Hip, vlak koningsdrama

Voorstelling: Edward II, naar Christopher Marlowe, door Teatro. Regie: Marcus Azzini. Gezien: 6/6 Frascati, Amsterdam. Daar t/m 20/5. Inl. 020-6266866 en www.teatro-online.com.

Wie binnenkomt, moet eerst een witte dansvloer oversteken. De tribunes staan aan weerszijden, housemuziek dendert door de ruimte en de acteurs dragen zwarte partypakken.

Het jonge gezelschap Teatro speelt Marlowes tragedie Edward II als een hip, uit de hand lopend feest. De koning van Engeland naar wie het stuk is vernoemd, heeft dolle pret met zijn uitbundige minnaar. Gaveston (Hendrik Aerts), in de soms drastische Teatro-bewerking een simpele slagerszoon, fascineert de koning mateloos. Uitdagend danst hij langs de eerste rijen, met ontbloot bovenlijf en nichterig gekir. Als ook zijn onderkleding uitgaat heeft de koning het al gauw zo druk met vrijen dat hij aan regeren niet meer toekomt.

Logisch dat Teatro de handeling van de 14de eeuw naar het nu verlegt: aan museumstukken hebben we immers niks. Maar zo gaat er wel iets verloren. Waar Marlowe, die zijn historische drama in 1593 voltooide, nog bloedserieus de kwestie van goed en slecht koningschap aan de orde stelde, gaat het regisseur Marcus Azzini om het conflict tussen privé-gevoelens en openbare rol, om niet getolereerde homoseksualiteit, om de strijd voor erkenning. Edward II (Stefan Rokebrand) krijgt direct onze sympathie, als underdog die tegen het hof moet vechten. Er is geen omslag.

Ook Edwards opponent Mortimer (Koen Wouterse) maakt geen ontwikkeling door. Met zijn gladde kapsel en z’n machtswellust is hij van meet af aan een akelig sujet. Bij Marlowe blijkt zijn tirannieke kant pas in het tweede deel. Gaveston wordt vermoord en Mortimer grijpt de macht, waarna ook Edward op gruwelijke wijze aan zijn einde komt.

Het enige personage dat tragiek meebrengt is Isabella, de koningin (Lotje van Lunteren). Vernederd door haar man die alleen nog maar oog heeft voor Gaveston, zoekt zij bij Mortimer steun. Van een hulpeloos schepsel verandert ze in een wrede lady – met, hoe melig dan weer, het bekakte accent van koningin Beatrix.

De geringe profilering van de figuren ligt ook aan de acteurs, die losjes spelen, op het nonchalante af. Winst van die aanpak is het contact met de zaal. De spelers stappen brutaal op het publiek af, en veel monologen zijn aan ons gericht, in vlotte, heldere taal. Helder is ook het gebruik van de ruimte. Links zit de ene partij, rechts de andere, ertussen pendelen de overlopers. Ineens baadt de zaal in genadeloos neonlicht. Een heilzaam schokeffect. Maar de karakters choqueren minder, en daarom is deze voorstelling een half succes.

    • Anneriek de Jong