf een felle polemiek tegen de discriminatie van Franstalige schrijvers die niet in Frankrijk geboren zijn.

Ananda Devi Foto Joel Robine (AFP) L'écrivain Ananda Devi pose le 16 mars 2001 à Paris, à l'occasion du 21e Salon du Livre. (FILM) AFP

Verre cassé is het meesterlijke verhaal van een kroeg in een niet nader genoemde Afrikaanse Republiek. Het is ook de naam van de verteller, Gebroken Glas, die van de eigenaar van de kroeg een schrift heeft gekregen. Daarin moet hij de geschiedenis van de bar en van haar bezoekers opschrijven. De “mensen van dit land' weten niet meer hoe ze hun herinneringen moeten bewaren, de tijd “van de bedlegerige omaatjes die verhalen vertellen' is voorbij, alleen het geschrevene blijft, het woord is “zwarte rook, pis van een wilde kat'. Weg met de clichés, weg met beroemde zinnen als “met iedere oude man die in Afrika sterft, gaat er een bibliotheek in vlammen op' - alleen op het schrift kun je vertrouwen.

De geschiedenis van Le Crédit a voyagé, zoals de kroeg heet - met een vette knipoog naar Louis-Ferdinand Céline - is even fantastisch, geestig, tragisch en hilarisch als het levensverhaal van haar bezoekers. De eigenaar heeft zijn bijnaam van “Stijfkoppige Slak' te danken aan zijn volharding om zijn kroeg open te houden dwars tegen alle pogingen in van de rk-kerk, van de fundamentalisten, van corrupte politici, om haar te sluiten. Verstotenen, dronkelappen, bedrogen echtgenoten en andere gemaltraiteerden doen aan Verre Cassé hun verhaal, in een aaneengesloten stroom van zinnen zonder interpunctie, zonder indeling in alinea's, zonder wit en zonder hoofdletters. Buiten adem raak je van de vertelsnelheid, beneveld van de draaikolk van ironie en humor die Alain Mabanckou, in 1966 geboren in Congo-Brazzaville over je uitstort.

De cafébezoekers wedijveren om een plek in het schrift. Ook “de drukker' wil zijn dramatische levensverhaal doen en zijn naam vereeuwigd zien. “Ik ben belangrijker dan die andere lui, want ik heb Frankrijk gedaan en dat is niet iedereen gegeven.' Frankrijk is “maatgevend, het toppunt van erkenning', wie er belandt behoort voortaan tot “degenen die altijd gelijk hebben, wat kon ik tegenwerpen, ik heb geen tegenargument kunnen vinden, dus ben ik door de knieën gegaan.'

Frankrijk is de meetlat waarlangs ieder professioneel en persoonlijk succes wordt afgemeten. Wie naar Frankrijk kan gaan bereikt het paradijs, wie de Franse taal beheerst komt er wel. Dat zijn de illusies die Mabanckous personages koesteren, illusies die keihard worden doorgeprikt.

Romans als die van Alain Mabanckou, die tegenwoordig aan de Universiteit van Michigan doceert, worden al decennia gerekend tot de francofonie, een woord dat door de Senegalese dichter Léopold Sédar Senghor voor het eerst werd gebruikt, maar dat nooit eenduidig wordt gedefinieerd. Voor de een omvat het eenvoudigweg alle culturele uitingen die in het Frans worden gedaan, wat vooral van toepassing is op landen die vroeger behoorden tot het Franse koloniale rijk; voor iemand als Abdou Diouf, Secretaris-Generaal van de OID (Organisation internationale de la francophonie waar 63 landen lid van zijn) gaat het niet alleen om de taal, maar om een geheel van universele waarden en ideeën die behoren bij een bepaald soort beschaving. De OIF vecht bijvoorbeeld voor culturele diversiteit in een gemondialiseerde wereld die wordt overheerst door Amerikaans cultuurimperialisme. De inhoud van die term, francofonie, leidde onlangs tot heftige debatten in Franse kranten, tijdschriften en tv-programma's - aangewakkerd ondanks, of misschien juist dankzij, het feit dat 2006 is uitgeroepen tot het jaar van de francofonie, met een gezamenlijk festival- en evenementenbudget van 4,3 miljoen euro en activiteiten in 63 landen.

