“Leg je niet neer bij de werkelijkheid'

Hoe leefde men onder de stalinistische terreur? Sana Valiulina uit Estland schreef er in het Nederlands een zeer invoelend boek over. ,,Eigenlijk gaat het over de triomf van de menselijkheid.''

Sana Valiulana: 'Waar is de Nederlandse tolerantie gebleven?' Foto Leo van Velzen Amsterdam, 10/05/06. Sana Valiulina, schrijfster. Foto Leo van Velzen Nrc Hb. Velzen, Leo van

Waarom schrijft iemand die Russisch-talig is opgegroeid, Ests spreekt en Noorse taal- en letterkunde heeft gestudeerd haar hartverscheurende afrekening met het stalinisme uitgerekend in het Nederlands? De 41-jarige Sana Valiulina, wier ook wat omvang betreft imponerende roman Didar en Faroek afgelopen woensdag in de Hermitage in Amsterdam werd gepresenteerd, kijkt me verbaasd aan. Waarom zou ze niet in het Nederlands schrijven? ,,Ik woon hier sinds 1989, dankzij de liefde, en heb snel de taal geleerd. In 1995 - mijn dochter was vijf en ik wilde iets zinvols doen met mijn leven - ben ik gaan schrijven voor de achterpagina van NRC Handelsblad. Het waren stukken over Rusland die ik in eerste instantie in het Russisch schreef. Mijn echtgenoot, de slavist Arthur Langeveld, vertaalde ze. Maar ik was daar niet tevreden over omdat er te veel verloren ging, zoals altijd met vertalingen. Al bij het derde stuk dacht ik: ik probeer het gewoon direct in het Nederlands. Dat lukte en sindsdien ben ik dat blijven doen.''

Valiulina, klein, tenger en gedreven pratend, groeide op in Tallinn (Estland) en studeerde in Moskou. Over haar studententijd daar schreef ze de roman Het Kruis (2000), die opzien baarde wegens de alcoholische en seksuele uitspattingen van haar personages, maar waarmee ze vooral bewondering oogstte om haar beheersing van het Nederlands en haar stilistische kwaliteiten. Haar tweede boek Vanuit nergens met liefde (2002), een bundel met drie novellen, viel eenzelfde lof ten deel, al was hier en daar ook kritiek te beluisteren op de vrijblijvendheid van haar verhalen.

Dat verwijt kan de frêle Tataarse Bijlmerbewoonster over Didar en Faroek in elk geval niet worden gemaakt. In deze verpletterende, invoelend geschreven anti-sovjetroman over de periode 1922-1956 portretteert ze twee mensen die de stalinistische terreur elk op eigen wijze overleven zonder hun menselijkheid te verliezen. Een huiveringwekkend verhaal waarin ze de ervaringen van haar ouders heeft verwerkt. Het is haar meesterproef en tegelijk een glorieuze afrekening met haar verleden en dat van haar familie.

Sana Valiulina schrijft niet alleen wonderbaarlijk goed Nederlands, ze spreekt het - alhoewel niet accentloos - ook vloeiend. ,,Als ik mijn boeken in het Russisch had geschreven'', zegt ze, had ik me belemmerd gevoeld. Dostojevski en Tolstoj kijken altijd over je schouder mee. Zo ben ik opgevoed, altijd in de schaduw van die grote geesten. Pas toen ik klaar was met Didar en Faroek kwam ik erachter hoezeer ik door hen ben beïnvloed en in hun traditie sta. Dostojevski en Tolstoj schreven onderhoudende boeken, soaps met af en toe diepzinnig mooie passages over het menselijk bestaan, en dat is wat ik in Didar en Faroek ook heb nagestreefd. Hoe verschrikkelijk het verhaal ook is, je moet zo schrijven dat het meeslepend blijft.''

