Liplezen

Ik ga een spreekbeurt houden over slechthorende kinderen. Ik doe dit om dat ik ook een klein beetje doof ben.

1. Het is makkelijk om te proberen om een beetje in het licht te gaan staan want dan kan degene die niet zo goed kan horen je beter zien en dan kan die beter op je lippen letten.

2. Begin pas met praten als de slechthorende naar je kijkt. Dan kan de slechthorende naar je lippen kijken.

3. Je moet op je lippen letten. Dat heet liplezen. En duidelijk praten. Maar je kan niet alles liplezen.

4. Als je doof bent kan je niks horen. En als je slechthorend bent kan je een klein beetje horen.

6. En niet schreeuwen anders gaat je lip in een andere beweging. Maar wel hard praten.

7. Het is makkelijk om met je handen mee te doen, dat heet gebarentaal. Ik heb een boek mee en dat heet Gebarenwoordenboek voor kinderen.

8. Het is wel moeilijk als je het niet kan. Daarvoor heb ik dit boek mee. Hier in dit boek zie je plaatjes. Daaronder staan woorden daar staat wat het betekent.

Eigen spreekbeurt van Janneke Wijman, 7 jaar, Monnickendam