Duidde het begrip in literaire context eerst op een broederlijke arm die de Franse schrijvers om de schouders van hun ex-gekolonialiseerde collega's legden, tegenwoordig gaat het meer om het onderstrepen van het verschil: francofone auteurs schrijven wel in het Frans, maar ze zijn ergens anders geboren, ze wonen elders, ze zijn anders, horen thuis op aparte planken in de boekhandel en in aparte literaire collecties. “In Frankrijk had francofoon synoniem moeten zijn met “wij', schreef de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf in Le Monde, maar de term heeft zich ontwikkeld tot “zij', de “anderen', de “vreemdelingen', de “mensen uit de voormalige koloniën'. In deze tijden van verwarring, waarin de identiteiten zich verharden, zijn de oude reflexen teruggekomen [...] Het begrip francofone literatuur, van oorsprong een term die literatuur bijeen bracht, is ontaard in een werktuig van discriminatie.' Dat komt, aldus Maalouf, omdat “de Franse maatschappij van nu bezig is een uitsluitingsmachine te worden, een machine die in haar eigen binnenste buitenlanders fabriceert.'

Maalouf verwoordt een algemeen gevoel van onbehagen onder francofone auteurs. Elders wordt er geen onderscheid gemaakt tussen Spaanse schrijvers en “hispanofone' auteurs, noch tussen Engelse of “anglofone'. Franstalige, niet in Frankrijk geboren auteurs beseffen dat hun verscheidenheid aan stemmen een enorme rijkdom brengt: in Dakar schrijft men niet zoals in Québec, in Boekarest niet zoals in Algiers, Beiroet, Brussel of op Mauritius. Is het niet zo dat juist francofone auteurs de Franse literatuur van haar aderverkalking afhelpen? En wordt het Frans niet voortdurend verjongd dankzij al die nieuwe literaire stemmen die nieuwe genres, nieuwe accenten met zich meebrengen?

Auteurs die ervoor kiezen in het Frans te schrijven, maar niet in de ex-koloniën zijn geboren, zoals Cioran, Andreï Makine, Semprun, Kundera of Beckett worden zonder meer als Franse schrijvers gezien, maar dat geldt niet voor Ahmadou Kourouma (Ivoorkust), Calixthe Beyala (Kameroen) of Daniel Maximin (Guadeloupe). Die laatsten, de auteurs van de francofonie, beseffen dat ze nog steeds behoren tot de marge van de Franse literatuur, wachtend voor de deur die toegang geeft tot het centrum, tot definitieve erkenning. Geen franco-Franse auteur die het als een compliment opvat als je hem francofoon noemt - integendeel.

“Lang droomde ik ervan dat de francofone literatuur zou integreren in de Franse literatuur', schreef Alain Mabanckou in Le Monde, “maar stap voor stap ben ik me gaan realiseren dat mijn analyse niet klopte. De francofone literatuur is een groot geheel wier tentakels vier continenten bestrijken. [...] De Franse literatuur is een nationale literatuur. Het is aan haar op te gaan in dat grote francofone geheel.'

