Het Baumensch en de directeur

In haar lange leven verzamelde Helene Kröller-Müller ruim vijfduizend kunstwerken. Die vormden de basis voor het museum dat is genoemd naar haar en haar man. Een studie maakt duidelijk hoe de levens van de echtelieden uiteenliepen.

Onder de titel Het legaat van Deventer is in het Kröller-Müller Museum op De Hoge Veluwe sinds vorige maand een tentoonstelling te zien van 28 schilderijen en tekeningen, waaronder werken van Van Gogh, Seurat, Redon, Jongkind, Sluijters en Van der Leck. De collectie werd aan het museum nagelaten door Rudi van Deventer, die vorig jaar overleed. Hij was de zoon van Sam van Deventer (1888-1972), een intieme huisvriend van de kunstverzamelaarster Helene Kröller-Müller (1869-1939) en haar echtgenoot, de grootindustrieel Anton Kröller (1862-1941).

Behalve de kunstwerken die Sam van Deventer, geïnspireerd door Helene Kröller-Müller, had verzameld, werd na de dood van zijn zoon Rudi ook een kist aan het museum overgedragen. Die kist bevat ruim tweeduizend brieven van Helene aan haar hartsvriend Sam - die negentien jaar jonger was dan zij -, vele brieven aan haar vier kinderen en andere correspondenties van het echtpaar Kröller-Müller.

Doordat de inhoud van de kist tot nu toe niet toegankelijk was, kon er nooit een goede biografie worden geschreven van Helene Kröller-Müller of van haar man, begin vorige eeuw een van de rijkste en machtigste ondernemers van Nederland. Daar gaat nu eindelijk verandering in komen. Na de overdracht van de kist met correspondentie plaatste het Kröller-Müller Museum samen met het Biografie Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen in februari een advertentie waarin promovendi worden gezocht voor het schrijven van twee wetenschappelijk verantwoorde biografieën, van Helene en van Anton, die over een jaar of vier moeten verschijnen. Het project wordt gefinancierd door Het Nationale Park De Hoge Veluwe en door het Kröller Müller Museum.

Het is een goed idee dat voor twee afzonderlijke publicaties is gekozen en niet voor een dubbelbiografie. Want al zijn de levens van Anton en Helene ruim vijftig jaar, van hun huwelijk in 1888 tot aan Helene's dood, nauw met elkaar verbonden geweest, het waren toch twee totaal verschillende persoonlijkheden die ook op verschillende terreinen - zij in de kunst, hij in de handel - hun sporen hebben nagelaten.

Panoramisch

Hoezeer hun beider levens, hun belangstellingen en ambities uiteenliepen, komt duidelijk naar voren in het boek Anton & Helene Kröller-Müller. Miljoenen, macht en meesterwerken van de cultuurhistorische publicist Wim H. Nijhof. Voor dit boek, dat toevallig een maand na de advertentie voor de twee promovendi-biografen verscheen, kon Nijhof geen gebruik maken van de correspondentie in de kist van Van Deventer. Hij presenteert zijn boek dan ook niet als een biografie van het echtpaar, maar als “een documentaire vol biografische schetsen'. Dat is een adequate typering. Nijhof heeft uitgebreid archief- en literatuuronderzoek gedaan en hij vertelt een panoramisch verhaal waarin alles wat direct of zijdelings met het wel en wee van het echtpaar te maken heeft aan de orde komt. Zo gaat hij bijvoorbeeld uitvoerig in op de sociaal-economische geschiedenis van de havenstad Rotterdam, de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, de Jugendstil, het expressionisme en andere kunststromingen uit het begin van de vorige eeuw, de opkomst van de NSB in de jaren dertig en het ontstaan van de Veluwse zandverstuivingen. Het is een boek vol zijwegen en uitweidingen waarin de levens en karakters van de hoofdpersonen inderdaad slechts schetsmatig, vaak aan de hand van de bestaande literatuur, worden beschreven.

Helene Müller was zeven jaar toen haar vader in Düsseldorf de scheepvaart- en handelsonderneming Wm.H. Müller & Co. oprichtte. De Rotterdamse timmermanszoon Anton Kröller was kort voor zijn huwelijk met Helene opgeklommen tot directeur van het Rotterdamse filiaal van de firma. Nadat zijn schoonvader was overleden kwam het hele bedrijf onder zijn leiding. Begin vorige eeuw groeide Wm.H. Müller & Co. uit tot een multinational die ondermeer handelde in ertsen, graan, wol, katoen en bananen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte het bedrijf enorme winsten, maar in de jaren twintig, en vooral na de Beurskrach van 1929, ging het snel bergafwaarts met de firma van Anton Kröller.

