Hoe de Britse MI5 verrast werd door 7/7

Hoewel twee rapporten laten zien dat de Britse geheime dienst verrast werd door de aanslagen in 2005 in Londen, worden de diensten vrijgepleit.

Dame Eliza Manningham-Buller, het hoofd van de binnenlandse Britse inlichtingendienst MI5, gaf het na de zelfmoordaanslagen van vorige zomer ruiterlijk toe. Ze was totaal verrast door het feit dat moslims van eigen bodem tot zulke daden in staat waren. Nog in maart van dat jaar kregen Britse ministers van hun inlichtingendiensten te horen dat het onwaarschijnlijk was dat zelfmoordaanslagen in Europa „de norm” zouden worden.

Twee gisteren gepubliceerde onderzoeken naar het bloedbad van 7 juli 2005, een van het Lagerhuis en een van het ministerie van Binnenlandse Zaken, pleitten de veiligheidsdiensten niettemin vrij van incompetentie. Beide rapporten maakten wel duidelijk dat de inlichtingendiensten slechts een oppervlakkig beeld hadden van wat er in kringen van jonge Britse moslims speelde. „Er moet meer worden gedaan om radicalisering in het Verenigd Koninkrijk te begrijpen”, constateert het Lagerhuis-rapport droogjes.

De rapporten illustreren intussen pijnlijk hoe moeilijk het is dergelijke aanslagen te voorkomen, juist door hun kleinschaligheid. De totale kosten van de voorbereidingen van de aanslagen in Londen, waarbij 52 mensen en de vier daders om het leven kwamen, worden begroot op slechts 8.000 pond (12.000 euro), minder dan de prijs van een tweedehandse auto.

Onder leiding van Mohammed Sidique Khan werkten de daders in een ruimte in Leeds aan hun dodelijke bommen. Via internet bestelden ze maskers om hun gezicht te beschermen. De dampen van de chemicaliën die ze gebruikten, waaronder waterstofperoxide, waren echter zo sterk dat ze slechts met open ramen konden werken. Die hadden ze met vitrages afgedekt om geen pottenkijkers te hebben.

Helemaal onopgemerkt bleven hun activiteiten niet. Hun familie had gezien dat hun haar plotseling nogal was gebleekt. Dat kwam door het chloor in het zwembad, was het smoesje van het viertal. Later ontdekten forensische experts dat de planten vlak onder het raam van hun ‘laboratorium’ aan de bovenkant waren afgestorven als gevolg van de krachtige chemische dampen die waren vrijgekomen.

De inlichtingendiensten hadden geen greep op het contact van Britse moslims met hun land van herkomst, in het geval van de daders van 7 juli vooral Pakistan. Deels komt dat door onvoldoende financiële middelen, deels door een gebrek aan medewerkers met de geschikte culturele en taalkundige bagage. Ook dit is een ingewikkelde opgave. Zo’n 400.000 mensen, veelal Britse moslims die uit Pakistan afkomstig zijn, bezoeken dat land elk jaar. Gemiddeld blijven ze er zes weken. Het is ondoenlijk al hun gangen na te gaan.

Veelzeggend is dat ondanks al het onderzoekswerk van de afgelopen maanden, waarbij kosten noch moeite zijn gespaard, de inlichtingendiensten nog altijd goeddeels in het duister tasten wie de daders in Pakistan hebben gesproken voorafgaand aan hun aanslagen. Het vermoeden is dat Khan tijdens bezoeken aan Pakistan in 2003 en 2004 contact heeft gehad met het terreurnetwerk Al-Qaeda.

Nog niet duidelijk is ook hoe met name Khan erin slaagde een dubbelleven te leiden. Aan de ene kant was hij een gewaardeerde medewerker op een school voor kinderen in Leeds met leermoeilijkheden. Intussen was hij echter al volop actief in radicale islamitische milieus in datzelfde Leeds. Ook de radicalisering van Shehzad Tanweer, die van zijn relatief welgestelde vader al een Mercedes had gekregen en uitblonk in cricket, is in veel opzichten nog een raadsel.

Het dagblad The Times vat de ongemakkelijke les van de aanslagen vandaag het beste samen in een commentaar. „De belangrijkste les is helder: het terroristische gevaar is reëel en aanwezig, en de Britse veiligheidsdiensten moeten de middelen, de verbeeldingskracht en de strategie hebben om het te bedwingen. Voor 7/7 ontbrak het jammerlijk aan alle drie.”

    • Floris van Straaten