Universum

Faroek en Didar zijn fictieve figuren maar hebben veel gemeen met Valiulina's ouders. Haar vader, een in 1922 in Moskou geboren Tataarse moslim, was in 1944 in Normandië als krijgsgevangene van de nazi's en verdween vervolgens, net als twee miljoen lotgenoten, voor tien jaar in de kampen van Stalin. Haar moeder, geboren in 1925 groeide op in Poesjkin bij Leningrad en verloor in de Tweede Wereldoorlog vrijwel haar hele familie. In het boek hebben de personages dezelfde geboortedata en -plaatsen en maken zij een vrijwel identieke geschiedenis door. Het verschil tussen Faroek en Didar is dat de eerste als kind al in opstand komt tegen Stalin en de sovjet-dictatuur, terwijl de ambitieuze Didar als overtuigd pioniertje alle heil verwacht van de grote leider.

,,Faroek schept van jongs af aan zijn eigen mythe', legt de schrijfster uit, ,,dat was de hoogste daad van verzet in die verschrikkelijke tijd van terreur. Meer was niet mogelijk. Van dissidentie kon geen sprake zijn, de angst was overheersend. Het was puur bloedvergieten en fysieke vernietiging. Vóór zijn elfde weigert Faroek te spreken omdat hij de leugenachtige taal waaruit zijn wereld bestaat niet over zijn lippen kan krijgen. Tot hij - door zijn contacten met een ontwikkeld iemand - de hemel en met name het sterrenbeeld Taurus ontdekt. Door dat prachtige woord beseft hij dat het universum waarin hij leeft geen absoluut universum is. Dat is de eerste stap op weg naar de vrijheid. Het betekent dat hij de macht van de leider doorbreekt. Taurus staat voor vrijheid, het droombeeld waarvoor hij wil leven. Aanvankelijk houdt hij vooral van het woord Taurus, later in de roman wordt dat woord zijn werkelijkheid. Het woord is vlees geworden.''

Stapels “kampliteratuur' heeft ze doorgewerkt om te achterhalen wat haar vader moet hebben doorgemaakt in Duitse krijgsgevangenenschap en daarna in de drie sovjet-strafkampen waar hij verbleef. Zelf sprak hij er nauwelijks over. Pas toen Sana op haar 25ste in Nederland kwam en Solzjenitsyns Goelag Archipel las besefte ze door welke hel haar vader is gegaan. Daarna las ze alles wat ze in handen kon krijgen en bekeek ze talloze foto's en documentaires om de gruwelen tot zich te laten doordringen.

,,Voor de figuur van Faroek heb ik veel gehad aan het essay van Georges Perec Robert Antelme of de waarheid van de literatuur, over het ontwikkelen van een onwrikbaar bewustzijn van menselijkheid in de meest mensonterende omstandigheden.' Ze lacht verlegen. ,,Sorry voor deze hoogdravende woorden, maar dáár gaat mijn boek over: de triomf van de menselijkheid.''

En haar moeder? Het prachtige meisje in pioniersuniform uit de jaren dertig op de cover van de roman dat Didar moet voorstellen is niet haar moeder, maar een verre verwante uit een familiealbum. ,,Je kunt zien', zegt Valiulina, ,,dat ze Tataarse is, geen Russische. Mijn moeder was net als Didar afkomstig uit een moslimgezin, maar zelf geloofde ze niet en ik ben ook niet religieus opgevoed. Overigens is de Tataarse variant van de islam nogal licht: geen besnijdenis of eerwraak of burqua's. Ik voel de islam niet als bedreiging. Meisjes met hoofddoeken vind ik geen probleem, alhoewel ik soms medelijden heb met die vrouwen en ik word ook wel eens mismoedig van al die lappen. Aan de andere kant, ik houd van diversiteit, zoals hier in de Bijlmer. Nederlanders hebben de mond vol van openheid en tolerantie, maar waar is die tolerantie gebleven? Opeens is hier al het vreemde bedreigend.''

In Didar en Faroek vertegenwoordigt religie iets positiefs. De islamitische moeders van Didar en Faroek ontlenen hun moed aan hun vertrouwen in Allah, het geloof is hun vorm van verzet tegen de dictatuur en de ellende, hún manier om de menselijkheid hoog te houden.

