Knokken in de hooischuur

Een van de trends in mainstreamstrips is om steeds meer actie in een verhaal te proppen, zodat lezers zich maar niet zullen vervelen. Régis Loisel (bekend van Op zoek naar de Tijdvogel en zijn briljante verstripping van Peter Pan) gaat hier tegenin. In het eerste deel van het veelbelovende drieluik Magasin General gebeurt namelijk maar weinig.

Illustratie uit Magasin General I, Marie. Regis Loisel en Jean-Louis Tripp

We maken kennis met Marie, een timide weduwe, die vlak na het overlijden van haar man moet besluiten of ze het dorpswinkeltje zal voortzetten. In het Canadese gehucht Notre-Dame-des-Lacs rond 1920 is verder helemaal niets, dus de andere bewoners houden hun adem in. Marie is de enige met telefoon en een auto. Als zij zou stoppen met de winkel, hebben de bewoners geen boodschappen meer, maar ook nauwelijks nog contact met de buitenwereld. Niet dat die een rol speelt in het gesloten universum van het dorp; de bewoners zijn vooral met zichzelf bezig. Zo is een vrouw zwanger van een trapper die al maanden in de bossen zitbouwt een oude man aan een Ark van Noach, is er net een nieuwe pastoor in het dorp die een stuk minder streng is dan de vorige en wordt er verder over van alles geroddeld. Een hoogtepunt is een muzikale avond in een hooischuur. Als de broers Latulippe terugkomen uit de wildernis om hun huiden te verkopen, is het altijd feest omdat zij een instrument bespelen. De onderhuidse spanningen komen door de drank naar boven en resulteren in een grote vechtpartij.

De gebeurtenissen glijden voorbij in een tempo dat we alleen nog kennen uit NCRV-televisieseries uit de jaren tachtig. Dagboek van een herdershond, Het wassende water, dat zijn de associaties die je al snel krijgt. Maar Magasin General is geen belegen plattelandsdrama. Loisel en Tripp slagen erin de romantische idylle van het afgelegen dorp interessant te houden.

Het belangrijkste in dit boek zijn de personages. Loisel (die de schetsen maakte) staat bekend om een combinatie van geloofwaardige, weelderig ingekleurde decors en licht-karikaturale personages die daar sterk tegen afsteken. De gezichten van de personages zijn geen exacte, realistische afbeeldingen. Het is een misvatting dat dat nodig is voor een realistische strip. Juist door de afstand die ze hebben tot de realiteit groeit de geloofwaardigheid en zijn de emoties duidelijk die zich van de gezichten af laten lezen. Het is een mengsel van realisme en abstractie waar Loisel dertig jaar aan heeft geschaafd en die in Magasin General een hoogtepunt bereikt. Juist in een traag verhaal dat om subtiele emoties draait, komen zijn personages tot hun recht: ze kunnen acteren zoals een televisie-acteur dat nooit zal kunnen.

Een fraai voorbeeld van dat “acteren' is de perfect “geregisseerde' begrafenisscène in het begin van het boek. We zien Marie helemaal alleen bij de uitvaart, omringd door dorpsbewoners. We volgen haar in een paar tekstloze pagina's tot ze 's avonds, na het bekijken van de trouwfoto, gaat slapen. Hoewel het tempo laag ligt en het onderwerp melodramatisch is, zullen hier toch maar weinig lezers afhaken.

Régis Loisel en Jean-Louis Tripp: Magasin General 1, Marie. Casterman, 80 blz, 14,95

    • Gerard Zeegers