Klik, ik heb je!

Een week lang in 1956 was Hongarije een vrij land. Niemand fotografeerde het drama achter het IJzeren Gordijn zo compleet als fotograaf Erich Lessing. Sindsdien legt niemand de geschiedenis meer vast, denkt hij. Volgens H.J.A. Hofland, zelf getuige van “1956', bewijzen amateurbeelden van Abu Ghraib tot de Aziatische tsunami het tegendeel.

Op het hoofdkwartier van de Communistische Partij in Boedapest hangen opstandelingen Hongaarse vlaggen op waar de communistische hamer en sikkel uit zijn geknipt. Foto Erich Lessing Magnum

Vijftig jaar geleden was de Oostenrijkse fotograaf Erich Lessing 32 jaar oud. Hij hoorde tot het internationale fotografencollectief Magnum. In de zomer van 1956 reisde hij door Midden-Europa, naar Warschau, Praag, Boedapest - voortdurend. Voor iemand als hij, die het brengen van nieuws, het erbij zijn terwijl het gebeurde, toen als een levensvervulling zag, was het een volmaakte tijd. Vijftig jaar geleden, in de Koude Oorlog: dat vraagt nu een korte toelichting.

Nikita Chroesjtsjov, de machtigste man van de Sovjet-Unie, hield op 2 februari in Moskou zijn rede “Over de persoonsverheerlijking en haar gevolgen', in de beslotenheid van het partijcongres. Drie uur bleef hij aan het woord, onthulde tot verbijstering van de vergadering de ene misdaad van Stalin na de andere. Het meeste zal bij deze elite van de partij wel min of meer bekend zijn geweest. Onthutst waren ze doordat de algemeen secretaris van de Communistische Partij der Sovjet-Unie zelf er ex cathedra deze opsomming van gaf. Niemand mocht er een woord over naar buiten brengen. De volgende dag hadden de westelijke persbureaus de eerste berichten en een paar weken later kwam het State Department met de volledige tekst. Het revolutionaire jaar 1956 was begonnen.

Een onderdrukt volk begint pas opstandige gedachten te koesteren als er een sprankje hoop is. Oude politieke wijsheid. Was de toespraak van Chroesjtsjov het eerste bewijs dat er, na jaren van rigoureuze dictatuur een zekere liberalisering op til was? Zowel in de internationale politiek als binnen het Oostblok waren er veel meer tekenen die daarop leken te wijzen.

In april kwam het Tsjechoslowaakse Schrijverscongres in verzet tegen de macht van de partij. Studenten eisten vrijheid van drukpers. In juni gingen de arbeiders in het Poolse Poznan in staking. Onlusten volgden. En in Hongarije eiste een vereniging van intellectuelen en schrijvers, de Petöfi-kring - genoemd naar de beroemdste nationale dichter uit de negentiende eeuw - een einde aan de communistische onderdrukking. Midden-Europa was weer in beweging.

In Hongarije zag Erich Lessing de opstand ontkiemen. “Je was getuige van geschiedenis in de maak. Je wilde een zo volledig mogelijk verhaal vertellen. Niet alleen het nieuws maar ook de ontwikkelingen en de achtergrond daarvan. Voor zulke verhalen was toen ook ruimte in de geïllustreerde tijdschriften, die nog het venster op de wereld vormden“, zei hij in een vraaggesprek met Eddie Marsman, gepubliceerd in deze krant van 21 februari 2006. Van dit werk wordt onder de titel De Hongaarse revolutie van 13 mei tot 25 juni in de fotogalerie Noorderlicht in Groningen een tentoonstelling gehouden. Lessings werk als “geschiedenis in de maak'. Zal een publiek van een halve eeuw later, waaronder velen die nu “vijftigplussers' worden genoemd, het historisch drama begrijpen?

Bevrijde stad

De hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad besloot dat het veilig genoeg was om een verslaggever te sturen, en zo kwam het dat ik op 22 oktober bij Heygeshalom de Oostenrijks-Hongaarse grens passeerde. Geen papieren? Dat hinderde niets. Een nummerbord uit het Westen was voldoende. Via Györ reed ik naar Boedapest. Sinds het einde van de oorlog had ik zoiets niet meegemaakt. Veel puin, verwoestingen, rotzooi op straat, het wrak van een tram, en vlaggen met het communistisch embleem eruit geknipt, juichende mensen. Een bevrijding is een gebeurtenis van onbeschrijfelijke intensiteit. Niets is toevallig, niets is franje. En in radicaal tegenovergestelde zin geldt voor de nederlaag hetzelfde.

In het begin leek de revolutie een kans van slagen te hebben. Het Sovjet-gezag en zijn Hongaarse collaborateurs hadden zich laten verrassen door de omvang van het verzet. Het waren al vlug niet alleen die paar honderd schrijvers en weerbarstige intellectuelen en studenten die het waagden te demonstreren. Ze kregen steun uit de fabrieken en van het leger. Agenten van de geheime dienst, de AVO, werden aangevallen en doodgeslagen, het partijbureau en de redactie van de partijkrant werden bestormd, de inventaris van communistische boekhandels op straat gegooid en in brand gestoken. Ten slotte werd het standbeeld van Stalin omvergetrokken en in stukjes gezaagd. Boedapest had de allure van een bevrijde stad, Hongarije was een bevrijd land. In het Westen werd er serieus rekening mee gehouden dat Moskou genoegen zou nemen met de “Joegoslavische oplossing', een “eigen weg' voor Hongarije zoals maarschalk Tito in 1948 voor Joegoslavië had veroverd door zich los te maken van Stalin en de Komintern.

