Hulp Suriname traag op gang

De hulp voor de duizenden Surinamers die zijn getroffen door de overstromingen in het binnenland komt maar traag op gang. Vijf dagen nadat de Marowijne, Suriname, Gran Rio, Rio Pikin en Tapanahony buiten hun oevers traden, zijn de autoriteiten nog voornamelijk bezig met het inventariseren van de behoeftes van de bevolking.

Volgens de Surinaamse pers staan in ruim honderd dorpen huizen en kostgrondjes onder water. Ongeveer 22.000 mensen hebben hoger gelegen gebieden moeten opzoeken. De overstromingen worden veroorzaakt door hevige regenval.

De hulpverlening wordt ernstig bemoeilijkt omdat de paar bestaande wegen in het woud door de aanhoudende regen amper nog begaanbaar zijn. Andere transportmiddelen bieden evenmin uitkomst: op sommige plekken ontbreekt het aan brandstof voor vliegtuigjes, helikopters en gemotoriseerde kano’s. Daarnaast liggen op enkele plaatsen de telefoonlijnen en het elektriciteitsnetwerk plat.

Maandag wees de Surinaamse president Ronald Venetiaan de ondergelopen delen van het land als rampgebied aan. Het Nationaal Coördinatie Centrum Rampenbestrijding (NCCR), dat de leiding heeft over de hulpoperatie, vloog gisteren hulpteams en -goederen naar een tiental centraal gelegen steunpunten. Van daaruit distribueren de militairen, vrijwilligers en het Surinaamse Rode Kruis de pakketten met rijst, olie, zoute vis, bruine bonen en cassave naar de ontheemden die zich hebben verzameld in kleinere dorpen.

Gisteravond heeft het in het gebied weer fors geregend. Nadat het water in de bovenloop van de Suriname aanvankelijk was gedaald, verwachten hulpverleners ter plekke nu dat het waterpeil de komende dagen opnieuw verder zal stijgen. In totaal staan langs de Boven Suriname 8.000 km2 en langs de Lawa-Tapanahony 15.000 km2 grondgebied onder water.