Inspraak bij bouwproject doelmatiger

De inspraak van burgers bij ruimtelijke projecten, zoals (spoor)wegenaanleg of ontpolderingen, wordt gewijzigd. Doel is de bureaucratie te verminderen en frustraties bij bestuurders en burgers te voorkomen.

Het kabinet zou vandaag tot de nieuwe opzet van de inspraak besluiten.

De verandering moet ertoe leiden dat de makers van ruimtelijke plannen voor de rijksoverheid meer kunnen doen met de ideeën en wensen van burgers, en dat burgers meer nut zien in inspraak. Uiteindelijk zou dat meer begrip voor besluiten moeten wekken. Dat kan langdurige juridische procedures voorkomen en leiden tot snellere uitvoering van plannen.

De verandering betreft vooralsnog alleen bouwplannen van de rijksoverheid. Structuurplannen en bestemmingsplanprocedures, waarvoor concrete wettelijke termijnen voor toetsing gelden, vallen er nog buiten. Wel zal de inspraak-nieuwe-stijl bij succes breed worden ‘uitgedragen’.

Het kabinet wil de inspraak onderscheiden in twee fases. In het begin van de planvorming worden burgers uitgebreid geconsulteerd. Zij kunnen meedenken over de plannen als daarvoor nog ruimschoots mogelijkheden zijn. De tweede fase van de inspraak is kort voor het definitieve besluit, als het plan volgens de makers klaar is. Deze ‘finale belangentoets’ fungeert als vangnet voor zaken die over het hoofd zijn gezien, vooral bedoeld voor burgers die vinden dat hun persoonlijke belangen onevenredig worden geschaad.

In de huidige opzet kent inspraak soms vele rondes, die voor belanghebbenden niet altijd op het juiste moment komen. Bovendien gelden in zeer verschillende situaties dezelfde inspraakprocedures. Er ontstaan frustraties bij plannenmakers doordat inspraak aan het begin van de planvorming niet altijd bruikbaar is. Bij burgers ontstaat soms weerstand doordat met hun inbreng aan het einde van de planvorming weinig meer wordt gedaan.

Het kabinet wil „maatwerk”. De nieuwe inspraak wordt komend jaar ingevoerd bij zeven proefprojecten, zoals de ontpoldering van de Noordwaard bij Gorinchem en de aanpak van de Utrechtse ringwegen. Daarna wordt de modernisering „rijksbreed” ingevoerd.

De modernisering vloeit voort uit het advies van een interdepartementale werkgroep onder voorzitterschap van de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops.

    • Arjen Schreuder