,,Ze waren al gelovig vóór de revolutie en hoefden dus niet te worstelen met hun identiteit. Dat is een groot verschil met hun kinderen die na de revolutie van 1917 zijn geboren. Faroek en Didar moeten in een hele nieuwe wereld hun weg vinden. Didar vertrouwt als jong meisje op Stalin, ze is pionier en net als ooit mijn moeder ontleent ze daar veel aan.''

Zelf heeft Sana Valiulina, die onder Brezjnev opgroeide, ook het pioniersuniform gedragen en communistische leuzen geroepen, maar anders dan haar moeder geloofde ze er niet in. ,,Het was verplicht, maar ik vond het ondraaglijk. Het strookte ook niet met mijn opvoeding. Niet dat mijn vader altijd anti-sovjet-praatjes hield, maar hij straalde een negatieve houding uit. Dankzij mijn eigen ervaringen heb ik die van mijn moeder kunnen fictionaliseren. Didar ziet de gruwelijkheden van het sprookjesachtige pionierskamp waar ze verblijft niet, ik heb geprobeerd ze wél te laten zien, bijvoorbeeld in de verschrikkelijke leus: “Niemand is onvervangbaar' die Didar te horen krijgt als er een pionier wordt vermoord.''

Tataarse vrouw

Een bijfiguur in de roman is Faroeks zusje Zeineb die weigert een hoofddoek te dragen en niet met een Tataar wil trouwen. Ze is een vrijgevochten vrouw die in de oorlog in Berlijn zat en daar affaires had met interessante mannen. Ze blijkt dezelfde Zeineb te zijn die ook al in de roman Het Kruis figureerde. ,,Zij is een onvergetelijke tante van mij', licht Valiulina toe, ,,even amoreel als onweerstaanbaar. Eigenlijk was zij een feministe. Met het lot van traditionele Tataarse vrouw nam zij geen genoegen. Ze heeft met haar onafhankelijke gedrag voor een kleine revolutie gezorgd. Een prachtige vrouw, helaas is ze overleden, evenals mijn vader, die in 1999 stierf.''

Pas toen haar vader dood was durfde de prille schrijfster zich aan de ambitieuze familiegeschiedenis Didar en Faroek te zetten. ,,Toen mijn vader er nog was voelde ik een zekere gêne en nu eigenlijk nog, omdat mijn moeder nog wél leeft. Maar ik kon niet langer wachten. Mijn moeder kan mijn boek helaas niet lezen, maar ik ga naar Tallinn en haar vertellen wat erin staat. En misschien vertaal ik het ook nog wel in het Russisch.''

In Rusland zou dit boek ongetwijfeld opzien baren want nog altijd is het lot van de Russische krijgsgevangenen daar met veel taboes omgeven. Eén van de sleutelzinnen die Faroek in gedachten uitspreekt luidt: “weten, herinneren, verdragen, denken, niet vergeven, bewaren, doorgeven.' Valiulina's vader heeft dat “doorgeven' nagelaten. Praten was te gevaarlijk, te schaamtevol, te pijnlijk. Heeft zijn dochter het nu in zijn plaats gedaan? ,,Ik weet het niet', aarzelt ze. ,,Ik wil niet de messias uithangen, geen boodschap verspreiden, bovendien is dit boek meer dan de geschiedenis van het stalinisme en de kampen. Het is ook een lichte roman over geloof in menselijkheid en de valkuilen van de liefde. De kern ervan is dat de werkelijkheid afschuwelijk kan zijn, maar dat je je daar niet bij neer moet leggen. Vrijheid is het ontbreken van angst, ontdekt Faroek, en dat is de les die ik van mijn ouders heb geleerd. Met Didar en Faroek wil ik in zekere zin mijn moeder en vader laten voortleven.''

Sana Valiulina: Didar en Faroek. Meulenhoff, 352 blz. 19,90