Is Klaas er nog wel?

Guus Middag beschrijft radiomomenten die hem raken. Vandaag: De Aard van Nederland.

Het programma klinkt altijd wat suf en saai. Je hoort voetstappen en een of twee pratende mannen. Of ze praten niet. Dan hoor je alleen wat gesnuif en gehoest. Of het afremmen en weer optrekken van een auto, begeleid door ruitenwissergeluiden en een stem die zegt: “En hier links zie je dan de oude zeedijk.“ En de ander zegt: “En hier is het station.“ Er gebeurt niet veel in “De Aard van Nederland', maar als je je eenmaal hebt overgegeven aan het slome ritme van ruitenwisser en kalme voetstap, dan wordt het vanzelf opwindend. De hoofdpersoon is Klaas Vos. Die begeeft zich elke week naar buiten om het landschap te “lezen'. Hij hoopt zo meer te weten te komen over de aard van Nederland, en de Nederlanders. Een brug, een bocht, een kleiput, een zandhoop, een leeg veld met een oud muurtje - over alles valt wel iets te zeggen, en alles kan iets onthullen over de ware aard van het land. Het Hogelaand, het Gooi, het Naardermeer, de Westfriese Omringdijk (126 kilometer, bestudeerd in 13 afleveringen van een half uur) - er is genoeg landschap om te lezen. Er schuilt iets geheimzinnigs in, de suggestie van een verborgen vaardigheid voor ingewijden. Kijken kunnen we allemaal wel, maar wie ziet de tekens en wie leest er de juiste boodschap in?

In de praktijk leest Vos niet zelf. Hij laat zich voorlezen: door een streekhistoricus, een natuurgids of een plaatselijke planologische beleidsmedewerker die hem maar wat graag voor gaat en alle bijzonderheden wijst. Meestal horen we dan alleen nog de deskundige. Spreken wij van excursie-radio. “Je ziet dat de dijk scherpe bochten maakt. Dat zijn gewoon aanpassingen aan wat er gebeurd is. De zee geeft en de zee neemt. Je kunt de overstromingsgeschiedenis aflezen aan de bochten“, leert de gids ons in zijn cursus dijklezen.

De grote verdienste van Vos is dat hij heel goed zijn mond kan houden. We horen de gidsen met veel vuur hun gidsverhaal afsteken, maar vragen ons intussen bezorgd af: is Klaas er nog wel? Soms zegt hij “juist“ of “nou“ of “ja, ja“ of hij mompelt wat op de achtergrond, maar meestal gedraagt hij zich als de ideale excursieganger: hij schuifelt stil mee. Hij zal wel goed om zich heen kijken, denken wij dan maar.

Af en toe bloeit hij op. Dat zijn de mooie momenten in dit haastloze wandelradioprogramma. Dan ziet hij vogels, of planten, of een mooi uitzicht. “Ah, nu rijden we echt mooi op de dijk. Dat prachtige glinsterende licht op het IJsselmeer!“ Of hij veert op als hij de deskundige iets vreemds hoort zeggen. Het woord “dwangburcht'. De uitdrukking “het woeden van de zee'. Het oude woord “kinderkopjes', voor een bepaalde soort straatsteen - helemaal mooi als ze in de Schoolstraat blijken te liggen. Dan verraadt zich de lezer die hij, theoloog, van huis uit is: pas als hij iets leest, gaat het werkelijk voor hem leven.

Een van zijn gidsen voert hem langs een vuurbaken bij Oosterleek. Klaas leest in het voorbijgaan langzaam wat er op staat: “De zon zou ons niet kunnen schelen, lief, als zij niet onderging.“ Een regel van Emily Dickinson. Het is aan Klaas welbesteed. “Prachtig, he“, zegt hij. Hij komt er even later nog eens op terug, peinzend: “Ja, ja, dat is waar. De zon is pas mooi door haar ondergang.“ En dan zwijgt hij weer een tijdje. Landschaplezen is mooi. In een landschap lezen is nog net iets mooier.

    • Guus Middag