India’s communisten doen het goed

De Marxistisch-Communistische Partij van India boekte deze week tijdens verkiezingen haar zevende overwinning in West-Bengalen. Socialisme en kapitalisme gaan in deze staat hand in hand.

Hij noemde de Amerikaanse president Bush onlangs nog de ‘kapitein van een georganiseerde bende moordenaars’, ontving vorig jaar de Venezolaanse president Chávez met veel eerbetoon en verkocht zonder blik of blozen historisch monument het Great Eastern Hotel in Calcutta aan de hoogste bieder. Maak kennis met Buddhadeb Bhattacharjee, de eerste minister (een soort premier) van West-Bengalen, een van de grote winnaars deze week van deelstaatverkiezingen in India.

Buddha, zoals hij liefkozend wordt genoemd door zijn aanhang, loodste deze week opnieuw het Linkse Front, een groep linkse partijen onder leiding van de Marxistisch-Communistische Partij van India (CPI-M), naar een verpletterende verkiezingsoverwinning in de deelstaat West-Bengalen. De zevende overwinning op een rij van de linkse coalitie sinds 1977 in de deelstaat (80 miljoen mensen). Bhattacharjees motto: „onder kapitalisme kun je geen socialisme introduceren in een feodale maatschappij”.

In India zijn in vier belangrijke deelstaten gisteren de resultaten bekendgemaakt van de lokale parlementsverkiezingen (elke deelstaat heeft een eigen parlement en een premier, de zogeheten chief minister). De communisten deden behalve in West-Bengalen (hoofdstad Calcutta), ook goede zaken in de zuidelijke deelstaat Kerala, waar ze terugkeren in de regering.

Maar de uitslagen waren vooral goed nieuws voor de centrale regering in Delhi, die bekend staat als de United Progressive Alliance (UPA, een coalitie van de Congrespartij met negen regionale partijen). In geen van de deelstaten, waaronder Assam en Tamil Nadu, kwam de landelijke oppositie, onder leiding van de hindoe-nationalistische BJP, eraan te pas.

Bovendien won Sonia Gandhi, voorzitter van de Congrespartij, op overweldigende wijze tussentijdse verkiezingen in het district Rae Bareli in Uttar Pradesh, een deelstaat met zo’n 180 miljoen inwoners.

De UPA-regering is voor een meerderheid in het parlement afhankelijk van steun van de communistische partijen. De laatste hebben de afgelopen twee jaar steevast voorstellen met betrekking tot economische liberalisering geboycot, in het bijzonder het toestaan van buitenlandse investeringen in bepaalde sectoren en privatiseringen van staatsbedrijven.

Het succes in West-Bengalen van het Linkse Front heeft echter de vraag opgeroepen of Buddhadeb Bhattacharjee niet een wat prominentere rol in Delhi zou moeten spelen. Hoewel de premier van West-Bengalen lid is van het politburo, het landelijk bestuur van CPI-M, wijkt zijn beleid in de praktijk nogal af van de behoudende ideeën van zijn collega’s van het partijbestuur.

De verkoop van het Great Eastern Hotel, waar in 1888 de Britse schrijver Rudyard Kipling logeerde, is daar een goed voorbeeld van. Bhattacharjee, die sinds 2000 eerste minister van de deelstaat is, huurde vorig jaar de adviesfirma PricewaterhouseCoopers in. Die maakte een lijst van financially challenged staatsbedrijven met weinig perspectieven. Het hotel prijkte ook op de lijst en werd vervolgens geveild. De werknemers kregen een riante gouden handdruk mee.

Oorspronkelijk hadden de communisten in de jaren zeventig hun machtspositie in West-Bengalen opgebouwd met hulp van landhervormingen, waarbij boeren en landarbeiders betere rechtsposities kregen. Bhattacharjee wist echter de stembasis van zijn partij te verbreden naar de middenklasse in de grotere steden. Hij opende de deur voor buitenlandse investeerders, sneed lagen bureaucratie weg en wist de vakbonden te overreden minder vaak te staken.

In New Delhi hopen ze nu dat Bhattacharjee zijn collega’s van het politburo de juiste weg zal wijzen als het gaat om nationaal beleid.

    • Philip de Wit