Dat nieuwe standpunt, waarbij de franco-Franse literatuur slechts wordt gezien als een element van een ensemble, als één van de vele, wordt inmiddels door vele in het Frans schrijvende maar niet in Frankrijk geboren auteurs ingenomen. De francofonie is een direct produkt van de kolonisatie, hun schrijverschap is - of het nu gaat om Tierno Monenembo of Tahar Ben Jelloun - in eerste instantie gevormd door de Franse klassieken. Nu moet die cyclus, die erfenis doorbroken worden en moet er vooral een einde komen aan het gevoel van slachtofferschap. De Franse taal is niet langer de taal van Frankrijk, maar van ieder die zich haar toeëigent. Een van oorsprong Afrikaans auteur mag blanke personages neerzetten, over sneeuw schrijven, niemand hoeft te voldoen aan de verwachtingen die er van een francofone auteur bestaan. De Franse taal is niet langer het bezit van de Fransen in Frankrijk. “Zolang mij nog iedere dag wordt gevraagd waarom ik in het Frans schrijf', zei Ananda Devi in het televisieprogramma Culture et indépendances, “zullen we nooit als Franse schrijvers worden beschouwd'. De op het eiland Mauritius geboren auteur, die Hindi, Frans, Engels en creools spreekt, publiceerde een schitterend boek, een van de mooiste in de stapels nieuwe literatuur die rond het thema francofonie nu in de boekhandels liggen. Het eiland in de Indische Oceaan kent een veelheid aan talen en is door zijn koloniale verleden een culturele mengvorm van Franse, Engelse, Aziatische en creoolse invloeden.

Het is voor multinationals niet alleen een plek waar nog spotgoedkope arbeidskrachten voor de textielindustrie te vinden zijn, maar ook een paradijs voor toeristen. Het is de achtergrond van Ève de ses décombres, Devi's twaalfde boek, dat het verontrustende verhaal vertelt van een meisje dat straatarm en broodmager is, maar in de sfeer van angst, uitbuiting, armoede en geweld, een grote liefde inspireert. Wreedheid, geweld, wanhoop en poëzie gaan samen in deze roman, waarin Devi het woord geeft aan vier jongeren, die agressief en steeds wanhopiger worden door de uitzichtloosheid van hun situatie.

Opstand tegen de geldende hindoestaanse leefregels bezegelt ook het lot van de heldin uit Blue Bay Palace, een in het Nederlands vertaalde roman van de eveneens van Mauritius afkomstige Natacha Appanah. Ook dit verhaal is een liefdesgeschiedenis die zich afspeelt in een idyllische natuurlijke omgeving, met dramatische afloop.

Als de personages uit de francofone literatuur van dit voorjaar iets gemeen hebben, is het wel dat ze zoveel mogelijk afstand willen scheppen tussen hun toekomst en de armoede, de knellende familiebanden en gebrek aan perspectief van de plek waar ze geboren zijn. Partir is de titel van de nieuwe roman van Tahar Ben Jelloun. Vertrekken is de droom van iedereen, of het nu gaat om Ba'Moïse in La pièce d'or van de in Senegal geboren schrijfster Ken Bugul of om de helden in Babyface, de debuutroman van de Frans-Ivoriaanse toneelschrijver Koffi Kwahulé.

Wat boeken als deze toevoegen aan het panorama van in het Frans geschreven literatuur zijn nieuwe vertelvormen vol energie, die hun oorsprong vinden in de orale traditie van hun culturen van herkomst. Herhaling, ritme en spanningsopbouw weerspiegelen zich in het gebruik van interpunctie, lay-out en de vermenging van proza, poëzie met allerlei tussenvormen.

De vraag of deze literatuur nu door een Fransman wordt geschreven of door een francofoon, is volledig irrelevant. Zij wordt in het Frans geschreven door schrijvers die ervoor hebben gekozen zich in die taal uit te drukken. Amin Maalouf stelde voor om voortaan alleen nog te spreken van “schrijvers in de Franse taal'. Dat lijkt me een uitstekende oplossing. Dan kan iedereen zich nu weer bezighouden met waar het werkelijk om gaat - de literatuur zelf.

Alain Mabanckou: Verre Cassé. Seuil, 202 blz, 17,-

Ananda Devi: Ève de ses décombres. Gallimard, 155 blz. 12,50

Natacha Appanah: Blue Bay Palace. Vertaald uit het Frans door Eef Gratama. Wereldbibliotheek, 112 blz. 12,50

Het werk van Amin Maalouf verschijnt bij De Geus.

Natacha Appanah: Blue Bay Palace. Vertaald uit het Frans door Eef Gratama. Wereldbibliotheek, 112 blz. € 12,50

Het werk van Amin Maalouf verschijnt bij De Geus.