Kirgizië komt niet tot rust

Massabetogingen, druk op de regering, een zuivering en de moord op een parlementariër – Kirgizië blijft, een jaar na de ‘tulpenrevolutie’, instabiel.

Rotterdam, 12 mei. - De inkt onder de reeks decreten waarmee woensdag president Koermanbek Bakijev een handvol kopstukken uit zijn bewind naar huis stuurde was nog niet droog, of in een buitenwijk van Bisjkek werd een van de meest controversiële personen uit de Kirgizische politiek doodgeschoten: maffiabaas Ryspek Akmatbajev – volgens de autoriteiten verantwoordelijk voor „een heel hoofdstuk in de geschiedenis van de georganiseerde misdaad in Kirgizië” – stierf in een regen van kogels, afgevuurd uit een langsrijdende auto.

Akmatbajev werd op 9 april tot parlementariër gekozen – als opvolger van zijn broer, die bij een recente gevangenisopstand werd gedood. Maar zijn zetel kreeg hij nog niet, omdat hij nog verwikkeld is in een proces wegens drie moorden die hij zou hebben gepleegd. Pas na het proces en na behandeling van het hoger beroep, zo had de voorzitter van de kiescommissie bepaald, mocht Akmatbajev zijn zetel innemen.

De maffialeider stond bekend om zijn meedogenloosheid. De voorzitter van de kiescommissie kreeg na zijn besluit van Akmatbajev te horen dat hij „al dood” was. Akmatbajev dreigde ook premier Feliks Koelov en vermoordde twee hoge ambtenaren – zij zouden schuldig zijn aan de dood van zijn broer. De dreigementen uitte Akmatbajev zonder enige schroom in het openbaar, op een verkiezingsbijeenkomst. Volgens het Kirgizische blad Vremja Novosti wist „iedereen in Kirgizië” dat Akmatbajev president Bakijev chanteerde – alleen wist niet iedereen waarméé.

Het tekent de sfeer op het politieke toneel in Kirgizië sinds begin vorig jaar een ‘tulpenrevolutie’ president Askar Akajev verdreef en het duo Koermanbek Bakijev – president – en zijn rivaal Feliks Koelov – premier – aan de macht kwam. De afgelopen maanden zijn vier parlementariërs vermoord, de oppositie gaat regelmatig de straat op voor massabetogingen en de regering is heftig verdeeld. Het massaprotest van de oppositie wordt mede georganiseerd door een minister. Bij de laatste grote betoging werd president Bakijev uitgejouwd door demonstranten die vervolgens van premier Koelov te horen kregen dat hij hen steunt.

Het massale protest is een uiting van woede en teleurstelling over het uitblijven van resultaten van de ‘tulpenrevolutie’. Het regime is even corrupt als het vorige en waarschijnlijk minder competent. Belangrijke kopstukken van de ‘tulpenrevolutie’ als minister van Buitenlandse Zaken Roza Otoenbajeva en procureur-generaal Azimbek Beknazarov hebben al een tijd geleden met het bewind gebroken of zijn ontslagen.

De woede van de oppositie richt zich vooral op het uitblijven van een verbetering van de levensstandaard, de banden tussen de politiek en de maffia en de corruptie. Vorige maand presenteerde de oppositie president Bakijev tien eisen – ‘tien simpele stappen naar het volk’. De belangrijkste: een ‘genadeloze oorlog’ tegen de georganiseerde misdaad, een ‘echte oorlog’ tegen de corruptie, een nieuwe grondwet waarin de president minder en de regering meer macht krijgt, de reorganisatie van de machtsministeries en een verbod op het inperken van democratische vrijheden. Aan één van die eisen – de vervanging van een reeks medewerkers – heeft Baijkev voldaan, maar volgens de oppositie is hij er daarmee niet: niet alleen de mannetjes vormen het probleem, maar vooral het kader waarin ze werken moet worden veranderd, zei gisteren een van de organisatoren van het protest.

Achtergrond van de instabiliteit is een machtsstrijd op verschillende niveaus: er is een machtsstrijd tussen criminele benden en de overheid, er is er een tussen functionarissen van het nieuwe regime en functionarissen van het oude regime van Askar Akajev en er is er een tussen het noorden (van premier Koelov) en het zuiden (van president Bakijev). Die laatste rivaliteit gaat zo diep dat – bijvoorbeeld – de International Crisis Group zich in december afvroeg of Kirgizië nog wel een land is.