Internationaal cultuurbeleid is blazen én zuigen

Met hun beleidsbrief ‘Koers kiezen’ willen staatssecretarissen Nicolaï en Van der Laan Nederlands internationale profiel opvijzelen. De kunstwereld zelf reageert lijdzaam en mopperig.

De CIA adviseerde in de jaren zestig om in de oostbloklanden abstracte kunst te bevorderen – om zo de communistische ideologie te ondermijnen. En nu, in een tijd dat de westerse en de Arabische wereld soms hard botsen, zoals bij de Deens cartoonkwestie? „Moet Nederland dan juist veel figuratieve kunst naar het Midden-Oosten brengen?”, vraagt gespreksleider Hans Maarten van den Brink.

Staatssecretaris Atzo Nicolaï (Internationaal Cultuurbeleid, VVD) kan er wel om lachen. Nee, internationaal cultuurbeleid is natuurlijk geen middel om ‘regime change’ te bewerkstelligen. „Maar als je cultureel interessante dingen uit Nederland aan anderen toont, zijn dat natuurlijk ook wel eens rare dingen waar je vragen over krijgt van je gasten of gastheren”, zegt Nicolaï. „Je kunt niet zuigen en blazen tegelijk.”

Beurtelings blazen en zuigen moet wel, blijkt deze middag in Felix Meritis. Nicolaï en zijn collega Medy van der Laan (Cultuur, D66) geven een toelichting op de brief over internationaal cultuurbeleid die ze vanmorgen naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Het gaat over promotie van succesvolle Nederlandse producten in het buitenland, de uitwisseling met voormalige koloniën en met de herkomstlanden van immigranten, en de versterking van de nationale identiteit in Europa. Van Dutch Design dat het in Amerika zo goed doet tot de tentoonstelling Respect in Marokko.

De bewindslieden hebben hun nota Koers kiezen geschreven na de klacht dat de rol van Nederland in de internationale kunstwereld is verzwakt. In de vorig jaar verschenen essaybundel bundel All that Dutch staat onder meer dat bij de beeldende kunst Nederland geen voorloper meer is en dat de Nederlandse kunstwereld te veel in zichzelf is gekeerd.

„Dit is een slinger in de goede richting”, vindt directeur George Lawson van Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA). Het is van de weinige enthousiaste opmerkingen uit de zaal, waar de vertegenwoordigers van de kunstwereld zich nogal lijdzaam en mopperig betonen. Een kunstenaar, die „al meer dan dertig jaar” in Oost-Europa werkt, klaagt dat hem niets is gevraagd over die regio. Een dame van een erfgoedstichting vraagt waarom zij niet mee mocht op de recente China-reis van Van der Laan.

Dat niet iedereen naar hetzelfde land mee gaat, is omdat voortaan juist scherper wordt gekozen, zegt Van der Laan. Er komt geen extra geld voor internationaal cultuurbeleid, maar het wordt anders verdeeld: „Er gebeurt namelijk al heel veel en we proberen nu vooral om meer focus te scheppen.” Dus als Van der Laan binnenkort naar Jakarta afreist, gaat er wel iemand van het erfgoed mee: „Want in die relatie is juist het gezamenlijke erfgoed heel belangrijk.”