Deze ontwikkeling van het ontkiemend verzet naar een omwenteling die voltooid leek, valt in de foto's van Lessing nauwkeurig te volgen. In Boedapest, de grote, romantische stad, met in het centrum een architectuur uit de late negentiende eeuw, heerste de opgetogen chaos van de bevrijding. Het Rode Leger had zich teruggetrokken, definitief. Dat werd algemeen geloofd en iedereen handelde ernaar. Maar in de nacht van 3 op 4 november kwamen de Russen terug, met grote overmacht, nadat premier Imre Nagy had aangekondigd dat Hongarije uit het Warschaupact stapte en de neutraliteit uitriep. Dat ging de Russen te ver.

Een week heeft het Hongaarse verzet geduurd en toen was het land weer achter het IJzeren Gordijn verdwenen. Ook die hopeloze strijd is door Lessing zorgvuldig vastgelegd. Waarschijnlijk is hij de enige die deze tragedie uit de Koude Oorlog vrijwel volledig heeft gefotografeerd.

Op 11 november, nadat het Rode Leger de Sovjet-orde had hersteld, reed ik terug naar Wenen. Vertel in het Westen wat hier is gebeurd, riepen Hongaren langs de kant van de weg. Natuurlijk. Maar intussen waren de Britten en Fransen aan hun invasie van Egypte begonnen om hun Suezkanaal te redden.

Toen Lessing terug was in het Westen besloot hij, zich uit de nieuwsfotografie terug te trekken. “Mijn foto's hadden geen enkele invloed op de loop van de gebeurtenissen“, zei hij in het hierboven geciteerde interview. Hij besloot zich verder te wijden aan reportages uit historische steden, musea, hij legde de kunst en de voltooid verleden tijd vast. “Geen brandhaarden meer.“

Ik vind het jammer dat hij toen dit besluit heeft genomen, en ik blijf met de meester van mening verschillen.

Er zijn onderwerpen die, goed of minder goed gefotografeerd, het publiek feilloos in beweging brengen. De reportage van een grote aardbeving, of recent, beelden van de tsunami en de gevolgen. Ruïnes, lijken, radeloze ouders met hun dode kind. Open het rampennummer van de giro, en je ervaart waartoe fotografie en film in staat zijn. Om dergelijke katastrofes vast te leggen, hoef je geen ervaren vakman meer te zijn. De foto's uit de Abu Ghraib gevangenis, gemaakt door een soldaat met een digitale camera of misschien een mobieltje, hebben wereldpolitiek gemaakt. De schade aan het imago van Amerika is nog niet hersteld. Deze week zijn de voetbalsupporters weer bezig geweest op het Leidseplein. Anderen hebben dat met hun fotomobieltje vastgelegd. Burgerjournalisten! Hun werk staat in de krant afgedrukt. De politie heeft ook belangstelling. Is dit al een overgang naar de burgeragenten?

Warhol

Ik kan me voorstellen dat je dan, als beroepsfotograaf, je gaat afvragen wat je bestaansrecht in de publiciteit nog is. Iedereen kan het. Klik, ik heb je. Je doet het met je mobieltje, je blogt het op je computer de wereld rond en als het een beetje wil, ben je beroemd, zolang het duurt. Volgens Andy Warhol heeft iedereen twintig minuten recht op wereldberoemdheid. Deze vervulling van de democratie komt steeds dichterbij.

“De geschiedenis wordt niet meer vastgelegd“, zo besloot Erich Lessing zijn interview mismoedig. Ik geef toe dat het minder wordt. De mening, of het geloof dat gebeurtenissen die het vastleggen waard zijn, spontaan ontstaan, heeft zich de afgelopen halve eeuw steeds verder verbreid. Hoe langer hoe meer beweegt het publiek van de kijkers zich van sensatie naar sensatie. Dit ten koste van het besef dat vrijwel alle gebeurtenissen deel uitmaken van een continuïteit; dat er een proces van oorzaak en gevolg gaande is en dat je dit moet begrijpen om het incident te kunnen plaatsen.

Het Hongarije van Lessing in 1956 is een afgesloten geschiedenis die voor de bezoeker van deze tentoonstelling weer even gaat leven, dankzij de voortdurende zorgvuldigheid van de fotograaf, en het politiek besef waarmee hij te werk ging. Fotografen zoals hij toen was, zijn er gelukkig nog, en aan de gebeurtenissen is geen gebrek.

Ik geef één voorbeeld. Irak, gezien door de fotograaf Geert van Kesteren, in 2003 en 2004. Why Mister, Why? heet de verzameling foto's met tekst die hij van dit verblijf heeft meegenomen. Een boek met foto's en geschreven verslagen van meer dan 300 pagina's, niet vooringenomen, afgesloten in augustus 2004, toen de echte oorlog weer woedde, zoals hij nu nog doet. De geschiedenis wordt nog wel vastgelegd, door kundige beroepsjournalisten met hun camera of schrijfgerei, maar een steeds groter publiek vindt dat niet meer de moeite waard. Lessing kon fotograferen op de manier die op deze tentoonstelling zichtbaar wordt, omdat hij in een andere tijd werkte.

    • H.J.A. Hofland