Helene Kröller-Müller was omstreeks 1910 in de ban geraakt van de kunstgoeroe H.P. Bremmer, die cursussen in kunstbeschouwing gaf en rijke verzamelaars adviseerde bij hun aankopen. Onder zijn leiding begon ze zelf ook te verzamelen. In 1927, toen het bedrijf in financiële problemen kwam, kreeg ze van haar man een koopstop opgelegd, maar toen had ze al een collectie van ruim 5.000 kunstwerken bijeengebracht, waaronder alleen al 300 schilderijen en tekeningen van Vincent van Gogh. In hun expansiedrift kocht het echtpaar 6.000 hectare bos en hei op de Veluwe waar Anton zijn liefde voor de jacht kon botvieren. Ook lieten ze een reeks villa's en boerderijen bouwen en zelfs een heus kasteeltje: het jachthuis Sint Hubertus op de Hoge Veluwe, omstreeks 1916 ontworpen door architect H.P. Berlage.

In 1911 bracht Helene een bezoek aan de Duitse verzamelaar Karl Ernst Osthaus, die zijn kunstcollectie in een museum had ondergebracht. Vanaf dat moment was ze bezeten door het ideaal dat alles wat zij verzamelde ooit “tot nut en genot van de gemeenschap' zou zijn. En een jaar later, in 1912, opende ze al haar eigen museumpje aan het Lange Voorhout in Den Haag.

Toen de schulden van het bedrijf zich eind jaren twintig opstapelden, dreigden Anton en Helene hun bezittingen te moeten verkopen, maar met hulp van de staat slaagden zij erin de kunstcollectie, het Park De Hoge Veluwe en het jachthuis onder te brengen in stichtingen. In 1938 werd het Kröller-Müller Museum geopend, waarvan Helene tot haar dood in 1939 directeur was.

Nijhof schenkt in zijn boek veel aandacht aan de samenwerking van Helene met bekende architecten als Berlage, Ludwig Mies van der Rohe en Henry van de Velde. In 1930, toen het zoveelste nieuwe landhuis van het echtpaar in de steigers stond, schreef Helene aan een vriendin: “ich bin ein Baumensch' en dat was niet overdreven. Berlage, die van 1913 tot 1919 vast in dienst was van Müller & Co. en geacht werd al “zijn tijd en vlijt' in te zetten voor de firma, had in haar geen makkelijke opdrachtgeefster. Ze schroomde niet in zijn ontwerpen te knoeien en ook liet ze als een gebouw klaar was nog rustig naar eigen inzicht allerlei ingrijpende wijzigingen aanbrengen.

Rondleiding

Nijhof, die als vrijwilliger regelmatig rondleidingen geeft in het jachthuis Sint Hubertus, neemt de lezers van zijn boek ook mee op zo'n rondleiding: pagina's lang lopen we met hem door het jachthuis. Bij zijn gedetailleerde beschrijvingen van het interieur lijkt hij wel eens te vergeten dat wij dat interieur al lezend niet voor ogen hebben.

En passant lanceert Nijhof het idee om op De Hoge Veluwe een Berlage Museum te openen, in een nieuw gebouw of in Berlages jachthuis. Hij noemt dit jachthuis “een meesterwerk' waarin alle talenten van Berlage zich samenballen. Dat is, zacht gezegd, een discutabel oordeel. Het jachthuis, met de potsierlijk hoge toren, is minder representatief voor de bouwkunst van Berlage dan de Amsterdamse Beurs of het Haags Gemeentemuseum. Om het Veluwse jachtslotje nu tot Berlage Museum te verheffen is dan ook geen gelukkige gedachte.

Hoe diep Nijhof ook ingaat op de opkomst en neergang van het wereldbedrijf van Anton Kröller en op zijn vele maatschappelijke nevenfuncties, hijzelf blijft in dit boek toch wat schimmig. Een keiharde ondernemer die tegenover zijn vrouw een tolerante goedzak was - veel meer kom je over zijn karakter niet aan de weet. Helene leren we iets beter kennen, als een gevoelsarme en hoogdravende dame die de architecten en kunstenaars om haar heen graag commandeerde en geen tegenspraak duldde.

Door het hele boek heen figureert op de achtergrond Helenes steun en toeverlaat Sam van Deventer. Hoe zat het nu precies met hun verhouding? Was hij wel of niet haar amant? In alle publicaties over Helene Kröller-Müller komt die vraag aan de orde en ook Nijhof kan er niet omheen. Hij houdt het op een moeder-zoon relatie.

Over een paar jaar zal de echte biografie van Helene hopelijk het definitieve antwoord geven.

    • Lien Heyting